Het effect van trainerswissels: 'Nieuwe ogen van Faber dwingen blijkbaar niet'
Het afgelopen Eredivisie-seizoen bevestigde grotendeels de stelling dat trainerswissels weinig uithalen. Zo presteerde PSV onder Ernest Faber min of meer hetzelfde als onder Mark van Bommel.
© Pro Shots

Onder de in december ontslagen Van Bommel veroverde PSV dit seizoen gemiddeld 1,82 punt per Eredivisie-duel. Bij Faber lag dit moyenne op twee punten. De Eindhovenaren stonden vierde toen Van Bommel moest plaatsmaken en eindigden ook op die plek in de afgebroken competitie.
'De nieuwe ogen van Faber dwingen blijkbaar niet. Komend seizoen mag Roger Schmidt bewijzen dat hij met zijn pressingstijl wél nieuw elan kan geven aan PSV', luidt de conclusie.
Toch telt het afgelopen seizoen ook twee grote uitzonderingen. Zowel Feyenoord als VVV-Venlo vond de weg omhoog na een trainerswissel. De Rotterdammers bleken onder Dick Advocaat letterlijk onoverwinnelijk in de Eredivisie en hadden bij het aanbreken van de coronacrisis hun achterstand op de koppositie gereduceerd tot zes punten.
VVV-Venlo boekte na het ontslag van Robert Maaskant onder interim-trainer Jay Driessen al betere resultaten, maar begon pas echt als een tierelier te draaien onder Hans de Koning. Slechts drie clubs pakten in het 'Hans de Koning-tijdperk' bij VVV-Venlo meer punten dan de Limburgers.
Lees in de nieuwe VI en op VI PRO het volledige verhaal over de trainerswissels in het voorbije Eredivisie-seizoen.