'De laatste levenskus voor het Parkstadion'
Kom, dachten ze bij Heracles Almelo, laten we eens lekker op reis gaan. Tenslotte wachtte een competitieloos weekeinde, dus hup, allemaal de bus in. Gezellig naar Gelsenkirchen, helemaal in Duitsland, voor een oefenpotje met FC Schalke 04. Uitgelaten stemming.
© Pro Shots

Wisten de Tukkers veel dat ze terecht zouden komen in een historische gebeurtenis. Het knikkerpotje blijkt een heuse afscheidsmis, want het is de laatste keer dat er een voetbalwedstrijd in het roemruchte Parkstadion wordt afgewerkt. Na 35 jaar vol grootse geschiedenis heeft de bal hier na vandaag geen toekomst meer.
De milde herfstzon schijnt, er valt deze droeve donderdag een mooi licht over de vernieling. De kannibalen van de vooruitgang hebben verwoestend toegeslagen. Voor wie zich de kolkende kolos herinnert van de officiële openingswedstrijd tegen Feyenoord, de strafexpeditie van het Nederlands elftal een jaar later tijdens het WK tegen Argentinië of de wonderlijke goal van Wim Kieft in 1988 tegen Ierland, wacht een barre cultuurshock. Gelijk New York onder het ijs in The Day after Tomorrow.
Voor het Parkstadion in Gelsenkirchen heeft de laatste dag van gisteren geslagen. De hoofdtribune, waar Hollandse helden als Huub Stevens, Youri Mulder (foto) en René Eijkelkamp in de adelstand werden verheven, is een zwart gapend gat geworden. Stukken sintelbaan slingeren achteloos in het rond. Links achter het doel ligt een enorme berg grijs puin. Het is niet voor te stellen dat hier vroeger Duitse maagden opgewonden kirden bij de aanblik van de rocksterren van The Rolling Stones, Genesis en Pink Floyd. De wereldberoemde roltrap die de voetballers naar het veld bracht, beweegt alleen nog maar het geheugen van romantische geesten. Stairway to Heaven. En achter het rechterdoel torent de kille glazen pui van een luxe hotel waar vandaag de tapas worden aanbevolen. Vroeger werd hier tomeloos gejuicht voor de echte specialiteit van het huis, de spectaculaire omhaal van Klaus Fischer.
Daarom: liefde, weemoed en tragiek op een bijzondere dag die nog één keer wordt geplukt door een man in een rood hesje. De veldwachter stuurt een Almelose televisieploeg weg die op de grasmat een balletje trapt. Het einde der tijden mag dan voor het Parkstadion naderen, de erecode blijft van kracht. Geen stoethaspels op dit veld. Tenslotte betreft het hier gewijde grond, want de paus hield er in 1987 een heuse openluchtmis. 'Dit is prachtige grond', mijmert de man met veel gevoel voor agrarische nuance.
'Hier tref je nog lekkere regenwormen aan. Dit gras wordt ook nog bijna elke dag gemaaid en verzorgd. Het veld is om te zoenen.' Daarna wordt de laatste levenskus toegediend door de voetballers van Schalke en Heracles. Het moet gezegd: het Parkstadion heeft wel eens grootsere wedstrijden gezien. Het duel moet zelfs even onderbroken worden omdat de Tsjech Lukas Bajer de bal met een fraaie boog boven op de berg met puin achter het linkerdoel schiet. Een man met zonnebril en sigaar op de lip klautert omhoog. Het is Rudi Assauer, Schalke's succesmanager die in 2006 moest aftreden, die nu dienst doet als ballenjongen. Treuriger kan het niet worden verbeeld: wat geweest is, is geweest.
Niet lang nadat Albert Streit de laatste goal in het Parkstadion van zijn slof heeft laten dwarrelen, treedt in Gelsenkirchen een beladen stilte in. Natuurlijk speelt Schalke al weer jaren in zijn multifunctionele vliegende schotel die ook deze club een regenboog van goud moet garanderen. Toch is er het besef: opnieuw is er succesvol heiligschennis gepleegd op een fameus stuk voetbalgeschiedenis. En de moderne beeldenstorm zal alleen maar verder wakkeren. De Kuip, Anfield en al die andere kathedralen zullen vroeg of laat sneuvelen in de expansiedrift van het moderne voetbal en ook dan zal monumentenzorg geen thuis geven.
De vooruitgang eist nog een tol. Met de vervagende herinneringen zal romantisch gedweep zoals bovenstaand alleen maar verder toenemen. Lang leve De Adelaarshorst.
Peter Wekking





