'Hoe Jos Vaessen mij van een illusie beroofde'
Vorige week werd ik via een ingezonden brief in dit blad keurig terechtgewezen door meneer B. Janssen uit Arnhem die mij verweet dat ik vanaf deze plek te nadrukkelijk Jos Vaessen had beschermd en Karel Aalbers had verketterd. Ik had, volgens meneer Janssen, teveel begrip voor de nieuwe bestuurder, te weinig voor de vroegere. En hij schermde met wat feitjes en cijfertjes. Die had ik gaarne deze week willen ontleden, doch er kwam iets tussen. Een radio-uitzending.
© Pro Shots

Donderdagavond. Langs de Lijn tussen tien en elf. Ik zat in de auto, terug van een clubavond van het Zoeterwoudse SJZ, waar ik als spreker onder meer had verkondigd waarom ik het huidige, oh zo lastig te voeren beleid bij Vitesse verdedigde. De presentator van het programma kondigde een gesprek aan met Jos Vaessen, de voorzitter van Vitesse. Omdat Mike Snoei, de al enige tijd omstreden trainer, alsnog uit zijn functie was ontzet. Ik volgde wat komen ging ademloos.
Een paar weken geleden, vóór de wedstrijd tegen PSV, hield het Vitesse-bestuur de poot stijf en zwichtte het niet voor het verbale en bijna fysieke geweld van oprechte en soms verblinde heethoofden. Jos Vaessen, Herman Veenendaal en Jan Streuer steunden Snoei, die zelf verklaarde gemotiveerd door te kunnen gaan. Ondanks zijn eerdere twijfels. Vitesse, in sportieve en geldelijke nood, zou het seizoen hand in hand met Snoei en zijn spelersgroep afmaken. Geduld, het tij zou wel keren.
Bij RBC Roosendaal werd echter verloren (3-1) en dus waren er weer witte zakdoekjes. Ik verwachtte dat Vaessen c.s. zo kort na de trots gerechte rug nog steeds pal zouden staan, maar de autoradio meldde anders. Wat zou Vaessen zeggen? Hij klonk als steeds uiterst rustig. Hij zei dat hij had vernomen dat Herman Veenendaal, het bestuurslid technische zaken, en Jan Streuer, technisch verantwoordelijk professional binnen de club, met Mike hadden gesproken en dat de uitkomst was dat hij na RBC niet langer door kon gaan. Daar hadden Herman en Jan Jos van in kennis gesteld.
Daar ontstond mijn eerste verbazing. Ik begrijp heel goed dat een voorzitter technische zaken delegeert, maar als je club in hoge nood zit en tot een dergelijk gewichtig besluit komt, dan dien je daar als baas van het spul toch bij te zijn? Of ben ik nu ouderwets? Vaessen zei wel trots te zijn op Mike, een echte clubman immers, en Vaessen hoopte dat Edward Sturing, heel ervaren immers, de vacature zou willen invullen. Ik proefde geen emotie bij de man die kort tevoren nog op de bres had gestaan voor zijn Mike.
Maar het werd erger. Meneer Vaessen, zei de presentator, u vertelt het mij allemaal zo keurig, maar waarom weet Mike Snoei nog van niks? Eerst zei Vaessen dat hij daar nog niet de gelegenheid voor had gehad. Presentator: Al eerder op de avond heb ik Mike Snoei gezegd wat er vandaag rondom hem was besloten. Hij wist officieel van niks en drie minuten geleden heb ik hem weer gebeld en hij wist nog van niks. Waarom bevestigt u mij het wel en informeert u hem niet? Later zei Vaessen dat de pers hem voor was geweest. Ik geef u nu eerlijk antwoord, zei de voorzitter van Vitesse, als ik dat niet zou doen zou u daar weer boos over zijn geweest.
Ga nu maar gauw met Mike bellen, hield de presentator de voorzitter voor, en ik zat met een kater. Kom ik eens hard voor iemand op omdat-ie zijn trainer handhaaft en correct is, pakt diezelfde man een nederlaag later zijn trainer alsnog zijn job af zonder bij het exit-gesprek te zijn en zonder de uitkomst persoonlijk aan zijn trainer mede te delen. Een illusie armer wachtte ik op Met het Oog op Morgen.
Kees Jansma




