'De enclave Friesland is gevallen'

Praat mee!

De vraag der vragen stond in het Abe Lenstra Stadion geschilderd op een spandoek: Midweekje Zweden, lekker uitgerust? Jazeker, beaamde Afonso Alves en hij knikte zeven keer.

© Pro Shots

'De enclave Friesland is gevallen'

Het was me het weekje wel voor de spelers van SC Heerenveen. Eerst weggevaagd door Zweedse doorlopers van Helsingborgs IF, vervolgens tijdens een avondlijke wandeling opgejaagd door Zweedse hooligans en daarna nog even als een wals over Heracles Almelo. Het meest bizarre was nog: keer op keer dienden ze zich zondagmiddag vol overgave in de armen te storten van Afonso Alves, de comeback-kid die ze enkele weken daarvoor nog hadden verketterd.

Liefst zeven keer beleefde de lekker uitgeruste spits het wonder van de zestienmeter en zelfs de nonnen in het klooster van de Orde van de Heilige Maagd in Alves' geboortestad Belo Horizonte sloegen in dankbaarheid een kruis. Van Almelo hadden ze nog nooit gehoord, maar Heracles droeg op z'n minst de heroïsche klank in zich van de berg Olympus die toch maar mooi was bedwongen. Dat Alves in werkelijkheid FC Madame Tussaud ontmantelde en op die lieflijke zondagmiddag elf wassenbeelden tegenover zich vond, die context is voor onteerde azijnzeikers.

Ach, Afonso Alves Martins Junior, wat miste hij veel de afgelopen maanden. Hij miste vliegtuigen naar Nederland, hij miste trainingen en wedstrijden in Friesland en hij miste een bocht met zijn auto in Brazilië. Hij miste ook het respect van zijn werkgever die het bestond een bod op hem van vijftien miljoen van die bankiersclub uit Alkmaar te trotseren, hij miste begrip bij de trouwe Heerenveen-fans voor zijn repeterende verzuim en hij miste zelf het verstand en de moed zijn tot muiterij aanzettende zaakwaarnemers te trotseren.

En zijn naam, die werd een scheldwoord. Goddelijke klier.

Die zondagmiddag in Heerenveen werd alles anders in die wondere wereld van de voetballerij, waarin de kunst van het vergeten veelvuldiger wordt gepraktiseerd dan de kunst van de dubbele schaar. Trainer Gertjan Verbeek had tegen Heracles al drie wissels toegepast, maar haalde Alves toch voortijdig naar de kant ten teken dat zijn goalgetter onvervangbaar is. De tifosi op de staantribune die de Braziliaan twee weken daarvoor nog naar de verdoemenis hadden gebruld omdat ze zich bedrogen voelden in de liefde, veranderden op slag in een engelenkoor dat zijn herrezen held minutenlang devoot toezong. En de ingezetenen in de ereloge voor wijze mannen ­- de meesten al meer dan vijftig jaar fan van SC Heerenveen -­ wreven de sluiers vocht uit hun ogen. Zij hadden zojuist de reïncarnatie van Abe aan het werk gezien.

Niemand stelde echter die andere vraag der vragen: wat als Afonso Alves zich de voorbije maanden had gedragen als een normale werkgever in plaats van een afvallige en de voorbereiding had aangewend om op tijd in het ritme van de razende spits te komen? Hoeveel plaatsen hoger dan de elfde had SC Heerenveen dan in de Eredivisie gestaan? Hoeveel comfortabeler was dan de positie van trainer Verbeek geweest? Hoeveel meer overwinningspremies hadden Alves' medespelers dan kunnen opstrijken? Welke aantrekkelijke tegenstanders waren dan geloot voor de groepsfase van het UEFA Cup-toernooi nadat de Zweedse doorlopers van Helsingborgs achteloos opzij waren gezet?

Nee dus. In plaats van ook maar een seconde daarbij stil te staan, meldden supporters, trainers, spelers en Alves zich in de zevende hemel voor een collectief delirium. Zo gaat het dus ook al in Friesland. Dat eigenwijze landsdeel dat zich binnen ons koninkrijk afficheert als een eiland met een status aparte, waar de mannen en vrouwen eigengereid, stoer, to the point, ferm, fatsoenlijk, onafhankelijk en nuchter heten te zijn en slechts een tikje van de wijs raken als de temperatuur richting nul gaat.

Die Friezen dus, beleven het voetbal al net zo hypocriet, opportunistisch en blindmakend als alle andere wereldburgers. Als wij dus.

De enclave Friesland is gevallen.

Peter Wekking

Video

'De enclave Friesland is gevallen'