'De vermenselijkte klaagmuur'

Praat mee!

  Vreemd toch, wat voetbal allemaal met mensen kan doen. Neem de PSV-supporters. In december wilden ze de kampioenskar nog opsieren met winterbanden, afgelopen zaterdag joegen in Nijmegen de tranen door hun ogen.

© Pro Shots

'De vermenselijkte klaagmuur'

En dan Ronald Koeman. De stoere verdediger van weleer heeft ook al zo'n merkwaardige metamorfose ondergaan. Rond de jaarwisseling, toen PSV nog ongenaakbaar was in de Nederlandse competitie, ging de branie met hem aan de haal. Met nauwelijks verholen liefde en verheerlijkt door zichzelf gaf Koeman de ene na de andere tik op de vingers van zijn vijanden. Met de vlam tussen zijn tanden rekende hij af met Louis van Gaal en ook zijn voormalige werkgever Ajax kreeg sneer op sneer.

Van de fierheid en eigenwaan van toen is niets over. Sinds PSV bezig is aan een sensationele instorting straalt Ronald Koeman van zelfbeklag. In zijn mond zoemt al geruime tijd de zwanenzang van alles is vergeefs. Met zijn ogen donkerder dan de nacht en zijn handen gevouwen tot een smekend gebed klinkt er na elk puntenverlies dezelfde litanie: We hebben een mentaal probleem, kleine pijntjes worden grote pijntjes, de Champions League valt nu wel erg zwaar en wat ook niet eerlijk is, is dat tegenstanders in de Eredivisie wel een hele week hebben om zich op een wedstrijd tegen PSV voor te bereiden. Wie Ronald Koeman al wekenlang hoort zuchten en steunen, denkt alleen maar: het leven is één groot offer.

Ik snap niets van die wanhoopstocht. Als een trainer zich al opwerpt als de eerste onder de treurwilgen, dan roep je het onheil als vanzelf over je af. 'Als je zegt dat je in de hoek zit waar de klappen vallen, dan kríjg je ook klappen', oordeelde Louis van Gaal afgelopen zondag vilein. In plaats van zich strijdbaar op te stellen, heeft PSV zich bijna vrijwillig geschikt naar de zichzelf vervullende profetie. Leiden is lijden geworden, vooral ook in de geest, en het is deels in de hand gewerkt door de urmende trainer.

Door de afgelopen weken een enkele speler groot te maken, maakte Koeman namelijk in één en dezelfde ademstoot ook andere voetballers klein. De verhalen over de onmisbaarheid van Alex namen zulke enorme vormen aan dat ook Manuel da Costa en Carlos Salcido zijn gaan geloven in de plotselinge zwaarte van hun bestaan; zwalkend gaan ze de laatste weken over het veld. En door de eveneens enige tijd absente Arouna Koné herhaaldelijk af te schilderen als een afgezant van een hogere macht, zijn diens plaatsvervangers zich op slag halve stumpers gaan voelen. Aan het gegeven dat diezelfde Koné in het begin van de competitie ook door Koeman werd bekritiseerd vanwege diens schotloosheid ging eenieder voorbij. En wat te denken van Mika Väyrynen en Eric Addo? Eerder in het seizoen werden ze in Eindhoven nog overbodig verklaard, anno nu moeten ze wekelijks opdraven om een reddeloos lijkend elftal voor de ondergang te behoeden. Het draagt allemaal niet bij tot een vredige en stabiele kleedkamer.

Eigenlijk geeft het geen pas, dat dorpse gejeremieer van Koeman. Wie topclub wil zijn, moet niet alleen de financiële geneugten maar ook de lasten van een zwaar programma willen dragen. Wie wekelijks – of nog vaker - op het hoogste niveau moet presteren, wéét dat er ook slachtoffers kunnen vallen. Zie AZ, dat het al maanden moet stellen zonder de internationals Stijn Schaars en David Mendes da Silva. Zie Ajax, dat niet kan beschikken over zijn verdedigingscentrum Jaap Stam-Zdenek Grygera. En wie met AZ en Ajax in een macabere titeldans verzeild is geraakt, moet beseffen dat die strijd in de slotfase vooral wordt beslecht door collectieve mentale weerbaarheid en minder door de vorm van de dag. Juist als de druk op z'n hoogst is, word je als topsporter getest en gevraagd. En een trainer die zich gedraagt als vermenselijkte klaagmuur is dan de dood in de pot.

Peter Wekking  

Video