Hoe ego van De Laurentiis succestrainer Spalletti verdreef uit Napels
Luciano Spalletti zal voor altijd geëerd worden bij Napoli. De oefenmeester bracht de volksclub na decennia weer eens de Scudetto. Vlak na dat hoogtepunt verliet hij echter abrupt de Italiaanse topclub. In zijn boek legt hij uit waarom.
© Pro Shots

Dinsdag verscheen de biografie van Spalletti. Het boek werd tijdens een televisieshow gepresenteerd. Daarin vertelde hij over zijn vurige relatie met Napoli-president Aurelio De Laurentiis. 'Ik ben vertrokken omdat ik botste met iemand die lijnrecht tegenover me stond als mens. Een capabel ondernemer, iemand aan wie de stad veel te danken heeft, maar ook iemand met een heel, nee té, groot ego. Daar wilde ik niet langer mee vechten.'
'Ik was het zat om over elk klein dingetje te vechten met De Laurentiis', was Spalletti opvallend open. 'De man is onvoorspelbaar. Dan vond hij dat we ineens naar een ander hotel moesten, of ging hij ruzie maken over shirts die spelers voor hun kinderen vroegen. Gedurende mijn hele tijd in Napels speelde ik iedere week twee wedstrijden. Dat was er één op het veld, tegen onze tegenstanders, en één tegen de president. Die voortdurende confrontatie, constant op de rand van het conflict, brak me op.'
'Toen we de Scudetto wonnen, heeft hij de hele avond gezwegen', openbaarde Spalletti. 'We hebben niet eens een belletje gehad. De coach niet, maar ook mijn spelers niet. De technisch directeur, de teammanger, de fysio, niemand kreeg wat te horen. Maar hij stond rondjes op het veld te rennen en te juichen. Te druk bezig met zichzelf.'
'Zijn ego ging soms over in overmoed', ging Spalletti verder. Zoals op het moment dat de trainer voor zichzelf al had besloten dat hij niet verder kon. 'Hij pakte in maart al de microfoon en antwoordde op een vraag die hij mij nooit had gesteld. Of ik zou blijven. "Luciano Spalletti blijft", sprak hij uit. Vol vertrouwen dat hij me dat op kon leggen. Maar ik wilde meer menselijk respect, een open dialoog. Dat was nodig om meer te winnen. En dan was ik wél gebleven.'






