Goals, goals en eigen goals: EURO 2020 in meerdere opzichten memorabel
Het EK 2020 is qua doelpunten een historische editie geworden. Liefst 142 keer werd er gescoord, kwantitatief een absoluut record. Gezien de betrekkelijk nieuwe opzet (dit was de tweede uitgave met 24 landen) komt dat niet als een grote verrassing.
© Pro Shots

Ook als we kijken naar het gemiddelde, springt deze EK-editie eruit. Het moyenne bedraagt namelijk 2,78 doelpunten per wedstrijd, veel hoger dan vijf jaar geleden (2,12). De 2,78 is in zekere zin een record in de moderne tijd van het toernooi.
Tijdens de oertijd van het toernooi (1960-1976) namen namelijk slechts vier landen deel met extreem weinig wedstrijden tot gevolg. De moyennes van 4,75 (1976) en 4,25 (1960) zeggen dus niet heel veel, net zoals het laagterecord uit 1968 (1,40).
Zeer opvallend is dat er bij liefst elf van de 142 goals sprake was van een eigen doelpunt. Tot dit toernooi waren er bij alle EK-edities bij elkaar opgeteld slechts tien eigen goals gevallen.
EK | Goals | Gemiddelde |
|---|---|---|
1960 | 17 | 4,25 |
1964 | 13 | 3,25 |
1968 | 7 | 1,40 |
1972 | 10 | 2,50 |
1976 | 19 | 4,75 |
1980 | 27 | 1,93 |
1984 | 41 | 2,73 |
1988 | 34 | 2,27 |
1992 | 32 | 2,13 |
1996 | 64 | 2,06 |
2000 | 85 | 2,74 |
2004 | 77 | 2,48 |
2008 | 77 | 2,48 |
2012 | 76 | 2,45 |
2016 | 108 | 2,12 |
2021 | 142 | 2,78 |






