'De Witte Pelé in Alkmaar: bepaald geen fijn gezicht'

Praat mee!

Leonardo dos Santos Silva, nu FC Emmen maar ooit een veelbelovend talent bij één van de grootste clubs ter wereld, vertelde me eens hoe groot de voetballer Zico in Brazilië eigenlijk was.

© Pro Shots

fallback image 'De Witte Pelé in Alkmaar: bepaald geen fijn gezicht'

'Toen ik bij de jeugd van Flamengo trainde, kwam hij op een dag zomaar langslopen', zei hij. 'We dachten dat we gek werden. Alle elftallen stopten meteen met voetballen en iedereen rende naar het hek. Met honderden jongetjes stonden we daar, alleen maar om naar Zico te kijken. Niemand durfde iets te zeggen of te roepen, we keken alleen maar. Zo groot was hij nou in Brazilië.'

Vorige week was Zico even in Nederland. Zijn Olympiakos Piraeus kwam tegen AZ voetballen. Daar liep hij dan, halverwege de middencirkel, op een natte maandagavond en in een lelijk rood trainingspak. Zijn kalende kruin hield hij iets schuin in de Nederlandse motregen, zijn ogen knepen samen tegen de wind.

De tweevoudig Wereldvoetballer van het Jaar had het koud, dat kon je goed zien. Hij hield één hand in zijn broekzak en trok een beetje met zijn been. Om de paar meter bukte hij licht door zijn knieën en liet dan in slow motion een pylonnetje in het gras vallen. Dat maakte het beeld er niet spannender op.

Ook een dag later, tijdens de wedstrijd, oogde Zico niet al te energiek. In de dug-out zat hij het merendeel van de tijd weggedoken in zijn donkere winterjas en staarde roerloos naar hetgeen zich voor zijn neus afspeelde. Het ontbrak er alleen nog aan dat hij een pakje zware shag uit zijn zakken zou opdiepen en er uit verveling vast een begon te draaien voor in de rust.

In Alkmaar zat Zico erbij alsof hij er niet helemaal vrijwillig was, maar dat zijn aanwezigheid onderdeel uitmaakte van een lange taakstraf. Niets in zijn lichaamstaal herinnerde nog aan zijn sensationele jaren als speler, de jaren zeventig en tachtig, toen hij De Witte Pelé werd genoemd en in Rio de Janeiro alleen nog het Christusbeeld boven de stad groter was dan hij.

Alles was nu anders.

De wondervoetballer om wie altijd het aura van een filmster had gehangen, bleek als trainer te zijn verschrompeld tot een man met de uitstraling van een natgeregend bushokje. Ook van zijn ideeën van toen was nog maar weinig over. In 1982 had hij als boegbeeld van Brazilië model gestaan voor één van de mooiste en aanvallendste WK-elftallen aller tijden.

Maar als trainer schroomde hij tegenwoordig niet om vijf verdedigers op te stellen. Aan schoonheid had Zico helemaal geen boodschap meer, dat was wel duidelijk. Hij liet Olympiakos soms voetballen alsof er helemaal geen publiek bestond. Net als alle andere trainers ging het hem nu alleen nog om het resultaat.

Na afloop van de wedstrijd nam hij geroutineerd plaats achter wat microfoons en hielp nog wat clichés de wereld in, overtuigd dat dat zo hoorde. Daarna stapte hij in de spelersbus en liet zich zwijgend uit Alkmaar wegvoeren. Het was allemaal geen fijn gezicht. Zico, ooit de grootste voetbalattractie ter wereld, die blij was met een doelpuntloos gelijkspel tegen AZ.

Het is bijna misdadig wat het moderne trainersvak soms met onze allergrootste spelers doet.

Michel van Egmond

Video