'Diego Maradona en het Stoitchkov-scenario'
Schitterende foto's vanaf het trainingscomplex van Manchester United, vorige week in de Engelse kranten. Diego Armando Maradona was op bezoek bij de landskampioen. Overal waar Pluisje zijn gezicht laat zien, herontdekken volwassen mensen spontaan het kind in zichzelf. De multimiljonairs van Europa's beste voetbalclub vormden daarop geen uitzondering. Rio Ferdinand, de stoere verdediger, omschreef zijn opwinding als die van een schoolkind dat oog in oog komt te staan met een filmster. Allemaal gingen ze op de foto met de nieuwe bondscoach van Argentinië, van Wayne Rooney tot Ryan Giggs. Het mooiste plaatje is die van Edwin van der Sar met Maradona. Om het enorme lengteverschil ietwat te camoufleren helt het lichaam van de doelman schuin opzij, waardoor hij nog slechts één kop boven de Argentijnse volksheld uitsteekt. En toeval of niet, op de voorkant van het keepershirt van Van der Sar staat het rugnummer van het grootste voetbalicoon uit zijn eigen vaderland, nummer 14.
© Pro Shots

Waar Johan Cruijff om duizend-en-een redenen nooit bondscoach van Nederland is geworden, hapte Diego Maradona bij de eerste de beste gelegenheid om het Argentijnse nationale elftal te gaan leiden toe. Het nieuws over zijn aanstelling leidde in Buenos Aires en verre omstreken tot de vertrouwde hysterische taferelen die Maradona al dertig jaar omringen. Slechts een enkeling waagde het zijn trainerskwaliteiten in twijfel te trekken en dat was niet de minste. Jorge Valdano, voormalig ploeggenoot van Maradona en het geweten van het Argentijnse voetbal, sprak van 'een groot risico'. Valdano is niet bijster onder de indruk van het trainersverleden van de nieuwe bondscoach, die halverwege de jaren negentig een blauwe maandag bij Deportivo Mandiyu en Racing Club op de bank zat. Valdano kreeg bijval van een andere Zuid-Amerikaanse voetballegende, Pelé. In de geest van Co Adriaanse zei de Braziliaan dat 'een geweldige voetballer nog geen geweldige coach hoeft te zijn'.
Dicht bij huis kennen we enkele voorbeelden van voormalige topvoetballers met een aangeboren talent voor het trainerschap. Frank Rijkaard gooide zichzelf in 1998 voor de leeuwen als bondscoach van het Nederlands elftal en deed het beduidend beter dan zijn opvolger, de ervaren Louis van Gaal. Franz Beckenbauer had zijn voetbalschoenen nog maar amper opgeborgen of hij leidde Duitsland naar twee achtereenvolgende WK-finales, waarvan hij de laatste in 1990 wist te winnen. Maar de tragische voorbeelden zijn talrijker.
Gheorghe Hagi, nota bene Maradona van de Karpaten genoemd, startte zijn trainersloopbaan als bondscoach van Roemenië. Na een half jaar werd de 125-voudig international ontslagen. In Mexico was alle hoop in 2006 gevestigd op Hugo Sánchez na diens aanstelling als bondscoach. De voormalige topscorer van Real Madrid werd na anderhalf jaar vol teleurstellende resultaten de laan uitgestuurd. Michel Platini slaagde er als bondscoach niet in zijn nationale elftal naar het WK '90 te loodsen en nadat Frankrijk tijdens het EK '92 in de poulefase uit het toernooi was gevlogen besloot hij zijn trainersambities op te geven. Hristo Stoitchkov verging het als bondscoach van Bulgarije al niet veel beter. De Europese voetballer van het jaar 1994 stapte een jaar na het mislopen van het WK 2006 op, na een oneindige reeks ruzies met spelers, collega-trainers en bobo's.
Dat de Argentijnse voetbalbond zich niet geheel heeft laten verblinden door de naam en faam van Maradona, blijkt uit het feit dat Carlos Bilardo als supervisor is aangesteld. Maradona handelt vanuit zijn hart, succestrainer Bilardo (als coach naast superster Maradona wereldkampioen in 1986) vaart op zijn verstand en misschien is het een combinatie die de Argentijnse voetbalbelofte kan inlossen. Het zou kunnen. Maar het Stoitchkov-scenario ligt meer voor de hand.
Simon Zwartkruis





