'De helden van oudere jongeren sterven uit'

Praat mee!

Op weg naar Nijmegen, zag ik deze vrijdagavond vanaf de brug bij Heteren mijn geboortehuis liggen in de lommerrijke Kastanjelaan. Op dat moment realiseerde ik me plotseling dat ik precies vijftig jaar NEC-supporter ben. In 1956 zag ik voor het eerst, tussen mijn opa en vader in, vanaf de paddock-tribune NEC tegen De Valk voetballen. Supporter ben je voor het leven, dat heeft niets met resultaten te maken.

© Pro Shots

'De helden van oudere jongeren sterven uit'

De familie van mijn moeder komt uit het Waterkwartier, dat waren fanatieke SCH-aanhangers. Mijn vader komt van de Dukenburg, hij zat zondags op de klassieke houten hoofdtribune van het deftige Quick aan de Hazekampseweg. Met de komst van het betaalde voetbal lokte NEC zowel mijn opa als mijn vader naar De Goffert. Als exponent van de naoorlogse geboortegolf heeft mijn generatie de wereld en het voetbal zien veranderen. We hebben Elvis Presley en The Beatles zien komen en we hebben via Radio Luxemburg kennisgemaakt met rock-’n-roll en het medium televisie volwassen zien worden. We zagen de roemruchte voetbalhelden Abe Lenstra, Faas Wilkes en Frans de Munck nog voetballen. In mijn ogen zijn de Nijmeegse local heroes Tini van Reeken, Bennie Werts en Hans Verhagen de ultieme clubvedetten, al was de even in de provincie verdwaalde Amsterdammer Cees Kick de beste voetballer die het rood-groen-zwarte shirt ooit heeft gedragen.

Dat zal ongetwijfeld supporter-geneuzel zijn. Nostalgische gevoelens doen je namelijk vergeten dat de club destijds heel bescheiden in de tweede divisie speelde tegen Oldenzaal, Zwartemeer, Zeist en Velocitas. Er is veel veranderd in vijftig jaar, ook in Nijmegen. Ik ken het Waterkwartier nog als een knusse arbeiderswijk, tegenwoordig is het een verpauperd allochtonen-ghetto. Als u daar een wat ouder blank echtpaar tegenkomt, staat u niet oog in oog met Florence Nightingale en David Livingstone, maar met mijn ome Piet en tante Jo die als krasse tachtigers van geen wijken weten. Mijn generatie heeft het land ook zien en misschien wel laten verloederen.

De Goffert is tegenwoordig een moderne voetbalarena. Voorzitter Hans van Delft en zijn invloedrijke netwerk hebben van NEC een florerende onderneming gemaakt. Al mogen we nooit vergeten dat zijn voorganger Henk van de Water de club onder zeer moeilijke tijden op de been heeft gehouden. Van Delft heeft uitstekend werk geleverd, al blijf ik hem met een gezond wantrouwen volgen. Van Delft is namelijk geen voetbalman en nam de trouwe achterban heel autoritair het geliefde clubshirt af, omdat zijn marketingmaatjes een frisse wind wilden laten waaien. Zo kan ik nog wel honderd drogredenen bedenken. Tot zijn vijftigste was Van Delft als geboren en getogen Nijmegenaar nog nooit bij NEC geweest, maar er schijnt geen leuker speelgoed voor multimiljonairs te zijn dan een voetbalclub.

Jammer is wel dat de donaties van gefortuneerde supporters in spelers zijn gestoken die de club op de beslissende momenten in de steek laten. Ook tegen het onder Jan van Staa opgebloeide FC Twente was dat weer het geval. Zowel NEC als Twente reageerde positief op het vertrek van de hoofdtrainer. Twente putte er zelfvertrouwen uit, NEC etaleerde na een paar goede wedstrijden louter misplaatste arrogantie. Desondanks maakt de invloedrijke Ondernemers Sociëteit Regio Nijmegen zich sterk voor interim-coach Ronnie de Groot. Deze sponsors doen een beroep op het bestuur om De Groot als hoofdtrainer aan te stellen. Hij viel ooit al eens succesvol in voor Jimmy Calderwood. Nu doet de in het NEC-bolwerk de Wolfskuil wonende trainer het opnieuw goed sinds het vertrek van Cees Lok. De kansloze nederlaag tegen FC Twente was de eerste tegenslag voor Bikkeltje, zoals supporters hem vertederend noemen.

Alle oudere jongeren zijn opgegroeid met de Esso-elftalfoto’s. Eind jaren vijftig kregen automobilisten die bij Esso tankten een elftalfoto cadeau. De hele serie hangt in mijn werkkamer, naast het originele NEC-shirt. Op die foto’s staan de pioniers van het vaderlandse profvoetbal, mijn voorbeelden. De shirts zijn nog niet verkracht door de commercie en de stoere semi-profs maken zich nog niet druk over portretrechten. Ze poseren geduldig voor de ANP-fotograaf. Het vervelende is dat die generatie aan het uitsterven is.

Vorige week overleden vleugelspeler Lex Rijnvis en binnenspeler Henny den Engelse die met keeper Frans Kok, Guus Haak, Carol Schuurman en Mick Clavan poseren op de ADO-elftalfoto in de Esso-serie uit 1958. Den Engelse werd door trainer Rinus Loof bij RVC in Rijswijk ontdekt. Hij scoorde 36 keer voor ADO in de Eredivisie en vertrok uiteindelijk met Carol Schuurman naar DHC in Delft, omdat de nieuwe ADO-trainer Ernst Happel met jonge spelers wilde werken. Den Engelse was trainer bij VVM en supporter van zijn buurtclub Laakkwartier. Linksbuiten Rijnvis kwam van BMT naar ADO. Hij maakte deel uit van het populaire ADO-elftal met Frans Kok, Huub Scherpenisse, Henk Jans, Jan van der Meer, Karel Jansen, Harrie Vreken, Carol Schuurman en Mick Clavan. Hij schoot 56 keer raak voor ADO in de Eredivisie en bouwde zijn carrière ook af bij DHC. Als trainer had hij Rijswijk onder zijn hoede. Evenals Den Engelse woonde ook Rijnvis in het Laakkwartier. Nadat zijn rechterbeen was geamputeerd, verhuisde hij naar een aangepaste woonruimte in Zoetermeer.

De statistische gegevens steel ik uit het boek De bijbel van de Eredivisie van Evert Vermeer. Dankzij dit standaardwerk kan niemand meer liegen over zijn voetbalcarrière. De cijfers spreken voor zich. Het doet me goed dat ik ook voorkom op de eeuwige topscorerslijst van de Eredivisie. Ik scoorde slechts één keer, en nog wel tegen de schier onpasseerbare Wageningen-keeper Bert van Geffen. Maar ik ben in goed gezelschap. De stoere rechtback van PSV en Oranje Roel Wiersma, Feyenoorder Piet Steenbergen, de vader van Frank Rijkaard – hij scoorde voor Blauw-Wit – Dagblad van het Noorden-verslaggever Jan Mennega, ooit succesvol bij GVAV, Barry Hughes, Wiel Coerver en Tonny Bruins Slot schoten ook allemaal één keer raak.

Ik ken mijn plaats en mijn beperkingen, maar ik heb de namen Hugo Borst, Kees Jansma, Jack van Gelder, Wilfred Genee en Tom Egbers niet kunnen vinden. Om alle hoon, hatelijkheden en grappen vóór te zijn, wil ik er nog wel even aan toevoegen dat Willem van Hanegem 125 doelpunten maakte in de Eredivisie en Wim Kieft is zelfs goed voor 154 goals op het hoogste niveau.

De kleurrijke generatiegenoot George Best blijft zelfs na zijn dood voor ernstige problemen zorgen. Geld had hij niet meer, maar de nabestaanden zijn intussen wel geconfronteerd met een kleine vijfhonderdduizend euro aan ziekenhuisrekeningen en nog een paar ton andere schulden. Een testament had Best niet. Hij had bij een notaris laten vastleggen dat zijn beste vriend en manager Phil Hughes alles financieel zou regelen. Hughes had zoon Calum Best de flat in Cheyne Walk, Chelsea, al gegeven, toen zuster Barbara Best alle rekeningen kreeg van het wekenlange verblijf in Cromwell Hospital. Manager Hughes probeert nu via de verkoop van George Best-merchandising de schulden te betalen en het is nog maar de vraag of Calum in de flat van zijn vader kan blijven wonen. Waarschijnlijk moet hij genoegen nemen met het gouden horloge van de flamboyante volksheld.

Johan Derksen

Video

'De helden van oudere jongeren sterven uit'