'Het ene Oranje is het andere niet'

Praat mee!

In de week dat de nieuwe generatie zich in het zweet werkte in de bossen van Hoenderloo, dwaalden de gedachten meer dan eens af naar vervlogen Oranje-tijden. Dat kwam allereerst door het lumineuze idee van de NOS in het holst van de nacht twee klassiekers uit de Nederlandse voetbalhistorie opnieuw en geheel uit te zenden. Vooral de halve finale tegen West-Duitsland op het gouden EK van '88 boeide nog steeds van de eerste tot de laatste minuut.

© Pro Shots

'Het ene Oranje is het andere niet'

In mijn herinnering waren vooral de hoogspanning, de doelpunten uiteraard, de vele opstootjes en het sublieme spel van Marco van Basten blijven hangen. De meedogenloze duels van Frank Rijkaard, het feilloze balgevoel van Gerald Vanenburg en de toegevoegde waarde van de onvermoeibare Erwin Koeman maakten het plaatje twintig jaar na dato compleet. De huidige internationals die de wedstrijd op hun hotelkamer in Hoenderloo hadden bekeken, toonden zich naderhand onder de indruk van het niveau, het tempo en de fysieke kracht van hun voorgangers. Ze hadden een lesje in effectief toernooivoetbal geleerd.

Het enige Nederlands elftal dat het niveau van 1988 enigszins benaderde, was de ploeg die op het WK '98 en tijdens Euro 2000 in de halve finale strandde. Van die generatie is alleen Edwin van der Sar deze week in het Zwitserse Lausanne neergestreken. Terwijl de doelman zich voorbereidt op zijn zevende en laatste eindtoernooi, buigen vier van zijn vroegere teamgenoten zich over een stapel schoolboeken. Want sinds vorige week zijn Dennis Bergkamp, Phillip Cocu, Patrick Kluivert en Michael Reiziger trainer in opleiding. De televisiebeelden van drie van hen in Zeist – Cocu was verhinderd – voedde opnieuw de heimwee in een periode dat niemand werkelijk weet hoe sterk Oranje op dit moment is.

Enkele weken geleden liet Van der Sar in Manchester al zijn eindtoernooien de revue passeren. Via zijn snuffelstage op het WK '94 en het mislukte EK '96 kwamen we uit op het toernooi dat hij nog steeds als mooiste (tot nu toe) uit zijn interlandloopbaan beschouwt, het WK in Frankrijk. Vraag een willekeurige international uit die lichting naar dat toernooi en er volgt een lofzang over de balans in de selectie, de perfecte omstandigheden aan de Côte d'Azur, de teamgeest en de stimulerende rol van bondscoach Guus Hiddink. Met Van der Sar ging het niet anders. Halverwege zijn betoog onderbrak hij zichzelf en benadrukte hij dat de huidige selectie ook veel kwaliteit herbergt. Het verleden is er niet om te romantiseren maar om van te leren, wilde hij maar zeggen. Toch kwamen aan het eind van ons gesprek in Manchester zijn collega-internationals van tien jaargeleden weer uitgebreid terug. Op mijn vraag of Van der Sar het beste elftal uit al zijn interlandjaren wilde filteren, had hij eerst een diepe zucht geslaakt. Dat doen voetballers liever niet, zo'n ploeg samenstellen. Bevreesd als ze zijn om spelers te vergeten of tegen het hoofd te stoten door ze het nadeel van de twijfel te geven. Van der Sar nam uitgebreid bedenktijd, maakte zelfs een ommetje om zijn gedachten te ordenen en keerde terug met een veelzeggende opstelling.

Buiten hemzelf overleefden twee spelers uit de tegenwoordige selectie zijn schifting: Ruud van Nistelrooy en Wesley Sneijder. De rest van zijn ploeg bestaat uit spelers met wie hij in 1998 op de drempel van de WK-finale stond. Het typeert Van der Sar dat hij in alle eerlijkheid zijn keuzes maakte. Het doet ook niets af aan zijn ambities op het komende EK en zijn geloof in de kwaliteiten die ook het huidige Nederlands elftal onmiskenbaar heeft. Het duidt vooral op realisme, het besef bovendien dat het ene Oranje het andere niet is. En Van der Sar kan het weten.

Simon Zwartkruis

Video