'De alwetende van Alkmaar gromt alweer'
Benieuwd naar de volgende bliksem van Co Adriaanse. Zes jaar geleden werd Frank Rijkaard aangesteld als bondscoach van het Nederlands elftal en Co sprak klare oppositietaal. Want Rijkaard was niet zoals hij zelf een product van de jarenlange en verheven Nederlandse trainerscursus, hij had niet tot in den treure geleerd, geblokt en de kastijding van verlies ondergaan om dat ingewikkelde vak te beheersen. Nee, hij was niet meer dan een groot voetballer geweest. Rijkaard is een beunhaas, sprak Adriaanse dan ook.
© Pro Shots

Ook nu hoor je in de verte het gemoed van de Alwetende van Alkmaar alweer grommen. Na het EK was Adriaanse in polls, enquêtes en op bieravonden van plattelandsjongeren een voornaam kandidaat om Dick Advocaat op te volgen en in zijn eigen verbeelding waarschijnlijk ook. Maar op weg naar de hoogste dug-out van het Nederlandse voetbal is hij - als Trainer van het Jaar - smadelijk ingehaald door de eerste de beste reservecoach van Ajax: Marco van Basten. Het is diezelfde Van Basten wiens helpende hand Adriaanse enkele jaren geleden bij Ajax afweerde onder het opzienbarende mom van een goed paard is nog geen goede ruiter. Zonder de ervaring van twintig jaar trainerschap in het betaalde voetbal, zonder de loutering van het werken bij gecompliceerde clubs zoals PEC Zwolle en ADO Den Haag en na slechts één jaar trainer te zijn geweest van wat Amsterdamse pubers en dan óók nog als assistent, mag diezelfde Van Basten nu de baas gaan spelen over s lands beste voetballers. Je kunt er donder op zeggen: daar komt bliksem van. Adriaanse heeft het al beloofd. Als de aanstelling van Van Basten officieel is, zal ik reageren.Benieuwd ook naar de nieuwe orde die Van Basten bij het Nederlands elftal zal scheppen. Als bondscoach zal hij ook de verloren gegane liefde tussen volk en spelers moeten herstellen. Het zal om de drommel niet meevallen. Als Oranje speelt beland je al snel in de ijle sfeer van planeet Venus, ver verheven boven aarde en de dood. De internationals van nu voetballen op velden die omgeven zijn door tankgrachten, verschansen zich in luxueuze forten van hotels, mompelen een paar korte zinnen tegen media vanachter een groot hek, in de ogen kun je door grote zonnebrillen ook al niet meer zien wat ze denken en pas als de nacht valt komen ze weer tot leven. De aaibaarheidsfactor is nul, het prikkeldraadgehalte hoog.Daarom was het ook zo mooi om vorige week die kinderlijke blijheid van Ed van Thijn te aanschouwen. De oud-minister was te gast in de Tour de France en voelde zich als Sjakie in de chocoladefabriek. Hij kon nog gewoon met wielrenners praten, kon zijn helden aanraken en ze zelfs omarmen als hij wilde. En het was slechts luttele minuten voor de start van weer een moordende etappe! Het wielrennen is nog een sport die dicht bij het volk staat. Koeien in het peloton, de karavaan op armlengte afstand aan je voorbij zien gaan en topsporters die tenminste nog de warmte van een mens uitstralen. Wielrenners zijn hun boerenkomaf niet vergeten, eten nog gehaktballen en stamelen één minuut na het bedwingen van de zwaarste col al weer hun overlevingsverhaal in een microfoon. Ook belangrijk: ze profiteren niet alleen, ze willen nog lijden. En dan vergeeft het volk spontaan alle epo-zonden.Ach, waren onze profvoetballers maar als de pedaleurs. Dan pelde de bruine schors vanzelf van hun ziel. Je probeert de voorstelling te maken. Edwin van der Sar stoempend en languit gebogen over een stuur, Edgar Davids met een geel petje op, of Clarence Seedorf die vanaf zijn zadel een plasje doet Vergeefs. Zelfs in de krachtigste verbeelding krijg je er geen beeld bij. Alles blijft op zwart.
Peter Wekking