Diego
© Pro Shots

data-height="150" data-width="120" data-align="clear" data-caption="" src="http://www.vi.nl/upload/fd709ba7-e8dc-48fc-a0ac-c16a9de8e76a_image663232207560746613.jpg" /> Ook ik zat te grienen op de bank, om El Diego, en om alles wat we met hem zijn kwijtgeraakt. Een tijdperk van liefde was voorgoed voorbij, één van liefdeloosheid stond voor de deur. En steeds schoten die oude woorden door mijn hoofd: Ieder ander mag je op doping testen, maar van Maradona hadden ze met hun fikken moeten afblijven. 'Mensenregels gelden alleen voor mensen…', schrijft Mohammed Benzakour in de Volkskrant van zaterdag 17 november (bijlage Stroom, rubriek Landschap), een week na Maradona's benefietwedstrijd in Buenos Aires: 'Nog een keer die sensatie als zijn voet de bal schier onhoorbaar toucheert. Je zag dat de bal een zucht van zaligheid slaakte. Mijn rug rilde zoals het doelnet trilde.'
Meneer Benzakours liefde en verdriet over Diego Armando's verleden en heden is diep en oprecht. Hij denkt dat het bij mij anders ligt. 'Nee, dan sportrobot Kees Jansma, die in Sunday United meierde over een Argentijnse soap', schrijft hij. 'Over zijn mooie Diego-herinneringen die wreed werden verstoord door dat afgedankte lichaam daar op het veld. Oh meneer Jansma, u draagt een dikke bril, maar hoe blind zijt gij! Hoe lethargisch!’
Oh meneer Benzakour, ik en ongevoelig? Dat moet ik corrigeren. Omdat ik net zo bezeten ben als u als het gaat om El Pibe d'Oro, de magische nummer 10, El Diego. Ik mocht erbij zijn toen hij speelde voor Barcelona, voor Napoli, voor Argentinië in Spanje, Mexico en Italië. Ik volgde hem ademloos. Diego Armando Maradona is beter dan de grootheden Pelé, Johan Cruijff en Michel Platini en wat-ie ook in zijn privéleven heeft geflikt doet daar voor mij helemaal niets aan af. Alleen, ik heb zo'n wedstrijd als die van 10 november in La Bombonera niet nodig. Ik heb vorige week de commentator bij de beelden, Wilfred Genée, ook verteld dat ik niet al te lang heb gekeken. Omdat ik overgevoelig ben.
Voor (oud-)collega's van Maradona, die vanaf de zijkant glimlachen als hij de bal weer eens heeft beroerd, die hem knuffelen, zoenen, vasthouden, die hem niet aanvallen als hij de bal heeft. Ze doen zo neerbuigend, vond ik die minuten dat ik keek, en ik werd haast onpasselijk van het gevoel dat er spelers op het veld liepen die bij zichzelf dachten: Ach gut, laten we die afgeschreven Maradona nou nog maar eens een feestje gunnen en zelf een plukje publiciteit meepakken.
Ik heb het niet over de echte Boca- en Diego-fan, ik heb het over de schrijvers van de soap die het feest te vet aanzetten. Misschien huiverde ik bij voorbaat al bij de zekerheid dat deze wedstrijd notoire schrijvers van ingezonden brieven zou prikkelen tot woedende epistels over de asociale Maradona, vanwege zijn gedrag de sport onwaardig. En ja hoor, die verschenen prompt, waarbij het zijdelings ging over zijn geniale voetbalgevoel.
Ik ken Maradona uit stadion San Paolo, van waaruit hij het straatarme Napels tot leven bracht, ik zie zijn solo in Mexico moeiteloos voor me (met het beste tv-commentaar dat Theo Reitsma ooit heeft gegeven), ik zie zijn enorme krachtsinspanning tijdens het WK in Spanje, toen het team rondom hem het niet meer kon bijbenen, ik zie De Warming-Up in München voor me, toen een vol stadion de wedstrijd die volgde verder maar bijzaak vond. Ik hoef niet op een bedacht feest afscheid te nemen van Maradona, want ik neem geen afscheid van Maradona. Ik koester mijn video's en plakboeken en wil nooit de indruk hebben dat er mensen zijn die op medelijdende toon praten over de grootheid die hij ooit is geweest.
Ik draag een dikke bril en iedereen mag mij ziende blind noemen, maar ik houd van Maradona. Op mijn manier.
Kees Jansma





