Danny Buijs: ‘Het gevóél bij een club is voor mij belangrijker dan geld’
Danny Buijs (23) is in de voorbije jaargang één van de opvallendste spelers van revelatie FC Groningen geweest. Met een onuitputtelijk fanatisme sleurde hij zijn ploeggenoten met regelmaat over een dood punt heen, terwijl hij tegelijkertijd tegenstanders tot wanhoop dreef. Over de Euroburcht van Ron Jans, de zielige Louis van Gaal en de wil om de top te bereiken.
© Pro Shots

Beschouw jij jezelf inmiddels als een dragende speler van dit succesvolle FC Groningen?
In thuiswedstrijden wel. Het publiek reageert heel enthousiast op mij en van mijn ploeggenoten hoor ik dat zij daar ook kracht uit putten. Als wij even moeilijk in de wedstrijd zitten begin ik vaak met het jagen op de bal. Levchenko zei me laatst dat zoiets aanstekelijk werkt op de rest. In die zin voel ik dus de verantwoordelijkheid om het voortouw te nemen. ’
Toch ben je dit seizoen ook een paar keer gepasseerd door trainer Ron Jans.
Klopt, en daar hebben we ook discussies over gehad. Op een bepaald moment hebben wij ons door de buitenwacht een soort uitwedstrijdensyndroom aan laten praten. Het klopte dat we uit veel minder presteerden dan thuis, cijfers liegen niet, maar Jans slachtofferde mij en daar was ik het niet mee eens. We verschilden op dat gebied totaal van mening. Dat is nooit uitgesproken. Dat kan ook niet als je ergens heel verschillend over denkt. Maar ik ben geen speler die dan blijft zeiken. Ik doe mijn zegje en probeer me terug te knokken in het elftal. Dat is gelukt, maar ik kan niet vergeten wat er is gebeurd.’
Met in totaal acht doelpunten en dertien assists in officiële wedstrijden heb je toch laten je zien dat je meerwaarde hebt op het middenveld. Heeft dat jou verbaasd?
Best wel, want FC Groningen haalde me twee seizoenen geleden als rechtsback. Kurt Elshot, die al jaren een goede kracht was op die positie, wilden ze op het middenveld proberen en ik zou een kans krijgen op zijn plaats. We hadden in mijn eerste seizoen, net als dit jaar overigens, een hele slechte start. Met Kurt op het middenveld liep het voor geen meter. Ik had zelf het gevoel dat ik op het middenveld beter mijn ei kwijt zou kunnen, daar heb ik ook met Ron Jans over gesproken. Omdat Gijs Luirink geblesseerd raakte en Paul Mathijs zijn plaats moest overnemen, heb ik vooral als verdedigende middenvelder gespeeld. Op die plaats kwam ik nog wat handelingssnelheid tekort. Dit seizoen heb ik bijna alles hangend op rechts gespeeld en vooral in thuiswedstrijden liep dat perfect.’
Heb jij het goed gedaan als je over twee seizoenen nog bij FC Groningen speelt?
In principe niet, maar je bent als voetballer wel afhankelijk. Ik speel nu in een goed draaiend team, mede dankzij mijn ploeggenoten heb ik me zo goed kunnen ontwikkelen. Als FC Groningen goed blijft meedraaien kan ik me ook verder ontwikkelen. We moeten volgend seizoen geen dertiende of veertiende worden, dan kun je niet doorgroeien. Ik niet, maar de club ook niet. Daarom ben ik het ook niet eens met de doelstelling die de clubleiding van FC Groningen voor volgend seizoen heeft. Ze willen bij de eerste tien eindigen, maar de tiende plaats levert niets op. We moeten, als deze selectie intact blijft, bij die eerste negen komen. Met zo’n groep en iedere twee weken twintigduizend mensen op de tribune, mag je niet met minder genoegen nemen. Een club als FC Groningen hoort in het linkerrijtje We hebben dit jaar een unieke prestatie geleverd, maar we hebben het wel dik verdiend.’
Daar denken ze in Alkmaar anders over.
Dan hadden ze maar van ons moeten winnen in de play-offs. In de eerste wedstrijd gaven sommige spelers van AZ in de tweede helft gewoon geen honderd procent. Dat voel je in het veld. Met die gasten hoef ik dus geen medelijden te hebben. AZ en Ajax hebben in de Champions League meer in te brengen dan FC Groningen, maar daar hebben wij geen boodschap aan. Als je na honderdtachtig minuten voetballen aan de goede kant van de score staat, mag niemand zeggen dat het onterecht is. Ik besef heus wel dat Ajax en AZ met al hun internationals op dat niveau beter zullen presteren, maar dat wil niet zeggen dat wij er niet alles aan moeten doen om zelf wedstrijden tegen bijvoorbeeld AC Milan af te dwingen. Wij willen dat, net als Willem II en Heerenveen in het verleden, dolgraag een keer meemaken. AZ en Feyenoord hebben spelers kunnen sparen voor de play-offs, wij hebben tot de laatste dag moeten knokken en waren hartstikke scherp toen die wedstrijden begonnen. Ik denk dat die twee clubs daar de fout in zijn gegaan.’
Wat vond je van de reactie van Louis van Gaal op de uitschakeling van AZ?
Zielig, heel zielig. Die man heeft in Spanje gewerkt, maar noemt FC Groningen de wereldkampioen tijdrekken, hou óp zeg. Hij moet toch beter weten. Van Gaal had ervoor moeten zorgen dat zijn spelers in beide wedstrijden negentig minuten lang honderd procent inzet hadden getoond. Hij vond dat ze in de eerste helft van de tweede wedstrijd vier honderd procent kansen hadden gecreëerd. Ik weet niet welke wedstrijd hij heeft bekeken, maar dat heb ik toch echt niet meegekregen.’
Jullie hebben een fantastisch seizoen gehad, maar dat had je na de eerste vier wedstrijden waarin slechts drie punten werden behaald vast niet kunnen bevroeden.
Zeker niet, er was na vier wedstrijden zelfs paniek in de tent. Niet alleen door de uitslagen, maar vooral omdat het voor geen meter liep. Na de 1-0 zege op PSV in de vijfde wedstrijd zijn we pas gaan groeien. Ineens hadden we de juiste samenstelling gevonden. We voelden ons steeds sterker worden, vooral thuis hadden we het gevoel dat niemand ons kon verslaan.’
Wat is de rol van trainer Ron Jans in dit verhaal?
Hij is gewoon een goede trainer, maar ik vind het moeilijk om precies aan te geven wat zijn rol binnen het geheel is. Hij maakt de opstelling en zijn keuzes zijn succesvol gebleken.’
Zijn de wedstrijdbesprekingen van Jans net zo hilarisch als zijn persconferenties?
Hij probeert er altijd wat speciaals van te maken. Wat hij na de thuiswedstrijd tegen Sparta tijdens de persconferentie vertelde over het veroveren van Het Kasteel had hij ook in de bespreking gebruikt. In iedere zin die hij sprak zat wel iets wat met het veroveren van een kasteel te maken had. “Als Sparta de poorten dicht wil houden gaan we met de stormram verder”, dat soort teksten. In de aanloop naar onze eerste wedstrijd in Euroborg hield hij een bespreking waarin het ging over het bouwen van de Euroburcht. In dat duel tegen Heerenveen moesten we de muren van de Euroburcht gaan neerzetten. We wonnen, dus zei hij na afloop dat de muren stonden. De thuiswedstrijd tegen Feyenoord stond in het teken van het bouwen van de familie Koeman-toren, die aan de familie Koeman is gewijd vanwege hun grote verdiensten voor de club. Omdat we gelijkspeelden zei hij later dat dit project slechts gedeeltelijk geslaagd was. De Euroburcht kwam iedere keer terug in zijn besprekingen. In de laatste thuiswedstrijd van de competitie tegen FC Utrecht moesten we ervoor zorgen dat we de vlag op het gebouw konden plaatsen. Ter ondersteuning van dat verhaal had hij een grote vlag getekend.’
Begrijpt de Uruguayaan Bruno Silva iets van dit soort teksten?
In het begin was dat moeilijk, maar de trainer betrekt hem er continu bij. Jans zoekt gewoon wat Spaanse woorden op in een boekje en zorgt dat ook Bruno begrijpt waar hij het over heeft. Ik vind Jans’ manier van werken wel leuk, het is weer eens wat anders.’
Moeten jullie soms niet vreselijk lachen om zijn verhalen?
Natuurlijk wel, maar daar heeft hij geen problemen mee. Jans had het dit seizoen ook een keer over het maken van de loopbrug richting de Euroburcht. Mathias Florén kreeg daar een vraag over, maar had het niet goed begrepen en gaf een antwoord dat nergens op sloeg. Iedereen rolde van zijn stoel van het lachen. Dat kan gebeuren als je met zoveel beeldspraak werkt en er zitten buitenlanders bij. Het is in ieder geval allemaal goed voor de sfeer.’
Hoe belangrijk is sfeer en het gevoel dat je bij een club hebt voor jou?
Heel belangrijk. Ik kon twee jaar geleden bij Roda JC meer verdienen, maar koos toch voor Groningen. Als een club die me niet aanspreekt veel geld voor me wil betalen zijn er vast ook andere clubs die het in me zien zitten, zo bekijk ik het. Ik zou bijvoorbeeld nooit voor Ajax kunnen spelen, dat is in Nederland inmiddels wel bekend. Als supporter van Feyenoord doet het me pijn dat acht van de tien mensen in het buitenland over Ajax beginnen als je het over voetballen hebt. Ik snap wel dat dit komt door de prachtige historie van Ajax, maar dat is voor mij geen reden om een goed gevoel bij die club te hebben. Elf jaar lang heb ik iedere twee weken in De Kuip gezeten. Dat gevoel voor die club is heel sterk. Ik weet nog dat Feyenoord een keer heel dik van PSV verloor. Thuis heb ik de hele avond zitten janken en de volgende dag wilde ik niet naar school.’
Is het niet vreemd dat je nu als volwassene nog zo’n antipathie tegen Ajax hebt?
Vergelijk het maar met de toestand in Spakenburg. Bij je geboorte is daar al duidelijk of je een rooie (supporter van IJsselmeervogels, red.) of een blauwe (fan van Spakenburg, red.) bent. Als je voor rood bent, ben je automatisch tegen blauw. Zo is het wat mij betreft ook als het gaat om Ajax of Feyenoord. Zelfs een miljoen euro per jaar zal dat gevoel bij mij nooit weg kunnen nemen. Ik heb dat ook bij mijn amateurclubje in Alblasserdam, waar ik al héél lang lid ben. Als ik straks ben gestopt zal ik nooit voor VV De Zwerver, de concurrent, gaan spelen. Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt. Al zou ik geld krijgen bij de rivaal en geld moeten betalen om nog bij mijn clubje te kunnen spelen, dan nog kies ik voor VV Alblasserdam. Ik wil met deze voorbeelden aangeven dat het gevóél bij een club voor mij belangrijker is dan geld. Ik moet me ergens lekker voelen, anders heb je niets aan me.’
Bij FC Groningen heb je een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Volgens jouw (voormalige) ploeggenoten ben jij uitgegroeid tot zo’n voetballer die iedereen graag in zijn team heeft, maar is het niet leuk om tegen je te spelen. Dat is een mooi compliment.
Inderdaad. Zulke dingen zeggen spelers bijna nooit direct tegen je. De jongens met wie je goed omgaat zijn altijd eerlijk tegen je, maar van alle voetballers aannemen dat ze de waarheid tegen je spreken doe ik zeker niet. Zo werkt het niet in de voetballerij. Zo’n compliment krijg je vaak indirect, via een trainer bijvoorbeeld.’
Ze roemen vooral je fanatisme. Is dat niet iets wat iedere voetballer moet hebben?
Ik vind van wel, maar niet iedere voetballer is altijd even fanatiek. Bij mij zal het aan dat onderdeel van het vak nooit ontbreken. Als ik op de training een partijtje verlies omdat enkele teamgenoten niet alles gaven, kan ik daar een hele dag ziek van zijn. Dan kom ik echt strontchagrijnig thuis.’
Heb je dat altijd al gehad?
Nee, integendeel. In de jeugd bij Feyenoord was ik vaak te bescheiden, liet ik me vaak de kaas van het brood eten. Vanaf het eerste jaar in de A-junioren bij Feyenoord heb ik een omslag gemaakt. Na te zijn begonnen als spits was ik een aantal seizoenen eerder al op het middenveld terechtgekomen. In dat eerste seizoen in de A-jeugd werd ik opgesteld als rechtsback. Vrijwel direct besefte ik dat het op die positie niet mogelijk is om een steekje te laten vallen. Als een spits of een aanvallende middenvelder zijn mannetje een keer laat lopen hoeft dat geen groot probleem te zijn. Als rechtsback is dat wel wat anders. Dan moet je gewoon negentig minuten tegen die aanvaller tekeer gaan, anders gaat het mis. Na twee seizoenen in de A-jeugd en een half jaar in het tweede werd ik op eigen verzoek uitgeleend aan Excelsior. Voetballend was het allemaal geen probleem voor me, maar in verdedigend opzicht had ik nog wel wat tekortkomingen. Ik miste de pure snelheid en met het korte draaien van tegenstanders had ik ook veel moeite. Dat ben ik gaan compenseren met strijdlust en fanatisme.’
Adrie Koster, jouw eerste trainer in het profvoetbal, zegt dat Feyenoord het verkeerd heeft gezien door jou op te leiden als rechtsback, dat je als middenvelder veel meer waarde hebt voor een team. Heeft hij gelijk?
Dat denk ik wel, maar zeker weet je het nooit.’
Heeft het jou pijn gedaan dat Feyenoord jou heeft laten vertrekken zonder dat je ooit een kans in het eerste elftal hebt gekregen?
Pijn is een groot woord. Als je tien jaar lang vanaf Varkenoord dat grote stadion ziet liggen, verlang je naar het spelen van wedstrijden in De Kuip. Ik ben niet verder gekomen dan flink wat voorwedstrijden. Ik heb destijds zelf gevraagd om een verhuur aan Excelsior omdat ik besefte dat ik nog veel moest leren als ik Brett Emerton, in die periode rechtsback, uit het elftal zou willen spelen.’
Bij Excelsior slaagde je er niet in om de beleidsbepalers bij Feyenoord te laten zien dat je na het vertrek van Emerton een kans in Rotterdam-Zuid verdiende.
Ik kwam in de winterstop bij Excelsior terecht, dat toen in de eredivisie speelde. Ik miste nog wat slimmigheidjes en op dat niveau straffen ze ieder foutje af. Mijn tweede seizoen was wel goed en constant. Het deed toen pijn om te zien dat iemand als Gill Swerts, een echte middenvelder, wel de kans kreeg om bij Feyenoord als rechtsback te spelen. Christian Gyan deed ook soms mee. Met alle respect voor hem, maar ik voel me niet minder dan Gyan. Ik weet niet of ik beter zou zijn geweest dan die gasten, maar ik had het wel willen proberen. Feyenoord heeft sinds het vertrek van Emerton veel problemen op die plaats gehad. Greene heeft het als enige goed gedaan, maar staat nu op het middenveld. Alexander Östlund heeft het niet kunnen brengen en Pieter Collen komt ook tekort in mijn ogen. Inmiddels heb ik bij FC Groningen ingezien dat ook ik als rechtsback waarschijnlijk niet goed genoeg zou zijn geweest, maar een kans had ik toch graag willen hebben. Dat heeft me pijn gedaan.’
In Nederland hebben we veel goede middenvelders. Had je jezelf niet beter kunnen richten op de positie van rechtsback?
Daar zit wel iets in, maar het is niet anders. Ik voel me gewoon beter thuis op het middenveld. Toen ik als rechtsback met Excelsior in de eredivisie speelde tegen gasten als Mitea en Bobson, van die snelle buitenspelers met scharen enzovoorts, viel ik regelmatig door de mand. Mijn zwakke punten kwamen genadeloos naar boven. Daarom denk ik dat het voor mezelf beter is geweest dat ik op het middenveld terecht ben gekomen.’
Je kunt dat soort zwakke punten toch bijschaven?
Daar ben ik ook volop mee bezig. Vergeleken met drie jaar geleden is het al stukken beter. Bij FC Groningen doen we dit seizoen op woensdag gezamenlijk aan krachttraining. Na zo’n sessie zetten we dat met de looptrainer om in bepaalde oefeningen, traplopen en allerlei korte sprintoefeningen bijvoorbeeld. Vorig seizoen was dat nog vrijwillig, maar toen was ik ook altijd aanwezig. Als je ergens nog winst kan behalen moet je dat proberen te doen, ook al is het vrijwillig.’
Wat moet jij nog meer verbeteren?
Alles, maar vooral mijn handelingssnelheid. Ik heb dit seizoen laten zien dat ik de subtop in Nederland aankan, maar als ik hier nog een stap wil zetten of naar een mooie club in een topcompetitie wil, zal dat toch echt beter moeten worden. Op dat vlak zie ik nog steeds een stijgende lijn, maar dat moet wel zo blijven. Tijdens de trainingen en in wedstrijden kan ik steeds beter mee in het positiespel, maar dat is geen reden om het rustig aan te doen. Steeds vaker zie ik snel een oplossing als ze druk op me zetten, maar op dat gebied ben je nooit uitgeleerd.’
Door het succes van FC Groningen kom je steeds meer in de picture te staan. Leuk?
Je maakt mooie dingen mee. Vorige week was ik te gast bij Voetbal Insite en mocht ik praten met Willem van Hanegem. Dat is echt uniek. Ik vind het machtig mooi als zo’n Van Hanegem voor de uitzending verhalen tegen mij begint te vertellen. Als kind ben ik opgegroeid met de wetenschap dat Cruijff en Van Hanegem de beste Nederlandse voetballers aller tijden zijn. Die mannen hebben enorm veel verstand van voetbal, daar geniet ik van. Ik heb nog overwogen een shirtje voor mijn zoontje van tien maanden te laten signeren door hem, maar dat heb ik uiteindelijk maar niet gedaan.’
Waarom niet?
Ach, je weet hoe dat gaat in de voetballerij. Ze zien je nogal snel als een slijmbal, alles wat je zegt of doet vergroten ze uit. Hetzelfde maak je mee als iemand je vraagt naar de mening over je trainer. Als je negatief bent gooi je je eigen glazen in, als je positief bent noemen ze je op de club een kontenlikker. Zo werkt het gewoon. Als je eerlijk je mening geeft of laat blijken dat je bewondering hebt voor iemand, levert dat altijd reacties op waar je niet op zit te wachten.’
Dus jij kunt niet altijd jezelf zijn?
Niet altijd nee, maar op het veld wel. Daar doe ik altijd wat in mijn ogen nodig is om een wedstrijd te winnen. Soms ga ik te ver, maar dat komt niet meer zo vaak voor als in het verleden. Ik besef nu inmiddels dat alles op televisie te zien is en dat ik moet oppassen. Maar ik ga me niet inhouden. Als ik straks op mijn 35ste moet concluderen dat ik er niet alles aan heb gedaan om mijn persoonlijke top te bereiken is er onderweg iets fout gegaan.’
Waar ligt jouw persoonlijke top?
Als de lijn blijft stijgen zoals de afgelopen drie jaar dan kan ik op den duur nog een stapje hoger. Dat weet ik zeker. Een voetballer is echter afhankelijk van anderen als het om zoiets gaat. Van de tien mensen zullen er na dit seizoen misschien zes zeggen dat ik het kan, maar misschien ook wel vier die hun twijfels hebben. Als die vier de zwaarste stem hebben bij een topclub heb ik dus een probleem. Dan komt die kans niet.’
Is spelen voor Feyenoord 1 nog steeds je droom?
Het zou prachtig zijn, maar het is geen obsessie.’





