'De vermoorde onschuld van opa Jorge'
Het is ruim dertig jaar geleden, maar dankzij het schaamteloze gebral van Transavia-gezagvoerder Julio Poch herinner ik me alles weer. Onder het genot van een alcoholische versnapering vertelde Poch zijn collega's dat hij tussen 1976 en 1983 als piloot bij de Argentijnse marineluchtvaartdienst vliegtuigen van de militaire junta had bestuurd van waaruit ruim duizend dissidenten levend in zee werden gegooid.
© Pro Shots

Zijn toehoorders gruwden van die verhalen en lichtten de directie in, maar van hogerhand werd er nooit ingegrepen. Daarom stapten de verbijsterde werknemers van Transavia ten einde raad naar justitie. De nationale recherche stelde wél een onderzoek in en het kan geen toeval zijn dat Poch op zijn laatste werkdag voor zijn pensioen werd gearresteerd op de luchthaven van Valencia.
Dat moest in Spanje gebeuren, omdat hij ook een Nederlands paspoort heeft en uitlevering aan Argentinië, dat een internationaal opsporingsbevel had uitgevaardigd, daardoor niet mogelijk is. Poch werd gezocht in verband met vier Argentijnse strafrechtelijke onderzoeken naar martelingen en verdwijningen via de vluchten des doods.
Hij was destijds luitenant-vlieger bij de Fuerza Aeronaval, opgeleid op de beruchte Technische Hogeschool van de marine in Buenos Aires. Na zijn studie vloog Poch in een Lockheed Electra L188. Deze vrachtvliegtuigen werden gebruikt voor het spoorloos laten verdwijnen van politieke gevangenen. Ze werden verdoofd, uitgekleed en boven de Atlantische Oceaan via de grote vrachtdeur in zee gegooid. Sinds 1988 werkte Poch voor Transavia, waar hij opklom tot gezagvoerder, instructeur en examinator.
Tijdens de aanloop naar het WK van 1978 in Argentinië was Poch een anonieme beroepsmilitair, maar dankzij de rapporten van Amnesty International waren deze schokkende feiten al bekend. De Nederlandse media berichtten er uitvoerig over. Voetbal International bracht zelfs een nationale discussie op gang met de vraag of Oranje moest gaan voetballen in een land waar de mensenrechten werden geschonden.
De cabaretiers Bram Vermeulen en Freek de Jonge voerden actie met hun programma Bloed aan de paal, waar de KNVB zich geen raad mee wist. Veel bondsleden waren namelijk van mening dat het Nederlands elftal zich niet in de martelkamer van Zuid-Amerika moest laten misbruiken ter meerdere eer en glorie van het moorddadige regime van generaal Jorge Videla.
Hoewel in Argentinië verschrikkelijke moordpartijen plaatshadden, er systematisch werd gefolterd in de gevangenis die letterlijk op de hoek van het River Plate Stadion lag en dat er duizenden dissidenten spoorloos verdwenen, ging Oranje toch spelen in het land dat een groot sportevenement misbruikte om het eigen imago op te krikken. Zoals Adolf Hitler dat in 1936 met de Olympische Spelen in Berlijn ook al deed.
De aankomst in Buenos Aires zal ik nooit meer vergeten. Het vliegtuig met de spelers en de pers werd opgewacht door de Nederlandse ambassadeur. Jonkheer Donoré van den Brandeler, met een klassieke hete aardappel in zijn keel, had zich verheugd op alle publiciteit en dacht de show te stelen door de situatie in Argentinië te bagatelliseren.
Hij ontkende dat de bevolking gebukt ging onder een militair juk. Volgens de deftige diplomaat had het volk de revolutie met gejuich ontvangen en hij had zich dan ook gestoord aan de publicaties in de Nederlandse media. Videla noemde hij een keurige katholiek, een standvastige kerel die uit het goede hout was gesneden en als generaal bij uitstek geschikt was het onder de corrupte Pérons op drift geraakte land weer in balans te krijgen.
Een paar straten verderop demonstreerden De Dwaze Moeders op de Plaza de Mayo. Zij waren wanhopig op zoek naar hun verdwenen kinderen, van wie nooit meer iets werd vernomen, doordat ze uit het vliegtuig van Poch waren gegooid of waren doodgemarteld in de gevangenis. De Nederlandse internationals vonden het allemaal niet relevant.
Zij klaagden over het afgelegen hotel in Potrerillos aan de voet van de Andes, nabij de Chileense grens. Spits Dick Nanninga zei dat hij zich nergens zorgen over maakte. Als de militairen gingen schieten, zou hij die kogels gewoon terugkoppen. Wim Suurbier maakte het nog bonter, maar verwoordde wél de mening van de spelers.
Hij vroeg zich af of er gevangenen zouden worden vrijgelaten als Oranje was thuisgebleven. Suurbier vond het te ver van zijn bed om zich er druk om te maken en voegde er nog aan toe dat de voetballers tijdens de training gevangenen omver gingen schieten. Uiteindelijk zou alleen keeper Jan Jongbloed zich in een interview met Frits Barend en Henk van Dorp in Vrij Nederland kritisch uitlaten over de politieke situatie in Argentinië.
Ex-dictator Videla, die tussen 1976 en 1981 aan de macht was, werd in 1985 veroordeeld. Aanvankelijk ontsprong hij de dans door een generale amnestie. Maar in 2003, na het aantreden van president Nestor Kirchner, koos de Argentijnse regering nadrukkelijk de kant van de slachtoffers van het junta-regime. Videla stond slechts onder huisarrest.
Het pand aan de Cabildo 639 in de wijk Belgrano was een verzamelpunt van demonstraties. In 2008 moest Videla alsnog terechtstaan voor zijn daden, waaronder babyroof en het vermoorden van de moeders. Jorge Zorreguieta, de vader van prinses Máxima, was tijdens de dictatuur minister van Landbouw. Hoewel hij andere verantwoordelijkheden had, moet hij toch op de hoogte zijn geweest van alle wandaden. Als lid van de junta is hij medeverantwoordelijk.
Er zijn in die periode dertigduizend mensen verdwenen, maar de schoonvader van kroonprins Willem-Alexander is van harte welkom in Nederland als hij zijn dochter en kleinkinderen wil bezoeken. Zorreguieta had op z’n minst voor de Nederlandse televisie opening van zaken kunnen geven en zijn spijt kunnen betuigen voor wat er tijdens zijn ambtsperiode is gebeurd.
Prinses Máxima treft geen blaam, maar geen politicus durft zijn vingers te branden aan haar vader. Het koningshuis is heilig in Nederland. Overtuigde republikeinen voeren geen actie, omdat dat zinloos is. Maar het neigt sterk naar selectieve verontwaardiging nu Poch aan de schandpaal wordt genageld, terwijl Zorreguieta de vermoorde onschuld acteert en bij de kroonprins thuis met zijn kleinkinderen op schoot zit.
De Oranje-spelers waren niet geïnteresseerd in het lot van De Dwaze Moeders. De huidige teammanager Hans Jorritsma ging in 1978 wél naar de Plaza de Mayo, toen hij als international in Buenos Aires verbleef voor het WK hockey. Samen met teamgenoot Piet Gunning zocht hij contact met de vrouwen die kinderen en kleinkinderen kwijt waren.
Een andere hockeyer, Paul Litjens, schreef een kritische column in NRC Handelsblad en uiteindelijk weigerde Jorritsma zijn medaille in ontvangst te nemen uit handen van Videla. Oranje-aanvoerder Ruud Krol hoefde die principiële keus niet te maken, doordat Nederland de finale verloor van Argentinië, maar ik vrees dat hij vrolijk had meegewerkt aan de junta-promotion. Met als veelgehoorde drogreden dat je voetbal en politiek gescheiden moet houden.
Johan Derksen