Engeland heeft veel te weinig toppers
Als voetballand neemt Engeland in Europa een prominente plaats in. Die kwalificatie is terecht op basis van de eigen topcompetitie, het Premiership. De nationale ploeg tracht mee te liften op de populariteit van de volkssport, maar kan qua resultaten de gunst van het publiek de laatste jaren niet winnen.
© Pro Shots

Engeland staat altijd in het rijtje outsiders zodra een groot toernooi in aantocht is, maar een voorname rol speelt het vrijwel nooit. Bondscoach Sven-Göran Eriksson is er dan ook veel aan gelegen komende zomer in Portugal wél te presteren. Anders kan de ambtstermijn van de Zweed na drieënhalf jaar weleens zonder enig hoogtepunt aflopen.
Engeland worstelt echter met een groot probleem en een oplossing lijkt niet in zicht. De nationale ploeg lijdt zichtbaar onder de aanwezigheid van de vele internationale toppers in het Premiership. Engelse spelers krijgen nauwelijks de kans zich te ontwikkelen tot vaste waarden en hun toekomst en daarmee die van de nationale ploeg is in het geding.
De top-drie van Engeland (Manchester United, Arsenal en Chelsea) teert al jaren op dure wereldsterren van over de grens. United heeft Ruud van Nistelrooy, Roy Keane en Ryan Giggs als bepalende spelers. Alleen de broers Gary en Phil Neville, Paul Scholes, Wes Brown en Nicky Butt zijn Engelsen. Bij Arsenal is de situatie nog schrijnender. Sol Campbell en Ashley Cole zijn de enige Engelsen die geregeld aan spelen toekomen tussen alle buitenlandse vedetten. Chelsea heeft zowaar nog vier potentiële internationals: John Terry, Frank Lampard, Joe Cole en Wayne Bridge.
Eriksson onderkent de problematiek, maar stelt anderzijds dat de Engelse spelers die hij selecteert wekelijks in een van de sterkste competities ter wereld uitkomen. De Zweed zegt voldoende mogelijkheden te hebben, maar op bepaalde posities is de nood hoog. Zo heeft Engeland een keepersprobleem. David James van Manchester City is eerste keus sinds het afhaken van David Seaman na het WK van 2002. Concurrentie is er niet of nauwelijks, want bijna alle Premiership-clubs hebben een buitenlander onder de lat staan.
Dezelfde zorgen openbaren zich voorin. Veelscorende Engelse spitsen zijn zeldzaam, want behalve Liverpool-ster Michael Owen, die bovendien (te) vaak geblesseerd is, leverde de zoektocht naar een tweede topaanvaller voorlopig alleen de naam Wayne Rooney op. De tiener van Everton is echter niet altijd zeker van een basisplaats bij zijn club en scoort ook te weinig. Met Owen en Rooney heeft Engeland dreiging, maar de alternatieven voor hen zijn minimaal. Emile Heskey en Darius Vassell komen simpelweg tekort voor het hoogste niveau.
Het doemscenario dat Owen en/of Rooney geblesseerd raakt, loert om de hoek. Niet voor niets probeerde Eriksson onlangs Alan Shearer tot een terugkeer te bewegen. De 33-jarige beroepsschutter van Newcastle United, die na EURO 2000 zijn interlandcarrière beëindigde, wees het verzoek echter af.
Nu zal de middenlinie de Engelse ploeg moeten dragen. Regisseur is de enige echte superster David Beckhaml, terwijl ook Frank Lampard, Steven Gerrard, Owen Hargreaves, Joe Cole, Kieron Dyer en Paul Scholes het vereiste niveau hebben. Maar een defensieve kracht zoals Roy Keane of Patrick Vieira ontbreekt. Phil Neville zal in die behoefte moeten voorzien.
Achterin zal Engeland de langdurig geschorste Rio Ferdinand missen. Gary Neville, Sol Campbell, Wayne Bridge, John Terry en Ashley Cole zullen verdedigend de zaken wel op orde krijgen, maar opbouwend zijn zij niet al te sterk.