Column Engels voetbal: Arsène Wenger heeft geen humor

Praat mee!
Journalist VI

Tom van Hulsen, operationeel hoofdredacteur van Voetbal International, schrijft voor VI.nl iedere zaterdag een column over het Engels voetbal.

© Pro Shots

fallback image Column Engels voetbal: Arsène Wenger heeft geen humor

Er is een aantal dingen dat het Engelse voetbal zo mooi maakt. Ik heb al vaker de passie van de supporters aangehaald, de hunkering naar het weekend, het pubbezoek rond wedstrijden, de stadions, het topvoetbal in de Premier League en het kick and rush in de lagere divisies.

Maar wat ook niet moet worden onderschat, is de kracht van de humor rond de velden. En dan bedoel ik niet de kleedkamerhumor die voetballers in Nederland vaak eigen is, zoals het vol pissen van shampooflessen, het afknippen van iemands broekpijpen of het smeren van tijgerbalsem in de onderbroek van een speler die onder de douche staat. In Engeland gaat het meer om de verbale humor. De kracht van het woord.

Brian Clough, de manager die Nottingham Forest in 1979 en 1980 de Europa Cup I bezorgde en wereldfaam vergaarde met de uitspraak 'Ik zal niet zeggen dat ik de beste manager ter wereld ben, maar ik zit wel in de top-één', hield niet van zeurende spelers. Toen hij Martin O'Neill, toch een grootheid in die dagen, eens voor een periode had teruggezet naar het tweede elftal, kwam de middenvelder na een paar weken verhaal halen. Op de vraag waarom een voetballer van zijn kaliber in vredesnaam in het tweede moest spelen, antwoordde Clough geheel in eigen stijl: 'Omdat je te goed bent voor het derde.'

In mijn columns heb ik de afgelopen jaren veelvuldig voorbeelden aangehaald van voetbalgrootheden die alleen al door hun geestige quotes de sympathie van het volk en de media kregen. Zoals die over Harry Redknapp, op dit moment een van de meest gevatte managers in het Engelse voetbal. Tijdens een interview met een journalist van het maandblad FourFourTwo werd de huidige trainer van Queens Park Rangers gebeld door zijn vrouw Sandra, die op hun kleinkind paste. Ze was in paniek omdat de kleine jongen een scheut schoonmaakmiddel had doorgeslikt. 'Wat moet ik doen!?', schreeuwde Sandra. Waarop Redknapp antwoordde: 'Heb je al geprobeerd de vloer met hem te dweilen?'

Stan Bowles was in de jaren zeventig een gokverslaafde voetballer van datzelfde QPR. 'Als Stan net zo goed een wedkantoor kon passeren als een tegenstander, dan was hij een rijk man geweest', zei zijn voormalige trainer Ernie Tagg. Ook de moeder van Bowles zag met leedwezen aan hoe haar zoon steeds op het verkeerde paard wedde. 'Als Stan zou investeren in begraafplaatsen, zouden er geen mensen meer overlijden', zei ze in een treffende beschrijving van het onfortuin van Bowles.

George Best, die behalve als een van 's werelds beste voetballers ook bekendstond als notoire alcoholist en vrouwenversierder, maakte er een sport van journalisten aan het lachen te brengen. Met: 'Ik heb heel veel geld uitgegeven aan drank, meisjes en snelle auto's. De rest heb ik verbrast', slaagde hij daar wonderwel in. Ook veelvuldig geciteerd is zijn terugblik op 1969: 'Dat jaar ben ik gestopt met vrouwen en alcohol. Het waren de slechtste twintig minuten van mijn leven.' Over Paul Gascoigne vertelde Best eens: 'Ik zei tegen Gazza dat zijn IQ lager was dan zijn rugnummer. Waarop Gascoigne zei: ''Wat is een IQ?''

Wat humor betreft trad Peter Crouch, de slungelachtige spits van Stoke City, enkele jaren geleden in de voetsporen van George Best. Toen hij door een journalist werd gevraagd wat hij was geweest als hij geen profvoetballer was geworden, antwoordde Crouch met legendarische zelfkennis: 'Maagd.'

Kijk, dat is Engelse humor. Net als die anekdote die ik onlangs weer eens las over Rodney Marsh, topspeler van onder meer Manchester City en het Engelse nationale elftal. Toen bondscoach Sir Alf Ramsey hem vóór een interland eens duidelijk wilde maken dat hij veel van Marsh verwachtte, liet hij hem weten: 'I’ll be watching you for the first 45 minutes and if you don’t work harder, I’ll pull you off at halftime.' Waarop Marsh antwoordde: 'Oh, Alf, at Manchester City all we get is an orange and a cup of tea.'

José Mourinho heeft die Engelse humor goed begrepen. Onlangs gaf hij een persconferentie voor de thuiswedstrijd tegen Arsenal, waar Arsène Wenger (foto) voor de duizendste keer op de bank zou zitten. Mourinho zei dat hij groot respect had voor de Londense club, die ook in moeilijke tijden altijd achter de manager is blijven staan. 'En ze hebben - onder Wenger - nogal wat moeilijke jaren gekend', voegde Mourinho daar vilein aan toe. Ook dat was humor, alleen begreep Arsène Wenger dat niet.

De Fransman, kort daarvóór door Mourinho nog een 'specialist in failure' genoemd, weigerde te reageren. Na de 6-0 nederlaag die volgde, liet Wenger zelfs verstek gaan op de persconferentie. En later in de week verscheen hij niet voor een groep journalisten die met hem wilden vooruitblikken op de wedstrijd tegen Swansea City. Een enorm zwaktebod.

Misschien, dacht ik deze week, is dat wel het grote probleem van Arsène Wenger, die al negen jaar wordt achtervolgd door het gegeven dat Arsenal maar geen grote prijs kan winnen. Als hij de gave had wat humor in zijn uitspraken te leggen, zou die prijzenlast plots een stuk minder zwaar wegen. Want Wenger heeft Arsenal weliswaar heel veel goeds gebracht, maar ik heb nog nooit één keer om hem moeten lachen. En humor is toch ook heel wat waard.