'Hop-paardje-hop met Huub Stevens'
Een jaar geleden stond Huub Stevens in de aankomsthal van Eindhoven Airport op zijn koffer te wachten. Hij was net geland uit Spanje, waar hij met PSV had verloren van Atlético Madrid.
© Pro Shots

Die nederlaag betekende niet alleen uitschakeling in de Champions League, het zorgde er ook voor dat de kloof tussen hem en de club de afmeting van een ravijn begon aan te nemen.
In afwachting van alle bagage vormden zich op de luchthaven al snel een paar groepjes. De jonge PSV’ers gingen automatisch bij elkaar staan, de routiniers ook, en iets verderop klitten, zoals altijd, de Spaanstaligen samen alsof ze een geheim genootschap vormden.
Nog vóórdat de eerste Philips-sporttas zich een weg door de zwarte tochtstrippen had gebaand, stonden langs de bagageband ook de fysiotherapeuten alweer bij de fysiotherapeuten, de assistenten bij de assistenten en de journalisten bij de journalisten.
Alleen Huub Stevens stond bij niemand. Met zijn rug naar de rest van het gezelschap gekeerd, wachtte hij zwijgend op zijn koffer. Alleen. Niemand keek naar hem, hij keek naar niemand.
Voor een club die zo graag een gemoedelijke karakter wil uitdragen, was het een vrij deprimerende aanblik. Twee maanden later diende Huub Stevens zijn ontslag in en verliet het PSV-stadion met ogen die rood waren van emotie. Zo verging het je dus, wanneer je als trainer op het verkeerde moment bij de juiste club terecht kwam.
Iemand vertelde me eens dat Huub Stevens thuis urenlang met zijn kleindochter op één knie hop-paardje-hop kan spelen. Ik vond dat in zijn Eindhovense periode altijd moeilijk voor te stellen. Door dat geschreeuw op trainingen en persconferenties deed Huub Stevens me nooit zo aan een gezellige opa denken.
Meer aan Wim de Bie, en dan in zijn rol als Otto den Beste, de Goethe-citerende ex-leraar Duits, wiens woede uitbarstingen altijd werden begeleid door zo’n venijnig kloddertje spuug op zijn onderlip.
Maar inmiddels is er een jaar verstreken. Alles is nu anders. Huub Stevens heeft weer een club en is daarmee actief in de Europa League. Met Red Bull Salzburg bereikte hij zelfs ongeslagen de tweede ronde. Vorige week vrijdag, in het programma Voetbal International, kwam hij aan de telefoon om daarover te vertellen.
Vanuit Oostenrijk klonk de stem van de trainer opvallend fris. Hij schreeuwde nog steeds wel een beetje, maar dat kwam waarschijnlijk omdat Huub Stevens van de generatie is die aan de telefoon nog automatisch harder gaat praten naarmate de afstand tot de gesprekspartner groter is. Verder was hij één en al charme.
Hij gaf alle credits aan zijn spelers, maakte zelfs een paar grapjes en lachte voor de gezelligheid hartelijk mee met zijn eigen clou. Zo ontspannen als nu, had hij in zijn PSV-tijd nooit geklonken. Met Kerst bleef hij in Salzburg, zei hij, vanwege de mooie omgeving. Het was het beste bewijs, dat de trainer zijn plek dit keer wèl heeft gevonden.
En opeens zag ik het ook voor me: Huub Stevens, zittend op de rand van de driezitsbank, met op zijn knieën een kleindochter, heel hard hop-paardje-hop zingend. Ik weet niet precies waarom, maar ik vond het een fijne Kerstgedachte.
Michel van Egmond