Franse media staan stil bij verleden van Dembélé: 'Inefficiënte amateurdribbelaar'
In eigen land is er euforisch gereageerd op de Ballon d'Or-zege van Ousmane Dembélé. De aanvaller van Paris Saint-Germain troefde Lamine Yamal van Barcelona af, in een prachtig voetbalverhaal.
© Pro Shots

L'Équipe zet heel simpel alle statistieken van een Gouden Bal-waardig seizoen op een rijtje. 'Met 35 goals verbrak hij zijn persoonlijke record, de 15 assists waren een evenaring van zijn persoonlijke record. Vanaf speeldag 15 in de Ligue 1 kwam hij tot 30 goals in 37 wedstrijden, hij werd toen als spits opgesteld bij PSG. Daarvoor maakte hij slechts 5 goals in 17 duels.' Ook wordt de tweebenigheid van Dembélé benoemd: negentien goals maakte hij met rechts, veertien met links.
In Le Parisien een groot interview met Rolland Courbis, die trainer was van Dembélé bij Stade Rennes. Hij gaat ook in op de benenkwestie van Dembélé, gevoed door een bijzonder statement van een toen nog piepjonge aanvaller. 'Ik vroeg aan hem of hij echt niet wist of hij links- of rechtsbenig was', doelde Courbis op een interview waarin Dembélé eerst aangaf dat hij linksbenig was, om vervolgens aan te geven dat hij het beste schiet met zijn rechtervoet. 'Toen zei ik tegen hem: als je een penalty gaat nemen, hoe bepaal je met welke voet je gaat schieten. Doe je kop of munt? Hij zei dat hij de penalty's met rechts nam, dus hij neigt meer naar zijn rechterbeen.'
RMC Sport beschrijft het carrièrepad van Dembélé. 'Van inefficiënte amateurdribbelaar tot 's werelds beste speler: de opkomst naar de Ballon d'Or van Dembélé is duizelingwekkend. Vorig jaar zat hij niet eens bij de laatste dertig genomineerden, dus aan het begin van het wonderseizoen 2024/25 werd hij niet gerekend tot een kanshebber voor de Gouden Bal. Hij werd gezien als een spectaculaire en inconsistente speler, die het voor elkaar kreeg om magische momenten te verpesten met een wreed gebrek aan efficiëntie. Maar de frustrerende (en soms bespotte) dribbelaar is in de loop van de laatste maanden van het afgelopen seizoen gemuteerd tot een effectieve leider.'
Vol trots meldde Le Figaro dat Dembélé de zesde Franse winnaar van de Ballon d'Or is, na Raymond Kopa (1958), Michel Platini (1983, 1984, 1985), Jean-Pierre Papin (1991), Zinédine Zidane (1998) en Karim Benzema (2022). 'Een geweldig gezelschap in het pantheon van het Franse voetbal. Een logische en verdiende eindzege, maar zeker niet verwacht gedurende het seizoen. Eigenlijk tot aan december niet. Pas toen begon PSG echt aan zijn klimtocht naar de Europese top.'
Lees hier hoe internationale media naar de Ballon d'Or-zege van Dembélé keken






