'Het 4-4-2 systeem brengt Jol wisselend succes'
De meest ingrijpende variatie bij Ajax zit vooralsnog niet in de wijzigende opstellingen of de aankoop van onder meer Demy de Zeeuw, maar in de verschillende speelsystemen die Martin Jol hanteert.
© Pro Shots

Van de vier oefenwedstrijden die Ajax tegen profclubs speelde, liet de hoofdcoach zijn elftal drie keer in een systeem met twee aanvallers en een middenveld in ruitvorm starten. Dat leidde tot overrompelend spel tegen Bristol City en een wedstrijd met twee gezichten tegen Southampton.
Ook op het Amsterdam Tournament van afgelopen weekeinde begon Ajax tegen Atlético Madrid zonder specifieke vleugelaanvallers. In welke formatie begint de club, die van oudsher een 4-3-3 systeem met buitenspelers voorstaat, de competitie?
'Je zou zeggen dat het defensief beter staat in een 4-4-2-systeem', zegt doelman Maarten Stekelenburg. 'Maar na het Amsterdam Tournament is dat misschien een wat rare conclusie. (Ajax speelde met 3-3 gelijk tegen Atlético en verloor met 3-2 van Benfica, red). Het uitgangspunt is een goede organisatie, en jongens als Suarez, Cvitanich en Miralem Sulejmani kunnen goed uit de voeten in een speelwijze met twee aanvallers.'
'In de praktijk komen we in veel situaties toch weer gewoon uit bij een 4-3-3-systeem', vervolgt de international. 'Het belangrijkste is dat we tijdens wedstrijden kunnen variëren met onze speelwijze. We hebben de laatste twee seizoenen veel te veel goals tegen gekregen, dan is het logisch dat er accenten worden verlegd.'
De complete reportage over de tactische ontwikkelingen bij Ajax is te lezen in Voetbal International 31, die sinds woensdag in de winkel ligt. In het artikel spreken Jol en diverse spelers tevens over de rol van de technische staf en de doorstromende jeugd.





