'Brazilië heeft een nieuwe Pelé'
De stad was bij de jaarlijkse strijd over vakantiebestemmingen niet vaak ter tafel gekomen. Maar twee weken geleden ben ik dan eindelijk in Leipzig geweest. De stad van de Maandag-Demonstratie. Hier, op de Leipziger Ring, kwamen op 9 oktober 1989 zeventigduizend mensen bijeen en ze riepen alleen maar: Wir sind das Volk. Geboren was de vreedzame revolutie in de DDR, vrij was de weg voor de hereniging van beide Duitslanden.
© Pro Shots

De stad ook van het imposante Zentralstadion. Ooit, toen het voetbal nog in zwart-wit tot ons kwam, de misthoorns loeiden en het spel grauw zag als de burgers op de tribunes, was het stadion met honderdduizend plaatsen het grootste van Duitsland. Nu is het een moderne tempel, met kapitalistische skyboxen in de voormalige heilstaat van de communisten en geven de helblauwe stoeltjes je het idee dat je naar een golfslagbad zit te kijken. Negentig miljoen euro heeft de arena gekost, achteloos opgehoest om volgend jaar enkele WK-duels binnen de poorten te krijgen. Wie er daarna de 44 duizend stoelen moeten bezetten weet niemand, want de hoogst spelende voetbalclub van Leipzig knikkert rond in de vierde liga.
Op een dag zoals deze vergeet Leipzig echter de waanzin. Want het circus komt langs. Ofwel de voetbalmagiërs van Brazilië die in het toernooi om de Confederations Cup aantreden tegen Griekenland. En het mooist van alles: Robson de Souza is er ook bij. Beter gezegd, Robinho. Een artiestennaam die ruist als een klank van liefde. Zijn roem is hem vooruitgesneld. Als kleuter jongleerde hij met een citroen op een wreef en knalde hij thuis ooit de enige klok van de wand. Nu, als 21-jarige volwassen prof, kan hij alles met een bal en huiveren de mandekkers als hij aanzet voor weer een glanzende solo. Zózeer dat PSV kansloos is om hem naar Eindhoven te halen, omdat Real Madrid inmiddels achttien miljoen euro voor hem heeft geboden. Zózeer dat Brazilië Robinho inmiddels collectief heeft uitgeroepen tot de nieuwe Pelé.
Vijf jaar geleden stonden ze oog in oog, op het trainingsveld van FC Santos: de oude en de nieuwe Pelé. In de nasleep van dat grootse moment heeft Robinho twee dagen lang zijn handen niet gewassen, want die waren geschud door de Wereldvoetballer van de Eeuw, zijn idool. Daarom ook kan hij nooit de reïncarnatie worden van Pelé en weigerde hij bij Santos diens oude rugnummer 10 te dragen. Pelé heeft Brazilië drie wereldtitels gebracht en is voor altijd de koning van ons voetbal. Ik kan hooguit de prins worden, werpt Robinho steevast de loden vergelijking van zich af.
In het Zentralstadion van Leipzig blijkt dat Robinho alles heeft om een legende van zichzelf te worden. Een vloeiende balbehandeling, aangeleerd in de kleine ruimte van het zaalvoetbal. Magnifieke dribbels waarbij zijn heupen zwoel wiegen. De intelligentie om het spel met wisselpasses te verplaatsen. En het instinct van de killer, getuige ook de 61 goals die hij in 159 wedstrijden voor Santos maakte. Op Ronaldo na doen ze deze donderdag in Leipzig allemaal mee, de beach boys van Ipanema. Kaká en Ronaldinho tikken de samba. Adriano begaat bijna een moord, zo hard vuurt hij richting keeper Antonis Nikopolidis en in het Griekse doel. Maar hij, Robinho, die de 2-0 maakt door als een duveltje zo snel te anticiperen op een mislukt schot van Gilberto dat door iedereen al was opgegeven, is de beste van allemaal. Gele vlinder.
Als zinnebeeld van het Jogo bonito het schone spel wervelt hij negentig minuten lang over het veld. Hem zien voetballen is wegmijmeren in een ballet van Nurejev en constateren dat in zijn kielzog alles en iedereen reduceert tot klinische aardse proporties. In de gouden schaduw van Robinho krijgt bijvoorbeeld de Griekse Ajacied Angelos Charisteas op slag de statuur van een lantaarnpaal van wie niets uitgaat, zelfs geen licht.
En dan komt volgend jaar die andere Ro er ook nog bij. Ronaldo, Ronaldinho, Robinho en Kaká op het WK bijeen in een magisch verbond. The fabulous four van het voetbal.
Je voelt de opwinding in het Zentralstadion, nu al. Leipzig, stad om in weg te dromen. Wie had dat gedacht? Peter Wekking





