Het enorme voetbalaanbod dwingt tot nieuw beleid
In 1955 ging het Europacup-voetbal van start waarmee via een woud van straalzenders soms ook de Nederlandse buis werd bereikt. Het tv-aanbod was gering en aangezien ook de andere media zelden grensoverschrijdend op pad gingen, moest je maar raden naar wat zich binnen dat prille EC-voetbal afspeelde.
© Pro Shots

Raymond Kopa (Reims) en Alfredo di Stefano (Real Madrid) werden daardoor nauwelijks nader gedefinieerde vedetten, die juist daardoor mythische proporties aannamen. Afstand schept mythes, nabijheid onthult - Nigel de Jong zal het beamen.
Dat EC-gedoe werd in Nederland vooralsnog gezien als nieuwlichterij, waarvoor nauwelijks animo was. PSV nam dan ook deel aan het eerste EC 1-toernooi hoewel Willem II landskampioen was geworden.
In de tweede helft van de vorige eeuw veranderde de wereld dramatisch. Het kolonialisme verdween, de overwinnaars van Hitler-Duitsland verschansten zich met hun kruisraketten aan weerszijden van het IJzeren Gordijn.
De NAVO en het Warschaupact stonden aldus tientallen jaren blaffend, maar zelden bijtend tegenover elkaar. Ook op niet-militair gebied kwam steeds meer schaalvergroting van de grond.
Zo werken te beginnen met de BeNeLux (1958) inmiddels 27 EU-landen samen om te voorkomen dat ze het afleggen tegen opkomende economische grootmachten als China, India, Brazilie en het naar een come-back snakkende Rusland.
Parallel daaraan verliep de technologische ontwikkeling. Er gingen honderden kunstmanen omhoog, de VS landde met wat volk op de maan, de welvaart nam toe, de vrije tijd idem dito en daarmee de mobiliteit. Vooral het toerisme, inclusief de sportieve versie daarvan, kreeg een enorme boost.
Thuis had iedereen nu telefoon, de tv zond via steeds meer zenders kwantiteit uit, het mobieltje kwam op de markt, de PC werd huisvriend dankzij internet en ook sport, voetbal voorop, werd steeds vaker - al dan niet tegen betaling - buisgewijs thuisbezorgd.
Wat eerst niet meer dan schaalvergroting leek te zijn, heet nu globalisering met marktwerking als regulerende factor. Dat die marktwerking niet zaligmakend is, blijkt uit de economische crisis waarin we nu zitten.
Macro is de wereldeconomie de weg kwijt, micro zie je de malaise ook volop in de internationale voetbalwereld, die in financieel opzicht grotendeels groggy tegen het canvas ligt, maar niettemin voortleeft dankzij steeds weer nieuwe suikerooms die dromen van pluche, aanzien, respect, sportieve roem en uiteindelijk winst.
Zie Alkmaar, waar de DSB-bank van Dirk S. en zijn AZ-speeltje (foto) door hun onderlinge afhankelijkheid onderuit gingen. Soortgelijke ontwikkelingen zijn overigens al decennia aan de orde in Zuid-Europa, waar voetbalbolwerken als Barcelona en Real Madrid voor honderden miljoenen rood staan, maar via verse, schatrijke inruilvoorzitters doordraaien.
En in Engeland zijn diverse topclubs in handen gevallen van buitenlandse investeerders, die weinig of niets met soccer hebben, maar des te meer met geld verdienen. In Nederland werd Vitesse zo het filiaal van Chelsea mede dankzij bijtijds in dollars omgezette Georgisch-Russische roebels (foto: Merab Jordania).
Zo gaat dat in de wereld van het grote geld waar ’onze’ Albert Heijn in de VS groter is dan in Nederland, ’onze’ KLM in Franse handen is gevallen en ’ons’ Schiphol elders grotere buitenlandse luchthavens runt.
Handel kent geen sentiment, ook voetbal is keiharde business geworden. Voetbalprofs zijn via hun zaakwaarnemers extreem verdienende handelswaar geworden, toegejuicht door modale fans ’voor wie je het allemaal doet’.
Wie weigert mee te doen aan dat megalomane circus, maar zich handhaaft via verstandig beleid, moet genoegen nemen met een nederige positie op de internationale voetbalhitlijst. Niet alle clubs zijn daartoe bereid.
Nog steeds wordt er meer uitgegeven dan er binnenkomt. Dus keert de wal het schip, in Nederland het spectaculairst in Rotterdam-Zuid. Riskant investeren, bedoeld om Europa te halen, genereert nu eenmaal des te meer ellende als je de EC-boot mist of vroegtijdig wordt uitgeschakeld in Europa.
De parallel tussen wat zich na de Tweede Wereldoorlog in de wereldeconomie heeft afgespeeld én de gang van zaken in de voetbalwereld is treffend. Zoals de economie is geglobaliseerd, zo strekt ook de voetbaleconomie zich uit tot in de verste uithoeken van onze planeet.
In beide sectoren zijn de kaarten geschud. Heb je volume dan doe je mee. Ben je klein dan resteert geen andere weg dan jouw sterke punten maximaal te benutten. In voetbaltaal: koester de amateurbasis, maximaliseer de opleiding van kader en talent, verbeter de organisatie waar mogelijk en mobiliseer de in voetbal geïnteresseerde massa, maar waak voor verzadiging.
Dat laatste vergt nadere uitwerking. Ons economische stelsel gaat uit van voortdurende groei. Dat groei begrensd wordt door wat onze planeet te bieden heeft c.q. aankan, is evident.
De vraag rijst dan ook of er een economisch stelsel denkbaar is dat niet per se uitgaat van groei, maar waarbinnen het aanbod wordt bepaald door de vraag. En niet andersom zoals nu.
Is zoiets denkbaar in de voetbaleconomie? Strikt genomen heeft de voetbalglobalisering al fataal toegeslagen. Alleen enorme optimisten geloven nog dat er steeds weer nieuwe financieringsbronnen worden aangeboord, die de zaak draaiende houden.
Maar mis je het volume van de grote landen dan doe je, uitschieters daargelaten, niet mee in de top. Hoe spannend de Nederlandse competitie - intussen steeds meer de voorronde naar EC-voetbal - ook is, aan gene zijde van de landsgrens is het tegenwoordig gauw gedaan met onze clubs.
Het Nederlands elftal, nota bene tweede op de WK 2010, trok slechts een halfvolle Kuip bij de eerstvolgende EK-thuiswedstrijd tegen Finland. Mogelijk speelt de teleurstellende tactiek van Van Marwijks WK-elftal hierbij een rol.
Mogelijk eist de kredietcrisis nu ook zijn tol bij het Oranjelegioen, maar de belangrijkste reden voor het afhaken van het Oranje-legioen kan ook zijn dat het voetbalvolk oververzadigd is door het enorme voetbalaanbod dat het dagelijks krijgt voorgeschoteld. Want ook de eerste EC-thuiswedstrijden trokken matig bezette stadions.
Oorzaak? Wellicht het onvermogen om nóg meer voetbalinformatie te absorberen. Want: tv-wedstrijd hier - samenvatting daar, analist hier - analist daar; Champions League hier - Europa League daar; Eredivisie Live hier - Sport 1 daar; Eurosport hier - Studio Sport daar; Voetbal International/tv hier - Studio Voetbal daar.
En tussendoor lokaal, regionaal, landelijk en internationaal voetbalnieuws plus steeds meer jeugd- en vrouwen-EK/WK-voetbal. Tel daar bij op wat de radio aan voetbal aanbiedt plus wat de gedrukte pers aan verdieping bijdraagt. Veel. Veel te veel. De verzadigingstheorie zou best eens het schot in de roos kunnen zijn dat uiteindelijk dwingt tot gewijzigd beleid.
Willem J. Kramer




