De nieuwe Zlatan Ibrahimovic is opgestaan
De gele kaarten zijn verdwenen en bij de opstootjes loopt Zlatan Ibrahimovic tegenwoordig voorop om de vrede te stichten. De Zweed (22) heeft bovendien ontdekt dat een lelijk doelpunt belangrijker is dan een mooie actie. Het grillige talent is langzaam maar zeker veranderd in een zelfbewuste prof. Er is een nieuwe Zlatan Ibrahimovic. Een ontwapenende monoloog over zijn wantrouwende karakter, de psychologie van de kleedkamer en zijn stugge relatie met de Zweedse pers.
© Pro Shots

Het karakter
Ik weet dat ik wat laconiek oog. Mensen hebben een beeld van me dat het me allemaal weinig interesseert en dat ik arrogant ben. Maar dat beeld klopt niet. Ik denk dat het wat te maken heeft met mijn moeilijke beginperiode in Nederland. Als ik niet goed speel, voel ik me ook niet goed. En in die beginperiode had ik het heel moeilijk. Je bent negentien jaar, de club van je dromen heeft veel geld voor je neergelegd om de nieuwe midvoor te worden en het lukt niet. Je bent dan volledig op jezelf aangewezen om daar uit te komen. Ik was alleen in Nederland, ik had niemand. Met wie praat je daarover, hoe moet je daar mee omgaan? In zon periode bel je veel naar huis, praat je daarover met vrienden. Maar uiteindelijk lost dat niet zoveel op, je moet het allemaal zelf doen. Ik keer dan in mezelf, ga piekeren. Ik ben niet makkelijk te benaderen, dat weet ik, ik ben van nature vrij wantrouwend.. Ik heb maar weinig echte vrienden en dat zijn vrijwel allemaal jongens met wie ik ben opgegroeid. Ronald Koeman heeft aan me getwijfeld in die periode en misschien wel terecht. Ik luisterde wel naar hem, maar misschien drong het niet helemaal tot me door. Ik was zo teleurgesteld in mezelf, dan bouw ik een schild om me heen waar niemand doorheen kan dringen. Mensen leggen dat dan uit als arrogant, maar dat is het niet. Dan ben ik gewoon bitter, ontevreden over mezelf.
De overgang
Zlatan, je moet naar de eerste paal. Bij Ajax riepen ze dat in het begin voortdurend tegen me, maar ik wist niet eens wat ze daarmee bedoelden. Daarom was dat best moeilijk voor me, ik was dat helemaal niet gewend. Bij Malmö speelden we 4-4-2, net zoals vrijwel elke ploeg in Zweden. En ik was in dat systeem een van de twee spitsen. Bij Malmö was ik de man van de actie, de man die de bal in de voeten kreeg en daar wat mee moest doen. Om mij heen speelde dan een andere spits, Mats Lilienberg. Dat was de man van de loopacties, degene die de hoeken indook. Bij Ajax werd opeens iets van me gevraagd waar ik in mijn hele leven nog nooit op was gewezen!
Er is veel met me gepraat en druk op me uitgeoefend. Plotseling moest ik gaan nadenken over dingen, terwijl ik nog nooit had nagedacht over voetbal. Ik had altijd op gevoel gespeeld. Pas toen ik zeventien jaar was, werd voetbal serieus. Ik was altijd wel een talent, alleen begreep ik pas op die le-eftijd dat ik misschien wat kon bereiken. Clubs kwamen me bekijken. Op een gegeven moment zaten zelfs twintig scouts voor me op de tribune. Toch stond ik nooit stil bij mijn spel. Ik heb weliswaar mijn hele leven doelpunten gemaakt, maar ben nooit een echte goalgetter geweest. Je weet wel, zon sluipschutter, iemand die je de hele wedstrijd niet ziet en dan toeslaat. Integendeel, ik ben altijd iemand geweest die wat wil laten zien. En met die acties kwamen de doelpunten vanzelf. In mijn eerste seizoen bij Ajax maakte ik opeens kennis met druk: Je moet scoren. Dat gevoel kende ik niet. Het eigen publiek begon me uit te fluiten, dat had ik nog nooit meegemaakt. Natuurlijk werd er voortdurend tegen me aangepraat. Zlatan je mag daar geen actie maken. Zlatan, blijf weg van de bal. In zon periode dat het slecht gaat geeft iedereen je zoveel advies.maar als ik naar alle adviezen had geluisterd, was ik geen Zlatan meer geweest. Het leek wel dat er helemaal niets meer deugde aan mijn spel.
Het zelfvertrouwen
In die periode vormden de trainingen mijn houvast. Daar lukte alles nog steeds, op het trainingsveld voelde ik me sterk en deed ik mijn acties. Dan krijg je toch zoiets van: zie je wel, ik kan het! Dit kan toch niet verkeerd zijn? Daarom verloor ik nooit mijn zelfvertrouwen. Ik wist dat ik mijn kwaliteiten niet kwijt was. Ik kreeg ook iets koppigs over me. Ik wil helemaal geen target spits worden. Dat ben ik niet. Ik ben niet iemand die de bal alleen maar kaatst en dan weer verder beweegt. Daarom hebben ze je niet gehaald, zei ik tegen mezelf. Ik ben aanvaller van Ajax omdat ik goed kan dribbelen. Dat hebben ze gezien in Zweden en daarom hebben ze me gehaald. Dat klopt toch? Als ik in Zweden de bal alleen maar had gekaatst, had ik nu nog bij Malmö gespeeld. Ik heb daarom nooit aan mezelf getwijfeld. Dan mocht ook niet. Zonder zelfvertrouwen was ik alles kwijtgeraakt. Ik besefte dat dit een beslissend moment in mijn carrière was. Als ik dit zou overleven, dan had ik een belangrijke stap vooruit gemaakt.
De scherpte
Natuurlijk moet je daaruit niet concluderen dat ik niet wilde leren. Integendeel. Ik wilde gewoon niet kwijtraken waar ik goed in ben. Maar de andere facetten in het spel wil ik wel degelijk leren. Ik snapte ook wel dat het me alleen maar tot een betere speler maakte. En ik heb mezelf ook verbeterd de laatste jaren. Ik maak meer doelpunten. Dat is een geleidelijk proces geweest. In Zweden was alles vrij makkelijk voor me. Als ik daar voor het doel kwam, had ik echt iets van: Hoe zal ik hem er nu in schieten?. Ik voelde dat het publiek ook altijd wat moois van me verwachtte. Na die moeilijke periode in Nederland begon ik te beseffen dat het uiteindelijk maar om één ding ging: die bal moet tegen het net. Dan kom je in een proces dat je jezelf dwingt scherper te zijn voor de goal. Net zo lang totdat het een automatisme wordt. Je kijkt naar wedstrijden, je let op echte topscorers zoals Inzaghi, Sjevtsjenko, Vieri. Waarom maken zij voortdurend doelpunten, waarom staan zij altijd op de goede plaats?
Het evenwicht
Ik heb meer zelfvertrouwen aan de bal. Daardoor is de balans beter, er is nu een beter evenwicht in het kiezen voor de individuele actie en het simpel spelen. Je leest een wedstrijd beter, je voelt beter aan wat er gevraagd wordt. Je moet het zo zien: eerst was het talent de baas over mij. Nu ben ik baas over het talent. Snap je het verschil? En natuurlijk blijft dat zoeken naar de juiste balans elke wedstrijd opnieuw een strijd op zichzelf. Hoe sterk voel je je? Heb je dat gevoel van macht over je tegenstander? De actie is je kwaliteit, dus die moet je maken. Maar je kunt ook snel gaan overdrijven. Je moet je er dus bij gaan neerleggen dat je soms gewoon met de handrem op moet spelen. Hou het simpel, kaats wanneer dat gevraagd wordt, maak ruimte voor een opkomende middenvelder. Maar dat zijn dus allemaal ook dingen die verbeteren door ervaring. Door het spelen van veel wedstrijden herken je situaties. De vorige keer verloor ik de bal omdat ik dribbelde, dus nu moet ik hem eruit halen. Of nu niet aanbieden, maar wegblijven. De voorbereiding
Ik pieker best veel over mijn spel. Mijn vader neemt alle duels op de video op en als ik de wedstrijden terugkijk, zie ik nog zóveel fouten. Dat zijn dingen die je soms ook bepraat met de trainer. Als ik nu een wedstrijd instap ben ik meer gefocused dan vroeger, ik ben me meer bewust van wat ik moet doen. Ik bereid me altijd hetzelfde voor op een wedstrijd. Ik ga vroeg naar bed, ik rook en drink sowieso niet. Toch kun je nooit van tevoren zeggen of je goed zult spelen. Zelfs niet na de warming-up. Je hebt van die dagen dat je je ijzersterk voelt, maar dat daar in de wedstrijd niets van blijkt. En omgekeerd kun je net voor een wedstrijd het gevoel hebben pap in je benen te hebben, terwijl daarna gewoon alles lukt. Zolang je voorbereiding goed is en je er alles aan gedaan hebt, moet je daar niet in de war van raken.
De prof
Ik weet elke wedstrijd wel wie mijn directe tegenstander is, maar het is niet zo dat ik me daar enorm bezig mee houd. Ik denk dat zoiets voor een verdediger anders is dan voor een aanvaller. Een verdediger moet doelpunten voorkomen, alles is erop gericht jou het spelen onmogelijk te maken. Voor een aanvaller ligt dat anders, dan ga je van jezelf uit en niet van de tegenstander. Maar ik weet heus wel wat de kwaliteiten zijn van mijn tegenstanders. Ik zie alles op televisie. Alle wedstrijden, alle flitsen. En dan let je op de sterke en zwakke punten van verdedigers. Wie is snel, wie is agressief, wie geeft ruimte als je beweegt? Zijn ze sterk in de lucht, lopen ze van je weg bij balbezit? Eigenlijk zoek je voortdurend naar dingen waarmee je je voordeel kunt doen. Ik weet dat mensen soms denken dat ik een flierefluiter ben, maar eigenlijk ben ik dat helemaal niet. Het maakt me ook eigenlijk niet uit wat mensen van me denken, uiteindelijk gaat het er om wat je van jezelf vindt.
De zelfbeheersing
In het veld probeer ik me zo goed mogelijk te concentreren. Soms beginnen tegenstanders tegen je te praten, maar ik probeer me daarvoor af te sluiten. Waarom? Omdat zoiets toch ten koste kan gaan van je scherpte, je concentratie. Bovendien verspeel ik dan energie, terwijl zij zich er misschien aan kunnen optrekken. Tegenstanders zullen toch alles proberen om je uit balans te krijgen. Daarom reageer ik ook anders bij overtredingen of zware tackles. Hoeveel gele kaarten heb ik dit seizoen? Twee in de competitie! Daar ben ik trots op. En die heb ik alleen maar gekregen omdat ik een penalty probeerde te versieren. Ik heb geleerd dat spelers die je uit je spel proberen te halen in feite gewoon bang zijn. Ze moeten wel naar andere middelen grijpen. Dat besef ik nu beter. Vroeger werd ik dan kwaad. Als iemand mij wat deed vond ik dat ik wat terug moest doen. Nu heb ik zoiets van: Zo jongen, ben jij nu echt zo bang van me? Je moet er anders tegen aan kijken. Misschien is het zelfs wel een eer. Stel je voor dat ze helemaal niet naar je omkijken! Dat betekent eigenlijk dat het afgelopen is met je.
Het geduld
Soms moet je je aanpassen. Zoals laatst tegen FC Groningen. Toen stond er iemand tegen me die alleen maar op mij lette, hij wist zelfs soms niet eens waar de bal was. En voor hem stond ook iemand om de bal naar mijn toe af te schermen. Dan zit je dus in een hopeloze situatie als er geen steun komt. Vroeger kon ik daar moeilijk mee omgaan. Dan had ik me geërgerd aan de tegenstander en me misschien wel afgereageerd. Dan had ik het geduld niet kunnen opbrengen. Wanneer er dan eindelijk een bal was gekomen, had ik meteen een actie gemaakt. Of daar nu twee, drie of vier tegenstanders stonden. Maar inmiddels heb ik geleerd geduldig te blijven. Goed blijven bewegen en zelfs na die ene bal die je krijgt in tien minuten gewoon kaatsen als de situatie daar om vraagt. Dat doen de echte topspitsen namelijk ook. In dienst van de ploeg blijven spelen. En als de kans of de situatie zich niet voordoet, moet je dat accepteren. Bij Zweden heb ik zoveel geleerd van Henryk Larsson. Die blijft onverstoorbaar bewegen en wacht tot het juiste moment komt om toe te slaan. Ik heb zelf de discussie aangezwengeld hem over te halen zich weer beschikbaar te stellen voor het Zweedse elftal. Daar snapten een heleboel mensen niets van, omdat hij ook een spits is. Maar ik zie hem helemaal niet als een concurrent. Ik zie hem juist als iemand van wie ik kan leren, een speler die Zweden en mijzelf sterker maakt.
Zlatanmania
Als je hier een paar regels met uitspraken van mij publiceert, levert dat in Zweden paginas op in de tabloids. Ik weet dat dat moeilijk valt uit te leggen of voor te stellen in Nederland, maar dat moet je zo zien: voor Zweden ben ik samen met Ljungberg een van de bekendste spelers. In Nederland hebben jullie Kluivert, Van Nistelrooy en noem allemaal maar op. In Zweden is dat een stuk minder, dus heel veel concentreert zich vaak op mij, omdat ik bij de Zweedse jeugd vrij populair ben. En die aandacht kan dan ver gaan, heel ver. . Ik ben zelfs achtervolgd in Amsterdam omdat ze achter mijn huisadres wilden komen. In Zweden hebben ze gewoon fotos gepubliceerd van mijn appartement in Malmö. Lekker handig voor de inbrekers om te weten waar ik woon.
De beeldvorming
In de Zweedse kranten word ik vanaf mijn eerste wedstrijd bij Malmö neergezet als het schoffie. De voetballer uit de getto, die zichzelf omhoog heeft gevochten. Bij dat beeld horen rare uitspraken, uitspattingen en noem maar op. Dat ben ik niet, maar ik ben er door schade en schande achter gekomen dat ik me daar nauwelijks tegen kan wapenen. Na de wedstrijd tegen AZ wordt tegen me gezegd: Wat een fantastische goal Zlatan. Voor de grap antwoord ik dan eerst: Dat valt toch wel mee, ik maak ze zo vaak op die manier. Weet je wel, met een knipoog. En daarna zeg ik gewoon dat het inderdaad een bijzonder doelpunt is waar ik en de ploeg bijzonder blij mee zijn. Maar je snapt zeker wel wat er dan wordt uitgezonden? Alleen maar dat ik zeg dat ik de doelpunten altijd op die manier maak. En zo wordt opnieuw het beeld van de brutale, arrogante Zlatan bevestigd.
De achtervolging
Ik had laatst een aanrijding met mijn wagen. Gewoon iemand die me geen voorrang gaf en dat wel had moeten doen. Niets bijzonders, gewoon wat blikschade. Eerste vraag van de journalisten van de Zweedse tabloids: Was het zijn schuld? Maar het was mijn schuld niet, dus dan melden ze niets. Ik kan me daarover opwinden, maar ze hebben me pas echt kwaad gemaakt door een verhaal te maken over mijn moeder die nog steeds schoonmaakster is. Met een grote kop erboven: schande dat Zlatan met al zijn geld zo slecht voor zijn moeder zorgt. En dat terwijl mijn moeder dus gewoon ervoor gekozen heeft dat werk te blijven doen. Omdat ze daar plezier in heeft! Ze weten niet eens wat ik wel of niet aan haar geef, dat gaat ze ook helemaal niets aan. Daarom ben ik naar die journalist toegegaan en heb gezegd: Als wij elkaar op straat tegenkomen kun je beter naar de andere kant gaan. Staat er een dag later weer in de krant: Zlatan bedreigt journalist. Terwijl dat dus gewoon een manier van praten is van mij. Want als puntje bij paaltje komt, doe ik niets. Ik heb nog nooit gevochten in mijn leven.
De verantwoordelijkheid
Natuurlijk is mijn positie in de ploeg veranderd. In het begin was ik stil, maar dat was niet meer dan logisch. Als je niet speelt en derde keus bent, dan ben je ook geen vrolijke jongen in de kleedkamer. Dan voel je je niet geroepen je te bemoeien met het spel. Dat zou ook gewoon niet goed aanvoelen. Je gaat je mond niet opendoen als je niets gepresteerd hebt. Zoiets verandert geleidelijk. Op een bepaald moment speel je veel en zie je dingen in het veld niet goed gaan. Je begint een soort verantwoordelijkheid te voelen. Zo van: Als het niet goed gaat met Ajax, moet ik daar wat aan doen. En als je dan je mening geeft merk je ook dat daar wat mee gedaan wordt. Ronald Koeman heeft in het trainingskamp in Portugal Rafael (Van der Vaart, red.) en mij echt bewust gemaakt van die verantwoordelijkheid. Toen is ook bij ons tweeën het besef gekomen dat we elkaar sterker moesten maken. Uiteindelijk zal alleen Ajax daarvan profiteren.