'Coen Moulijn, populairste Feyenoorder aller tijden'

PRAAT MEE!

Begin jaren zestig had ik als opgroeiende puber in de provincie slechts twee problemen. Zoals iedereen moest ik mijn keus bepalen. The Beatles of The Rolling Stones en Coen Moulijn of Piet Keizer.

© Pro Shots

fallback image 'Coen Moulijn, populairste Feyenoorder aller tijden'

De Ajacied was een sierlijke voetballer, maar mijn voorkeur ging uit naar Moulijn, omdat ik hem tijdens mijn eerste bezoek aan De Kuip, op 15 oktober 1958, een verpletterende prestatie zag leveren. Mijn opa wist dat ik voetbalgek was, want tijdens interlands zat ik aan de radio gekluisterd.

Hij werkte bij de Nederlandse Spoorwegen en reisde dus gratis per trein. Hij had twee kaartjes voor de interland Nederland-Denemarken op de kop getikt en geregeld dat we in Delft bij tante Jo en ome Chris konden slapen.

Het is intussen meer dan een halve eeuw geleden, maar het maakte zo’n indruk, dat ik me alle details nog herinner. Nederland won met 5-1. Ik vergaapte me aan Frans de Munck, Abe Lenstra en Tonny van der Linden, maar vanaf die dag was ik vooral supporter van de getructe linksbuiten Moulijn.

En ik begreep niets van de bondscoaches die steeds de voorkeur gaven aan andere linksbuitens. Ik herinner me spelers als Bart Carlier, Mick Clavan, Gerard Gruisen, Bertus de Harder, Peet Geel, Frits Louer, Pierre Kerkhoffs, Piet van der Kuil, Peet Petersen, Lambert Verdonk, Dick Hollander en natuurlijk Keizer met het magische nummer 11 op de rug.

Het blijft onbegrijpelijk dat er trainers waren die de kwaliteiten van Moulijn in twijfel trokken. Hoe is het mogelijk, dat zo’n geniale vleugelspeler tussen 8 april 1956 en 22 oktober 1969 slechts 38 interlands speelde?

De voormalige vedette is altijd zichzelf gebleven, een bescheiden lieve man die geniet van de contacten met zijn voetbalvrienden en een goed glas wijn. Hij werd te vroeg geboren om het grote geld te kunnen incasseren, maar van enige verbittering is geen sprake. Vorige week kreeg hij eindelijk de waardering die hij verdient.

Een standbeeld, gemaakt door de Rotterdamse beeldhouwer Tom Waakop Reijers, op het Stadionplein en na Johan Cruijff (2007) en Willem van Hanegem (2008) een 568 bladzijden dikke biografie.

In Nederland gaan we slordig om met onze voetbalhelden. Moulijn was een fenomeen, de straatjongen uit het Oude Noorden werd het grootste volksidool uit de historie van Rotterdam. De legendarische trainer Helenio Herrera wilde hem naar Barcelona halen, maar Moulijn voelde zich prettiger in zijn herenmodezaak in Rotterdam-Zuid.

Hij was de troetelbeer van Het Legioen, de ultieme Feyenoorder, de schrik van iedere rechtsback. Moulijn is een clubicoon, een speler voor wie iedere oprechte voetballiefhebber naar het stadion kwam. Hij verdient respect en waardering. Als de populairste Feyenoorder aller tijden heeft hij recht op zijn eervolle boek en een heus standbeeld.

Moulijn was nooit een gangmaker, maar genoot van de typische voetbalhumor bij het Feyenoord uit zijn jaren. Hij ging gebukt onder de druk om te moeten presteren, de verplichting mee te verdedigen en het voetballen met blessures. Hij is er niet rijk aan geworden, maar hij heeft nooit zoveel plezier gehad en gelachen als bij Feyenoord. Met Cor van der Gijp en Henk Schouten trekt hij nog steeds op.

Zij ontgroenden aankoop Jo Walhout, die van NOAD uit Tilburg naar Feyenoord kwam. Om indruk te maken op zijn medespelers verscheen Walhout in een smetteloos wit kostuum, maar daar wisten Van der Gijp en Schouten wel raad mee. Toen de nieuwe aankoop voor het diner om een ogenblikje stilte vroeg om even te kunnen bidden, was na zijn gebed zijn biefstuk verdwenen en bleek de mosterdpot leeg. Even later ontdekte Walhout waar de inhoud was. Daar zat hij namelijk op, waardoor hij zijn witte kostuum kon weggooien. Piet Steenbergen runde destijds een sigarenzaak in Rotterdam, waar Schouten regelmatig even langs wipte. Terwijl Schouten op de winkel paste, ging Steenbergen even snel naar het toilet. De wc-deur zat in de winkel en was niet al te solide.

Zodra een klant vroeg of de baas er niet was, had Schouten de nare gewoonte de wc-deur open te rukken, waardoor de klant plotseling oog in oog stond met zijn sigarenboer, met de broek op zijn enkels. Later hield Steenbergen met één hand de deurknop vast, zodat Schouten geen grappen kon uithalen, maar daar wist de creatieve binnenspeler wel raad mee.

Zo moest Steenbergen ooit van de wc naar buiten sprinten, omdat Schouten de kassa op de tramrails had gezet. Schouten was vertegenwoordiger in frisdranken en had altijd veel handelsgeld op zak. Zodra de spelers hun loonzakjes kregen, deed hij snel wat handelsgeld in zijn loonzakje van Feyenoord en ging in de kleedkamer naast Hans Kraay zitten om zijn salaris na te tellen.

Een uur later stond Kraay al woedend bij manager Guus Brox, om zich er over te beklagen dat Schouten tien keer zoveel verdiende dan hij.

Moulijn denkt met weemoed terug aan die tijd. Er gebeurde altijd wel iets, waardoor er constant werd gelachen. Zo hadden Van der Gijp en Schouten eens afgesproken een bepaald bestuurslid steeds op de schouders te nemen. Dat was een wat deftige man die daar helemaal niet van hield. Zodra de goede man iets zei, namen de spelers hem juichend op de schouders.

Als Feyenoord een buitenlandse trip maakte, kwam dat bestuurslid helemaal over zijn toeren thuis. Dan hadden de spelers hem minstens honderd keer juichend op de schouders ergens rondgedragen. Tijdens een trip naar Hongarije had de goede man nieuwe schoenen aan die wat knelden.

In de spelersbus deed hij zijn schoenen even uit. Schouten vond dat niet fris en gooide de schoenen uit het raam. Vervolgens heeft het bestuurslid het hele weekeinde op zijn sokken door Boedapest gelopen, voordat hij op maandag andere schoenen kon kopen.

Wanneer in het najaar van 1954 het profvoetbal van start gaat in Nederland, heeft de dan zeventienjarige Moulijn een contract bij het Rotterdamse Xerxes. Bij die club ziet hij als kwajongen zijn idool en buurtgenoot Faas Wilkes schitteren. Sparta vindt het jeugdige talent niet geschikt voor topvoetbal, omdat hij te veel pingelt en geen teamspeler is. Feyenoord heeft geen problemen met de pingelaar.

Voor een transferbedrag van 25 duizend gulden verhuist Moulijn naar De Kuip, waar hij 183 gulden en 50 cent per maand gaat verdienen. In 1972 vindt Ernst Happel dat Moulijn niet meer mee kan. Voor Feyenoord is dat een reden om Jørgen Kristensen van Sparta aan te trekken.

Met een slecht georganiseerde afscheidswedstrijd tegen het nationale elftal van Uruguay neemt Moulijn afscheid van zijn publiek. Dankzij het standbeeld en een indrukwekkend standaardwerk met prachtige verhalen en uniek fotomateriaal blijft deze legendarische linksbuiten ook voor het nageslacht behouden.

Johan Derksen

Video