Column - Respect, onrecht en het eeuwige leven

PRAAT MEE!

Het waren uitgekauwde platitudes. Over de Marokkaanse cultuur. Respect tonen. Niet tegen onrecht kunnen en eerlijk zijn. Mounir El Hamdaoui heeft gesproken. Het was voorspelbaar, hij trapte louter open deuren in, probeerde zijn structurele wangedrag te bagatelliseren met het poneren van drogredenen en hij verzuimde kritisch in de spiegel te kijken, laat staan berouw te tonen.

© Pro Shots

fallback image Column - Respect, onrecht en het eeuwige leven

Dan komt zijn trots weer in het geding, het is een gebed zonder eind. Ajax-directeur Rik van den Boog gaat ongetwijfeld gebukt onder een schuldcomplex, want hij stond zijn voormalige protégé Martin Jol toe de notoire lastpost binnen te halen. Met een telefoontje naar AZ-collega Toon Gerbrands had hij al dat kapitaalvernietigende leed kunnen voorkomen. In Alkmaar maakten Louis van Gaal, Ronald Koeman, Dick Advocaat en Gertjan Verbeek kennis met de infantiele egocentrische fratsen van de spits. Streetwise als Advocaat is, had híj de minste problemen met El Hamdaoui.

Hij negeerde alle grillen en gaf de speler een vrije rol. Zoek het maar uit en als hij scoort, is dat mooi meegenomen. Als interim-coach had Advocaat geen trek in een zinloze prestigestrijd, terwijl de speler de aanpak van zijn trainer zal typeren als respectvol, oprecht en eerlijk. In zijn ogen zal Advocaat een coach zijn die heel goed met de Marokkaanse cultuur kan omgaan.

Frank de Boer verkeert in een andere positie. Hij wil geen passant zijn, maar Ajax renoveren en na jaren wanbeleid aan een degelijke Nederlandse topclub bouwen. De Boer is met Ajax bezig en heeft geen tijd, en waarschijnlijk ook geen zin, om een speciale aanpak te ontwikkelen voor zijn spelers uit Marokko, België, Kameroen, Spanje, Denemarken, Zweden, Uruguay, Zuid-Korea en Servië.

De huidige trainer van de Amsterdammers behandelt zijn selectie als volwassen profs, want het zijn stuk voor stuk werknemers die voor een veelvoud van het salaris van premier Mark Rutte op de loonlijst staan. En uitgerekend El Hamdaoui is de bestbetaalde, met een waanzinnig pakket secundaire arbeidsvoorwaarden, waaronder een grotere en duurdere Mercedes dan de andere voetballers.

Onderhandelaar Van den Boog was destijds van mening dat hij de deal niet op een peperdure auto kon laten afketsen, want dat zouden Jol & Jol niet accepteren. Indien de Ajax-directeur gezegend was geweest met een gezonde portie mensenkennis, had hij toen al kunnen weten dat hij de ellende in huis haalde. En het feit dat De Boer niet wenst mee te doen aan deze lachwekkende soap, maakt duidelijk dat hij de coach is die Ajax nodig heeft.

Alleen het clubbelang telt en alle gekrenkte ego’s die zichzelf boven dat heilige doel plaatsen zijn ongeschikt voor topvoetbal op dit niveau. Doordat ik niet geloof in het nuchtere verstand van El Hamdaoui, moet Ajax dit verlies er nog maar bij pakken. In De Arena zijn passanten de afgelopen jaren de baas geweest, maar zodra de soldaten de baas worden, is de oorlog verloren. Daarom verdient De Boer in dit principiële conflict de volledige steun. Ruud Bonewit is een voormalige sportjournalist die later directeur van AZ werd en inmiddels ruim dertig jaar de kost verdient als voetbalmakelaar. Ik was hem volledig uit het oog verloren, maar sinds kort ligt er een heus boek met waargebeurde verhalen uit het leven van een voetbalmakelaar in de winkels. Het is een teleurstellend niemendalletje met gedateerde anekdotes. Maar de auteur heeft een zwak voor de schoonvader van Johan Cruijff, de roemruchte en een paar jaar geleden overleden Cor Coster.

Bonewit typeert Coster als een pure levensgenieter. Handige zakenman, primitief op z’n tijd, maar ook een humorist. Daar sluit ik me volledig bij aan. Coster heeft ervoor gezorgd dat voetballers voor het eerst in de historie geld gingen verdienen, daarvóór incasseerden alleen de clubs en waren de spelers verkapte lijfeigenen. Coster was de godfather van alle voetbalmakelaars. Niet geliefd bij clubbestuurders, KNVB-officials en vakbondsmensen, en als enige liet hij zich niet door de jeugdige coach Louis van Gaal uit het spelershome van Ajax sturen.

Coster was een ondeugende man, maar ik bewonderde zijn Amsterdamse branie en kon uren naar hem luisteren. Na acht uur ’s avonds mocht ik hem niet bellen als hij geen tonnetje aan zo’n telefoongesprek overhield. Maar hij belde me wél regelmatig om in Amsterdam koffie te komen drinken en even bij te praten. Dan had hij huisarrest, zoals hij dat noemde.

Als Coster een slokje op had, wilde hij weleens een paar dagen onderduiken en dan stuurde zijn vrouw Dien schoonzoon Johan Cruijff de stad in om haar man op te sporen. Vervolgens kreeg Coster huisarrest en dan maakte hij thuis zakelijke afspraken, al wisten die relaties wel dat ze een fles whisky in hun binnenzak naar binnen moesten smokkelen. Zodra ome Cor gestommel hoorde, voorspelde hij dat de KGB in aantocht was en schoof hij het glas whisky met een geroutineerde voetbeweging onder de canapé.

Als tante Dien - een schat van een vrouw - koffie kwam brengen, manifesteerde Coster zich met een dosis Amsterdamse humor. 'Wat ziet ze er nog goed uit, hè?', zei hij dan. 'Ze is inmiddels 103 jaar oud, maar nog steeds een lekker ding. Of niet soms?' Vervolgens kwam er een verzorgd uitziend neefje binnen, dat informeerde of opa nog iets nodig had. 'Geef jij meneer Derksen eens een hand. Nee, ik heb niets nodig.' Als de keurige jongeman was verdwenen, keek opa vertederd voor zich uit. 'Een wereldgozertje', zei hij uit de grond van zijn hart. 'Hij neukt hier de hele buurt.'

Coster was een pionier in de jungle van voetbalmakelaars. Dankzij zijn beroemde schoonzoon gingen alle deuren voor hem open, maar hij had ook een neus voor talent. Dan bezocht hij 's avonds de ouders van zo'n jongen en legde hij tienduizend gulden op de keukentafel. 'Voor jullie', zei hij dan tegen de verbaasde vader en moeder. 'Maar dan ga ik de belangen behartigen van jullie zoon.'

Coster heeft goed verdiend aan de handel in voetballers, maar hij heeft ook veel gedaan voor de generatie uit de jaren zeventig, zoals Johan Neeskens, Johnny Rep, Ruud Krol en Willem van Hanegem. Hij had altijd veel begrip en ietwat medelijden met zijn schoonzoon. Cruijff, zoals hij hem altijd noemde, was volgens Coster niet te benijden. 'Danny is een schat van een meid, maar erg lastig', zei hij over zijn dochter. 'En dat heeft Cruijff aan mij te danken. Ik heb haar zo gemaakt. Toen ze veertien jaar was, kon ze in Amsterdam al geen jurkje meer vinden. Dan ging ik met haar naar Dior in Parijs.'

Om de spiedende ogen van Dien en Danny te ontvluchten, heb ik eens uren met Coster op het zonnige terras voor een café in Barcelona gezeten. Voor een paar glazen Dimple had ik een kostelijke middag. Zijn driftbuien en woedeuitbarstingen waren befaamd. Dan was hij een ongeleid projectiel, maar hij kon er met de nodige zelfspot over praten. Hij gooide dan met flessen, schrijfmachines en stoelen, het maakte hem niet uit. En hij was voor niemand bang.

Coster deed in Amsterdam altijd boodschappen in een Mini Cooper, maar vond dat hij in het drukke verkeer asociaal werd behandeld door een medeweggebruiker in een grote Mercedes. Bij het eerste het beste stoplicht ging Coster verhaal halen. Dat liep enigszins uit de hand, waardoor hij zich genoodzaakt voelde de twee buitenspiegels van de Mercedes te slaan en een deuk in de wagen te trappen. De politie kwam eraan te pas en er volgde een rechtszaak. Coster kon echter overtuigend acteren. Hij stak een wereldverhaal af over een oude man die de stress van het hedendaagse verkeer niet meer aankon, volkomen ten onrechte geagiteerd had gereageerd, erg veel spijt van zijn agressie had en het betreurde dat de andere partij schade had geleden.

De rechter toonde begrip voor de argumenten van de beschaafd ogende grijze oudere heer. Als Coster de schade met de andere partij zou regelen, zou de zaak worden geseponeerd. Na afloop stond de bestuurder van de Mercedes op Coster te wachten om de schade af te handelen, waarop Coster de magische woorden sprak: 'Hier heb je een meier (een briefje van honderd gulden) en als je het in je stomme kop haalt opnieuw naar de rechter te stappen, sla ik al die fraai gestileerde kunsttanden uit je bek. Ik weet nu waar je woont, ik weet je te vinden, patser.'

Nippend aan een nieuw glas whisky vertelde hij dat hij nooit meer iets van de tegenpartij had vernomen. Zonder wangedrag goed te praten, moet ik bekennen dat ik nooit echt boos op Coster kon worden. Ook niet toen hij me in Zwitserland, in the middle of nowhere, uit een taxi schopte omdat ik een afwijkende mening had en zo dom was dat ook uit te spreken. Ik ben het roerend met Bonewit eens die in zijn boek schrijft verbaasd te zijn over de dood van Coster. Hij hield er serieus rekening mee dat een levensgenieter met de oerkracht van Cor Coster het eeuwige leven zou hebben.

Johan Derksen

Video