Henk ten Cate: ‘Nederland moet zich weer gaan onderscheiden’
Henk ten Cate: ‘Nederland moet zich weer gaan onderscheiden’
© Pro Shots

Na de hoogtijdagen bij FC Barcelona mag hij niet vergelijken, wel constateren. En dan maakt Ajax-trainer Henk ten Cate (51) zich zorgen om het Nederlandse voetbal.
U bent bijna drie maanden onderweg met Ajax. Waar staat uw ploeg nu?
‘Ik wil daarin een nuance aanbrengen. Komende week mis ik gedurende tien dagen dertien spelers vanwege interlandverplichtingen. En dat al voor de derde keer sinds het begin van de voorbereiding. Feitelijk zijn we dus maar vier weken effectief aan het trainen, waaronder ook nog tien hersteltrainingen. Vastheid creëer je door herhalen, dus door training. Daarbij proberen we ook nog eens het moeilijkste voetbal te spelen dat er is. Tegen die achtergrond kan ik alleen maar tevreden zijn over de vorderingen van Ajax.’
Wat zijn de uitgangspunten van dat moeilijke voetbal?
‘Dominant en dwingend voetbal. Grotendeels op de helft van de tegenstander. Pressie spelen, laten merken dat je op een hoop onderdelen duidelijk beter bent dan de tegenstander.’
Heeft u vooraf een bord gepakt en tegen de groep gezegd: Zo willen we gaan spelen?
‘Nee. Ik heb met de spelers gesproken over hoe ik dacht dat we met het beschikbare materiaal het best konden voetballen. Op de vraag of ze daarin mee wilden kwam van iedereen hetzelfde antwoord. Ze willen allemaal vooruit spelen.’
Waar begin je dan als trainer?
‘Heel simpel: met fysieke arbeid. Voor dit soort voetbal moet je heel fit zijn. Je moet in een heel hoog tempo spelen, dus is er weinig tijd voor herstel. Daarnaast moet je bij balverlies heel snel druk zetten en als het kan druk naar voren. Daardoor speel je met veel ruimte in je rug. Als er één niet de macht heeft om druk te zetten, kom je als ploeg aan het lopen. Over de werkwijze van vorig seizoen kan ik niet oordelen. Ik weet alleen: Ajax had toen veel blessures en mede daardoor was de fysieke fitheid niet top. Tegen mijn gewoonte in hebben we in de voorbereiding veel zonder bal getraind. Trainingen mét bal zijn submaximaal, trainingen zónder bal maximaal. Vervolgens hebben we veel aandacht besteed aan het positiespel. Wat te doen tegen een ploeg die met één spits speelt, hoe op te bouwen tegen een team dat twee spitsen naast elkaar opstelt? Voor iedere situatie moeten de spelers zelf oplossingen zoeken en goed de veldbezetting in de gaten houden. In positiespelen waarin iedereen meedoet mag de bal niet meer stilliggen. Als de bal stilligt, staan de spelers stil. De basis van een goed positiespel is dat de bal rolt, al is het maar vijf meter naar links. Dat dwingt de tegenstander te reageren en dat houdt in dat er ruimtes komen om de bal in te spelen. Hoe vaak zie je niet een speler met de bal aan zijn schoenen staan, die kijkt en kijkt en de bal niet kwijt kan?’
Traint u met linies?
‘Veel. Achterhoede en middenveld samen; wat doen die zeven spelers bij balverlies? Middenveld en voorhoede samen; wat doen die zes bij balverlies? Wie zet waar druk? Dat gebeurt in principe altijd aan de zijkanten. Wij nodigen als het ware de tegenstander uit de links- of rechtsback aan te spelen. In die zone doet het jezelf het minst pijn als het drukzetten niet goed gaat. Zet je druk in het centrum, en iemand verzaakt daarin, dan kan dat dodelijk zijn. Belangrijk daarbij is dat jouw vleugelspitsen naar binnen knijpen om ervoor te zorgen dat de pass van de centrale verdediger naar de middenvelder eruit wordt gehaald. Middenvelders en verdedigers hebben het drukzetten het snelst in de gaten. De moeilijkheid ligt bij aanvallers. Die zijn vooral vooruit gericht, hebben nog wel eens moeite met omschakelen of hebben gewoon droommomenten dat ze helemaal niet meedoen. Kan niet; als niet iedereen meedoet, kun je het vergeten. Dat alles is eigenlijk dwingend voetbal. Dat je zodanig drukzet dat er geen andere opties zijn en je de tegenstander dwingt een lange bal te geven. Tenslotte hebben wij achterin veel snelheid en met Jaap Stam en Thomas Vermaelen ook veel kopkracht. Dan ben je eigenlijk al in de volgende fase. Want dan moet je anticiperen op de tweede bal, waarvoor je weer veel mensen om de bal moet hebben.’
Wie geeft het sein druk te zetten?
‘Nu nog Stam. Het sein moet eigenlijk zijn dat als de tegenstander van A naar B speelt, het héle elftal weet: Nú moeten we drukzetten. De moeilijkheid waar je in de beginfase van zo’n proces op stuit is dat het elftal op twee gedachten gaat hinken. Ook in Barcelona kregen we te maken met een ploeg die daarvóór veel wedstrijden verloren had en niet zeker was. Hoe verder je van de goal af kruipt, hoe meer ruimte je weggeeft, hoe angstiger spelers worden. Dan krijgt je vooral verdedigende onzekerheden. Verdedigers gaan naar achteren lopen en er ontstaan gaten in de linies. Dat gebeurde bijvoorbeeld tegen Roda JC. Stam heeft heel lang in Italië gespeeld en AC Milan beheerst het verdedigen tot in de perfectie. Die spelers lopen bij balverlies eerst achteruit, komen vervolgens dicht bij elkaar en gaan daarna pas drukzetten. Maar nog steeds met hun verdedigers bijna op de eigen zestienmeter. Jaap heeft van nature nog de neiging bij balverlies terug te lopen. Hij is dominant, dus de andere verdedigers lopen met hem mee. Maar vóór hem gebeurt het tegenovergestelde, de middenvelders lopen vóóruit. En dan krijg je giga-gaten. Daardoor lijkt het dat Roger, Gabri en Wesley Sneijder overal een stapje te laat komen. Maar het begint eigenlijk achterin.’
Daar begint ook het positiespel.
‘Klopt. Het heeft allemaal te maken met beweging. Het willen hebben van de bal achterin, die drie meter naar links of naar rechts zijn bepalend. Als je onzeker bent, blijf je als centrale verdediger lekker bij je spits staan en zak je niet naar de kop van de zestien om aanspeelbaar te zijn voor de back. Je vleugelverdedigers zijn vaak je vrije mensen, die moeten de bal wíllen hebben, durven voetballen. We zijn er ook mee bezig Maarten Stekelenburg mee te laten doen. Als de keeper zich inschakelt, speel je achterin vijf-tegen-drie in plaats van vier-tegen-drie. Het Ajax dat in 1995 iedereen te pletter voetbalde had dat ook. Edwin van der Sar deed vrolijk mee op de rand van de zestien. Als hij werd aangespeeld lokte-ie een spits weg, ze maakten een driehoekje en weg waren ze.’
Daarvoor is lef nodig. Al in uw eerste week constateerde u dat van de branie van Ajax niets over was.
‘Deze selectie heeft een geschiedenis. Toen Frank Rijkaard en ik in 2003 bij Barcelona begonnen, zagen we dezelfde angst bij spelers. Dat is terug te leiden tot de resultaten die je daarvóór hebt gehaald, het publiek dat je heeft bekritiseerd en de druk waaronder je hebt moeten spelen.’
Hoe haalt u die angst weg?
‘Het belangrijkste vind ik dat de spelers blijven geloven in waarmee we bezig zijn. Dat begint ermee dat je ze een systeem aanreikt waarin ze zich prettig voelen. Ze mógen aanvallen, mógen creatief zijn, voor een voetballer is dat het plezierigste wat er is. En zonder plezier geen progressie. Verder probeer ik spelers bewust te maken van hun kwaliteiten. Dat kan ook prikkelend. De kwaliteit van Ryan Babel is dat hij in beweging is. Maar vaak staat hij stil als hij wordt aangespeeld. Dan is het moment voorbij. Ik wijs hem daarop. Soms reageert hij daar nog te schuchter op, maar ik doe dat omdat ik in hem geloof. Ik was verbaasd toen ik hoorde dat Ryan nog maar negentien jaar is. Hij was vorig seizoen in Nederland al bijna afgeschreven. Terwijl hij verder is in zijn ontwikkeling dan Klaas-Jan Huntelaar op die leeftijd.’
Opgeleefde spelers als Babel en ook Sneijder schrijven dat vooral toe aan het feit dat ze nu wél fouten mogen maken, in tegenstelling tot vorig seizoen.
‘Als je een speler zegt dat hij fouten mag maken en je rekent hem vervolgens erop af, dan mag hij dus in wezen géén fout maken. Ik wijs voetballers wel op hun fouten, maar het heeft geen consequenties. Ooit wel natuurlijk. Als een speler herhaaldelijk vervalt in dezelfde fout, dan is hij hardleers of hij heeft de kwaliteiten niet. En dan rem je het proces. Maar juist door het durven maken van fouten word je als team beter. Als ik mijn dochters elke dag een draai om hun oren geef, worden ze al snel angstig en afwerend: Oh jee, daar komt-ie weer. Geef ik ze een kus, dan veren ze op. Voetballers, vooral die uit Amsterdam, komen vaak uit sociaal zwakkere milieus, uit achterstandswijken, de Bijlmermeer. Die jongens kijken van nature al wantrouwend om zich heen. Ze móéten wel, want uit elke hoek van de straat kan een mafkees met een knuppel op hen afkomen. Die mensen hebben juist warmte nodig. Als ze af en toe te horen krijgen dat ze op de goede weg zijn, als ze voelen dat er oprecht aandacht aan hen wordt besteed, dan presteren ze beter.’
Toch schoot u de voorbije weken uit uw slof, ondanks 5-2 overwinningen bij IK Start en Jong RKC Waalwijk. Niet alle spelers begrepen dat.
‘Ze moeten wél begrijpen dat de lat bij Ajax hoger is komen te liggen. We mogen niet meer blij zijn dat we een keer winnen, we moeten naar een situatie toe dat we blij zijn dat we móéten winnen. Dat is de norm van een topclub en dat wil Ajax weer worden.’
Kunnen spelers daarmee omgaan?
‘Niet altijd. Ik denk dat het onderdeel mentaliteit in de Nederlandse opleiding een ondergeschoven aspect is. Terwijl die in grote mate bepalend is voor de bovengrens van de kwaliteiten van een voetballer. In de opleiding moeten ze al leren omgaan met teleurstellingen, met het feit dat ze een keer niet spelen. Zodra er wél een beroep op je wordt gedaan, moet je er staan. Interessant vind ik nu de volgende fase waarin Huntelaar is beland. Iedere voorstopper is vanaf maandag al bezig met één doel: Huntelaar scoort de komende wedstrijd tegen mij níét. Klaas-Jan moet nu zijn mentaliteit aanspreken om door te groeien.’
U gaf vóór de competitie al een signaal af met de opmerking dat u niet denkt in termen van een basiselftal.
‘Bij Barcelona heb je Carles Puyol. Grote naam, Catalaan, aanvoerder zelfs. Doordat de club na het WK Gianluca Zambrotta en Lilian Thuram heeft gehaald, zit Puyol wel eens op de tribune. Maakt dat zo’n speler ineens minder groot? Nee. Puyol weet zelf ook: het seizoen telt zóveel wedstrijden, hij komt wel aan spelen toe. De Nederlandse kwaal is dat je in onze beleving alleen meetelt als je basisspeler bent. Voor mij bestaat een elftal uit 24 spelers en op elk moment moet ik een beroep op een van die 24 kunnen doen. Als speler moet je daarop voorbereid zijn. Daarom vond ik die bekerwedstrijd tegen Jong RKC ook zo teleurstellend. Jongens die nog niet zoveel speeltijd hadden gehad, kregen nu de kans mijn ongelijk te bewijzen. Maar ze konden in een duel dat ogenschijnlijk niet zo interessant was, niet de concentratie opbrengen om een maximaal rendement te halen. In wezen hebben ze het mij alleen maar gemakkelijker gemaakt.’
U hamert op plezier, spelers mógen aanvallen en fouten maken. Wat vindt u er dan van dat u uw groep na de duels met IK Start, Roda JC en Jong RKC steeds weer moest aanspreken op de instelling?
‘Ik vind dat teleurstellend. Je moet altijd eerst gelijkwaardig zijn op het onderdeel strijd voordat je de voetbalkwaliteit de doorslag kunt laten geven. Ik vind wel dat er een wezenlijk verschil zit tussen Start en RKC enerzijds en Roda anderzijds. Roda zocht terecht de grens van het toelaatbare op en wij lieten ons overbluffen. We werden in het begin van de wedstrijd een paar keer goed geraakt in een duel en dachten: Hé, wat is dit? Dan ga je dus reageren. Terwijl je moet ágeren. En dat begrijp ik dus niet. Tegen Start begonnen we juist heel goed, kregen vijf mogelijkheden in de eerste twintig minuten. Daardoor sloop er gemakzucht in de ploeg. Bij allemaal. Iedereen wilde ineens de beslissende pass geven, Roger wilde een bal met effect om zijn tegenstander heen laten caramboleren; het werd een kermis. Je kunt als elftal alleen progressie boeken als je dat soort zaken achterwege laat. Je moet klinisch je dingen doen. Pas als het 4-0 is, zeg ik: Zet ’m op.’
Zelfs bij Barcelona met toppers die op basis van individuele kwaliteiten een wedstrijd kunnen beslissen, zegt Frank Rijkaard: ‘De belangrijkste dingen zijn de instelling, de organisatie en de mentaliteit.’
‘Dat is wel aardig. Ik heb met al die heel goede voetballers gewerkt en ook bij hen kom je dezelfde aspecten tegen. Alleen, die spelers zijn juist zo goed doordat ze die mindere momenten nog maar heel weinig hebben. En áls ze er zijn, dan is het bij één of twee, niet bij het halve team. Ajax is echter onervaren, met heel veel jonge spelers. Die zijn vanuit de Ajax-jeugd gewend dat ze altijd sterker zijn dan de tegenstander, dus denken ze dat ze zich kunnen veroorloven dat soort flauwekul uit te halen. Zonder dat het afgestraft wordt. Als Urby Emanuelson ziet wat Roger tegen Start doet, denkt hij: Aardig balletje. Dat kan ik óók. Maar op dit niveau wordt het wél afgestraft. Dan krijg je zo’n rare wedstrijd.’
Mark van Bommel dacht soms ook dat hij kon meedoen in dat tovervoetbal van Barcelona.
‘Dat heb ik steeds tegen hem gezegd. Wij hebben je gehaald om jouw specifieke kwaliteiten. Ga geen tegenstander door de benen spelen omdat Ronaldinho dat óók doet. Blijf de ballen hard met je binnenkant inspelen. Blijf diepgaan zónder bal. De grootste bedreiging voor een elftal is dat iedereen zijn kunstje wil gaan doen.’
Na de eerste competitienederlaag tegen Roda zei u ook: ‘We gaan het anders doen.’
‘We gaan nog meer op de helft van de tegenstander spelen, thuis én uit. Daarmee dwing je spelers datgene te doen wat je van ze verlangt. Op de helft van de tegenpartij zijn de ruimtes klein. We hebben technisch redelijk onderlegde spelers, ons positiespel – hoewel nog lang niet optimaal – is beter dan dat van de meeste teams. Dus we gaan er stáán, met twintig man op de helft van de tegenstander. Dan speel je vanuit je kracht. Alleen moet je geen mensen hebben die achteruit gaan rennen, want dan wordt het veld veel te groot en kunnen we het shaken. Zet die spitsen maar buitenspel. Dat was ook een voorname kwaliteit van Barcelona. We hebben wedstrijden gespeeld waarin de tegenstander veertien keer buitenspel stond. Met relatief weinig arbeid herover je op die manier de bal.’
Een andere conclusie van u was: ‘We hebben te veel voetballers en te weinig veroveraars.’ Is dat een foute inschatting geweest bij de samenstelling van de selectie?
‘Nee. Ik heb niet voor niets vanaf het begin geroepen dat ik voor de balans op het middenveld nog een type-Gabri erbij wilde. Dat was financieel niet mogelijk. Ik hoop dat er in de winterstop ruimte is, want een balveroveraar in die linie maakt ons elftal wezenlijk sterker. We hebben nu te veel van hetzelfde en sowieso weinig middenvelders. Met Sneijder, Gabri, Roger en Hedwiges Maduro maar vier. Jan Vertonghen voetbalde vorig jaar nog in de jeugd en Emanuelson kan er niet spelen, want verder hebben we niet één linksback in de selectie. Urby moet zich richten op díé positie. Hij is een van de weinigen in de selectie die echt een topper kunnen worden.’
Dominant voetbal, pressing, spelen op de helft van de tegenstander; met die mooie woorden begonnen ook uw voorgangers Jan Wouters, Co Adriaanse, Ronald Koeman en Danny Blind bij Ajax. Maar zodra hun positie onder druk kwam, stapten ze er direct van af en kozen toch maar voor het resultaat. Een soort overleven.
‘Ik ben niet gekomen om te overleven. Ik wil structuur aanbrengen in zaken waarin ik geloof. Ik geloof in vooruitvoetballen, in vooruitverdedigen en in drukzetten op de helft van de tegenstander. Dat zal niet zonder slag of stoot gaan. Maar ik ben zo eigenwijs te denken dat ik de ploeg aan het voetballen krijg op een manier die aanspreekt.’
U wijkt niet als de resultaten straks even tegenvallen?
‘Ik heb helemaal niets te verliezen, alleen maar te winnen. Ik houd vast aan mijn visie. Uiteindelijk is de kwaliteit van je veldspel altijd bepalend voor het resultaat. Ik heb het eerder laten zien bij Go Ahead Eagles, Sparta, Vitesse en NAC. En daar was minder technische kwaliteit dan bij Ajax.’
Wat vindt u ervan dat Huntelaar en Babel hun heil zoeken buiten de trainersstaf van Ajax? Huntelaar werkt met oud-sprinter Troy Douglas, Babel heeft zich gewend tot Chris Kronshorst, een techniektrainer die werkt volgens de Wiel Coerver-methode.
‘Klaas-Jan heeft vanuit zichzelf aangegeven dat hij beter wil worden op een manier die ik hem niet kan aanreiken. Douglas beschikt over zichtbare, specifieke kennis. Dan stimuleer ik dat alleen maar. Ik heb er meer moeite mee dat Ryan zich meldt bij Kronshorst. Een club als pakweg Go Ahead kan dat doen, maar Ajax had daar nooit toestemming voor mogen geven. Daarmee speld je jezelf een brevet van onvermogen op. Ajax moet in staat zijn een speler zelf dergelijke oefenstof aan te reiken.’
Als je Babel soms bezig ziet, denk je eerder aan een speler die pas op zijn achttiende vanuit de amateurs bij de profs is gekomen, dan aan een jongen die al tien jaar in de opleiding van Ajax zit. Hij is een ruwe diamant, maar beheerst allerlei basiszaken niet.
‘Ik kan me niet specifiek over de Ajax-opleiding uitlaten, omdat ik daar te weinig van weet. Maar als ik heel eerlijk ben, hebben wij een aantal spelers die in de basis dingen missen.’
U klaagde vijf jaar geleden al in VI dat er bij de jeugd veel te snel systematisch en conceptueel wordt getraind in plaats van individueel.
‘Daar plukken we in Nederland dus elke week de wrange vruchten van. Spelers missen op het hoogste niveau elementaire dingen. Passen, trappen, wel of niet opengedraaid staan; de voorbeelden komen elke zondag voorbij. Het woord opleiden wordt niet meer in de praktijk gebracht. Ook in de jeugdopleiding is overal in Nederland een competentie ontstaan dat je ook je wedstrijden moet winnen en kampioen moet worden. Jeugdtrainer is ook geen sexy beroep, het wordt onderbetaald. Daardoor zie je jeugdtrainers al snel overstappen naar het hoofdtrainerschap bij de amateurs. Hoeveel goede opleiders lopen er niet in het Midden-Oosten rond?’
Bent u na drie jaar Barcelona geschrokken van het Nederlandse voetbal?
‘Het is niet zo slecht als wel eens wordt beweerd, maar ook niet zo góéd als sommigen beweren. Dat de stadions steeds voller zitten is voor mij geen graadmeter. Kijk op een zaterdag eerst eens naar Olympique Lyon-Troyes op tv en vervolgens naar een willekeurige Eredivisiewedstrijd. Als je een klein beetje verstand van voetbal hebt, zie je het verschil in tempo en kwaliteit. Zó duidelijk. We moeten dus niet zo denigrerend doen als het Nederlands elftal een keer niet wint van Bulgarije. Of als Ajax een keer wordt uitgeschakeld door FC Kopenhagen. Die club heeft een paar spelers die voor Nederland onbetaalbaar zijn: Allbäck, Grønkjær en Linderoth. En zet PSV in de Champions League eens af tegen Shakhtar Donetsk. Bij Donetsk lopen echte topspelers rond, of die geld hebben!? We moeten als Nederland onze plaats weer leren kennen.’
En waar staan we dan?
‘Alberto Saavedra van ADO Den Haag komt van Numancia B, het vierde niveau in Spanje. Gabri was de nummer twintig van Barcelona. Iedereen roemt hem bij Ajax als zo’n grote toegevoegde waarde. Dat is dus het niveau van de Eredivisie.’
Hebben we niet gewoon te maken met de kwaal van het geld? Ajax krijgt per jaar zeven miljoen euro aan tv-gelden, Barcelona in het nieuwe contract 125 miljoen.
‘Inderdaad, dan kun je zeggen: einde discussie. Maar die discussie moeten we niet voeren. We proberen nu hetzelfde te doen als al die andere clubs en dan leg je het af. We moeten ons weer gaan onderscheiden, teruggaan naar onze kracht. Dertig jaar geleden hadden Duitse, Spaanse en Engelse clubs ook veel meer geld dan wij. Toen waren we leper, hadden we voetballers die tactisch en technisch vaak beter geschoold waren. Het begint dus in de opleiding. En opleiden betekent goede voetballers afleveren en niet kampioentje spelen.’
U refereerde net aan het Ajax van 1995. Maar aan dat elftal was drieënhalf jaar gebouwd. Tegenwoordig word je na één goed seizoen geplunderd.
‘Dat realiseer ik me wel. Ook daarin moeten we vindingrijker worden, constructies bedenken om spelers langer aan je te binden. Misschien door een spaarrekening of aandelenprogramma aan een contract van jonge voetballers te verbinden waardoor ze over een reeks van jaren toch een hoop geld kunnen verdienen.’
Bent u een naïeve trainer?
‘Nee, een idealistische.’




