Dirk Kuijt moet maar op zoek naar de nooduitgang
Sommige voetbalclubs gun je niets dan voorspoed. Liverpool FC, bijvoorbeeld.
© Pro Shots

Mijn sympathie voor The Reds komt voort uit een combinatie van factoren: het verleden dat even roemrijk als tragisch is, de fanatieke fans met hun prachtige clublied en de onweerstaanbare charme van Anfield Road dragen er het meest aan bij.
Dat een cultspeler als Robbie Fowler de bijnaam God kreeg, dat helpt ook. In Liverpool weten ze hun helden te eren. Nooit zal ik die avond in Istanbul vergeten, op 25 mei 2005. U weet wel, die finale van de Champions League tegen AC Milan, waarin Liverpool bij rust met 0-3 achter stond.
Het Atatürk Stadion puilde uit van de Liverpool-fans en voor de poorten stonden er nog eens tienduizend zonder toegangskaartje. Ondanks de uitzichtloosheid van de tussenstand zongen ze heel de pauze lang You never walk alone, velen met tranen in de ogen. Wat volgde was een inhaalrace zonder weerga.
Liverpool pakte Milan in de tweede helft bij de strot, scoorde driemaal en liet pas los toen de beslissende strafschoppenserie in Engels voordeel was beslist. Een week later zwalkten er nog steeds supporters in hun rode shirts door Istanbul. Ze wilden de plek waar het wonder zich had voltrokken simpelweg niet verlaten.
Hoe anders hangt de vlag er vijf jaar later voor. Liverpool is inmiddels veroordeeld tot de Europa League en een blik op de competitieranglijst biedt een nog veel vreemder beeld. Zestiende staan ze in de Premier League, ingeklemd tussen Blackpool en Wolverhampton Wanderers. Zestiende, van de twintig.
En het leed in Liverpool is nog lang niet geleden. Twee weken terug werd duidelijk dat clubeigenaar Tom Hicks alles in het werk stelt om aan te kunnen blijven in de directie.
Sinds het aantreden van de Amerikaanse zakenmagnaat in 2007 steeg de schuld van Liverpool van vijftig miljoen naar driehonderd miljoen euro. Maar daar heeft Hicks iets op gevonden.
Hij is in gesprek met Engelse banken om nieuwe leningen af te sluiten. Ooit wil Hicks de club met winst verkopen, vandaar. Bovendien biedt een verlengd directeurschap hem de mogelijkheid zijn zoon in ere te herstellen.
Tom Hicks junior stapte begin dit jaar noodgedwongen op, nadat hij een supporter per email grof had beledigd. Blow me fuck face, go to hell, I'm sick of you luidde zijn antwoord op de vraag van een fan die zich zorgen maakte om de toekomst van zijn club. Fris volk, kortom, de Hicksjes.
De supporter speelde de mail door naar de Engelse tabloids en Tom junior keerde met pek en veren terug naar Dallas, Texas. Maar zijn vader is nog steeds in Liverpool en wil van geen wijken weten.
De consequenties laten zich raden. Het supportersoproer wordt steeds grimmiger van toon en zolang Hicks de club als handelswaar blijft zien, zal er niet geïnvesteerd worden in nieuwe spelers.
Voor Dirk Kuijt is dat slecht nieuws. De aanvaller van Oranje vierde deze zomer zijn dertigste verjaardag en heeft nog altijd niets dan een KNVB-beker op zijn erelijst staan, in 2003 behaald met FC Utrecht.
Ook Kuijt vindt Liverpool een prachtclub, maar als hij nog wil oogsten in zijn clubcarrière moet hij rap op zoek naar de nooduitgang op Anfield Road. Internazionale probeerde de deur vorige maand voor hem open te zetten, maar Liverpool wilde van geen onderhandeling weten.
Kuijt verbeet zijn ergernis over de gang van zaken en werkt dezer dagen stug door aan het herstel van zijn schouderblessure. Over ruim drie maanden, als de transfermarkt de poorten weer opent, volgt misschien een herkansing.
Kuijt is normaliter geen type dat het spel hard speelt. Hij zou het toch eens moeten overwegen.
Simon Zwartkruis




