'Een goede keeper wordt een heilige genoemd'

Praat mee!

Sinds kort weet ik wat het verschil is tussen een kabbelend bestaan in de luwte en de genadeloze filering van een gevallen topclub door een onderzoekscommissie.

© Pro Shots

'Een goede keeper wordt een heilige genoemd'

Twee betrouwbare handen. En wel die van Heurelho da Silva Gomes (foto), keeper te Eindhoven en de enige wereldster van het Nederlandse voetbal. Het is louter aan de fenomenale vingertoppen van de Braziliaan te danken dat een middelmatig elftal als dat van PSV kampioen wordt, voor de vierde opeenvolgende keer nog wel en dat scheelt op zijn minst één parlementaire enquête.

In acht dagen tijd doken er geheel vrijstaande Friezen, Zweden en Tilburgers voor hem op, ze kwamen in golven, maar ze stuitten allen op het magnetische veld dat Gomes rond zijn doel heeft gecreëerd. The last man standing, op de fragiele scheidslijn tussen succes en falen. Daardoor hield PSV de comfortabele voorsprong in de Eredivisie intact, bleef het Europees op koers en bevestigde Gomes nog maar eens zijn ongenaakbare status: hij is een heilige bij het leven, de Zeus van de Zestien.

Wie Gomes als een ongeïdentificeerd vliegend wezen succesvol door het strafschopgebied ziet zweven, begrijpt ook direct het boek Futebol van schrijver Alex Bellos. Die legt in zijn epistel uit waarom geniale veldspelers in Brazilië steevast een crack worden genoemd maar geniale keepers nooit. Die worden in tijdschriften en tv-programma's veelal uitgebeeld met een stralenkrans boven het hoofd en het is niet voor niets dat een flitsende redding in het zwaar gelovige land bij voorkeur wordt uitgeroepen tot een mirakel van een hogere macht. 'Een goede keeper wordt daarom een heilige genoemd', aldus Bellos. 'Het is alsof de Brazilianen niet geloven in de aardse kwaliteiten van de doelman zelf.'

En zo heeft Eindhoven een heilige en Amsterdam zijn schijnheilige. Dat is John Jaakke, voorzitter van de raad van commissarissen van Ajax, de gecrashte club die zo radeloos en hulpeloos is geworden dat ze een heuse onderzoekscommissie nodig heeft om de weg naar succes te wijzen. Toen op die zwarte zondagmiddag het mitrailleervuur van de Commissie Coronel door de Arena knalde, trok Jaakke het pantser van armoe op. Want wat zei de man die bij de club medeverantwoordelijk is voor elke uitgave boven de één miljoen euro op de aanbeveling dat de voorzitter van Ajax veel meer op afstand moet gaan functioneren? 'Als mijn rol wordt dat ik slechts nog voor Sinterklaas mag spelen, dan doe ik dat graag.'

Laat het onwaardige gestamel van nota bene de leidsman van het ooit chique Ajax op je inwerken en je weet: alleen deze opmerking al is reden voldoende om de eer aan jezelf te houden. Zo'n uitspraak bezigen op het moment dat het beleid dat je de afgelopen vijf jaar hebt gevoerd van alle kanten wordt gekraakt en op het moment dat de algemeen directeur die jezelf hebt aangezocht harteloos wordt geliquideerd, getuigt niet alleen van slechte smaak en heidense humor, maar ook van een gebrek aan respect voor de uitkomsten van de onderzoekscommissie. En zo'n lachend geaccepteerde degeneratie van je presidentiële ambt tot het binnenschrijden op een kinderfeestje met een rood tafelkleed rond de schouders en schimmel tussen de benen, bevestigt bovenal een karakter met louter egoïstische overlevingsdrang en een schrijnend gebrek aan ruggengraat.

Daarom wil ik nog een aanbeveling toevoegen aan de interessante reeks die de Commissie Coronel al aan Ajax heeft gedaan. Help de Kerstman een geslaagde staatsgreep plegen ten koste van Sinterklaas, zing desnoods de Paashaas met een knecht naar binnen of nog beter: ­schaf het Sinterklaasfeest gewoon helemaal af.

Want zo'n nepheilige, dat mag je goedgelovige kinderen toch niet aandoen?

Peter Wekking