Christian Gyan, cultheld in De Kuip vol vreugde en verdriet

Praat mee!

Hij is de speler met het langste dienstverband in de huidige selectie van Feyenoord. Christian Gyan (25) knokt al acht jaar voor een basisplaats, maar is iedere dag weer de vrolijkste voetballer van trainer Ruud Gullit. Toch schuilt er achter de eeuwige glimlach van de Ghanese verdediger een groot verdriet.

© Pro Shots

fallback image Christian Gyan, cultheld in De Kuip vol vreugde en verdriet

Iedere keer als hij de dug-out wordt uitgestuurd voor wéér een warming-up, klapt Het Legioen zijn handen stuk. Christian Gyan is begonnen aan zijn negende seizoen bij Feyenoord, veroverde nooit een vaste basisplaats, maar is een van de populairste spelers in de selectie. Hoe dat kan? ‘Omdat ik van de supporters hou’, zegt Gyan. ‘Als ik hier ooit stop, zal ik altijd aan ze blijven denken en voor ze bidden. Ze zijn als familie voor me. De supporters van Feyenoord zorgen ervoor dat ik zonder problemen mijn rol op het tweede plan kan accepteren.’

Al acht jaar lang fungeert hij als invaller. Gyan is het manusje-van-alles, de ideale knecht, waarop de voormalige Feyenoord-trainers Arie Haan, Leo Beenhakker en Bert van Marwijk altijd een beroep konden doen. Ook voor de nieuwe baas Ruud Gullit zal Gyan vooral twaalfde man zijn. ‘Misschien is dat wel mijn lot’, zegt de Ghanees. ‘Ik accepteer het, maar leg me er nooit bij neer. Nog steeds blijf ik geloven dat ik op een dag met een witte vlag De Kuip binnenkom als basisspeler. Daar vecht ik voor. God zegt dat wachten wordt beloond, als je maar hard werkt. Daar hou ik me aan vast en daarom zul je mij nooit horen zeuren. Als Feyenoord me nodig heeft, sta ik klaar. Op die manier heb ik toch veel mooie wedstrijden gespeeld in de Champions League tegen onder meer Juventus, Lazio Roma en Bayern München. Zelfs in de UEFA Cup-finale tegen Borussia Dortmund stond ik in de basis (de vaste rechtsback Brett Emerton was geschorst, red.), zoals ik ook speelde om de Europese Super Cup tegen Real Madrid. Ik had nog meer topduels kunnen spelen, maar als voetballer ben ik nooit gelukkig geweest. Als ik al eens dicht bij een basisplaats zat, kreeg ik steeds te maken met blessures. Ook dit seizoen weer. Ik speelde veel in de oefenwedstrijden, maar tijdens het trainingskamp in Duitsland begon mijn bovenbeen op te spelen. Dat duurde lang, waardoor ik tegen Fulham een mindere wedstrijd speelde. Je zou kunnen zeggen dat ik een pechvogel ben.’

En niet alleen óp het veld. Christian Gyan draagt al drie jaar een verborgen leed met zich mee. In oktober 2001, de avond voor Feyenoords uitduel met Bayern München in de Champions League, rinkelde de telefoon van Gyans kamergenoot Bonaventure Kalou. Aan de andere kant van de lijn hing een dokter van het Sophia Kinderziekenhuis, met de mededeling dat Gyans pasgeboren zoontje Montell op sterven lag. ‘Vlak na zijn geboorte bleek dat mijn zoon een vernauwde luchtpijp had, waardoor hij niet kon ademhalen’, vertelt de verdediger. ‘Dat is een heel zeldzame aandoening, waardoor hij maandenlang in het ziekenhuis heeft doorgebracht. Uiteindelijk hebben ze een gaatje gemaakt in zijn luchtpijp, anders kon hij geen ademhalen. Daarnaast kon hij ook zijn voedsel niet wegslikken, waarop ze ook een gaatje in zijn buik hebben gemaakt. Op die manier krijgt hij vloeibaar eten, nog steeds. Nu is hij drie jaar oud en kan hij vanwege het gaatje in zijn luchtpijp nog steeds niet praten. Het is verschrikkelijk moeilijk voor mij, maar ik moet door. Ik moet voetballen, want het is mijn werk. En zonder werk krijgt mijn gezin niet te eten.’

Ondanks het leed in zijn privé-leven, lacht Gyan de wereld toe. Elke dag weer. ‘Ik haal mijn troost uit de bijbel, dat is de gids in mijn leven. Iedere ochtend en avond lees ik een stuk en steeds geeft het mij weer nieuwe inzichten. Ik ben vooralsnog niet gelukkig geweest, zowel sportief als privé, maar ik weet dat het goed komt. Ik kan ook weinig anders doen, ik moet hopen op de hulp van God en de dokters. In de kleedkamer merken de spelers niets aan mij. Ik ben altijd mezelf, ook als ik niet speel. Dan bid ik dat de jongens succes hebben en dat Feyenoord moge winnen. Zo is mijn karakter nu eenmaal. Ik denk niet aan mezelf, maar aan het team. Op die manier ben ik opgegroeid en opgevoed.’

Juist die mentaliteit maakt hem zo populair in De Kuip. In 1996 kwam hij binnen, als de onbekende centrale verdediger uit Tema in Ghana. Een Belgische scout had hem zien spelen tijdens het WK Onder-17 in Ecuador. Samen met landgenoot Patrick Allotey meldde Gyan zich op een ochtend in Rotterdam. ‘In een voor mij totaal andere wereld’, weet hij nog. ‘Het was koud, de mensen spraken een andere taal en toen we in het hotel wilden gaan eten, wist ik niet wat ik zag. Die gerechten kende ik helemaal niet. Het ging snel met me in die tijd. Tot mijn vijftiende had ik nooit voor een club gespeeld. Wij voetbalden in Tema op straat, op blote voeten met een bal die we zelf maakten. We deden wol en stof in sok, die we vervolgens dichtnaaiden. Het was een prima bal en wij waren happy. We wisten ook niet beter. Tijdens een van die partijtjes op straat werd ik gescout door iemand van Gapoha, een ploeg uit de stad. Voor het eerst kreeg ik voetbalschoenen, maar die zaten helemaal niet lekker. Ik vond die schoenen eigenlijk maar niets, maar ik had ze nodig. Met een elftal van jongens uit Tema speelden we vervolgens een wedstrijd tegen het nationale elftal van Ghana. Ik viel op, want gelijk daarna werd ik opgeroepen voor Ghana Onder-17, waarmee ik vervolgens het WK heb gespeeld. Toen kon ik al naar Feyenoord, samen met Allotey.’

Waar zijn vriend gebleven is, weet Gyan niet. ‘Het laatste dat ik van hem heb gehoord, is dat hij ergens bij een tweededivisieclub in Ghana zou spelen. In Allotey zagen de mensen een groter talent dan in mij, maar hij is weg en ik zit nog steeds bij Feyenoord. Waar ligt dat aan? Ik weet het niet. Het enige dat ik heb gedaan is keihard werken. Toen ik net bij Feyenoord zat, kon Arie Haan mij niet gebruiken en hij stuurde mij naar Excelsior. “Je moet gaan, Chris”, zei mijn vader toen ik hem belde. “Heb respect voor de club en doe wat je wordt gevraagd”. Daarom heb ik er ook niet moeilijk over gedaan. Bij Excelsior heb ik me prima kunnen ontwikkelen en na een halfjaar was ik terug in De Kuip. Op dit moment ben ik de speler met het langste dienstverband in de selectie van Feyenoord. Daar ben ik trots op. Ik kwam hier als onbekende Ghanees, maar heb me toch ontwikkeld tot een gewaardeerde kracht in Feyenoord 1. De kans is groot dat ik na mijn carrière hier blijf wonen. Ik heb een Nederlands paspoort en voel me hier helemaal thuis. Zelfs aan het eten ben ik gewend. Wat ik wilde, is me vooralsnog gelukt. Ik heb het naar mijn zin en speel nog steeds bij de club van mijn dromen.’