'Blatter moet op audiëntie bij Van Basten'
Sepp Blatter is sinds 1998 minister-president van het keizerrijk FIFA, maar dat is niet altijd zo geweest. In een vorig leven fungeerde hij als secretaris van de Zwitserse ijshockeyfederatie en nog erger: hij was journalist. En zoals alom verondersteld valt daar weinig goeds van te verwachten.
© Pro Shots

Zulks bleek anderhalve week geleden week weer eens. Opgedoken uit zijn wijnkelder lanceerde Blatter het plan tijdens het aanstaande WK het roken in de stadions verbieden. Hoewel zelf een gelegenheidsconsument van sigaren, vindt hij de combinatie roken en sport ongepast en daarnaast voerde de Zwitser als reden nog een merkwaardig oorzakelijk verband aan. Blatter toonde zich namelijk bezorgd over de voorwerpen die recent tijdens Bundesliga-wedstrijden vanaf de tribunes van Hamburg en Keulen waren geworpen. 'Maar als supporters niet meer in het stadion mogen roken, hoeven ze ook geen aanstekers bij zich te dragen die ze op het veld kunnen gooien.'
Dat is dus de absurditeit waarmee de Napoleon van het wereldvoetbal komt. Blatter maakt zich vooral druk om de verpákking van het televisieproduct voetbal, niet om de inhoud. Zou hij weten dat Liverpool – naar de andere kant van het universum gejaagd om deel te nemen aan het niemendalletje om de Wereldbeker voor clubteams – vorig weekeinde in Japan al zijn 31ste wedstrijd van het seizoen speelde? Zou hij beseffen dat als Engeland komende zomer op het WK redelijk presteert, Steven Gerrard dan twaalf maanden onafgebroken aan het voetballen is?
Op zeker niet. Profvoetbal is een perpetuum mobile geworden, een eeuwigdurende beweging. Neem afgelopen zomer: geen EK, geen WK. Maar vakantie voor de mannen, ho maar. In plaats daarvan met acht landen aantreden op het altaar van de commercie. Op commando naar het toernooi om de Confederations Cup, het geesteskind van Blatter. Dat is het probleem van het leven en van het topvoetbal: macht en intelligentie verenigen zich maar zelden in dezelfde personen.
Recent hadden collega Taco van den Velde en ik een interview met Marco van Basten. Toen hij wonderspits was, was het leven tenminste nog overzichtelijk. Het behalen van de Europa Cup voor landskampioenen in 1990 met AC Milan vergde slechts een campagne van negen wedstrijden. Tegenwoordig speelt de winnaar van de Champions League dertien duels, als je niet de pech hebt zoals Liverpool dat je ook nog een voorronde moet afwerken. Landen als Macedonië en Armenië bestonden nog niet eens en vermoeiende kwalificatieduels met dat soort volkjes dus ook niet.
En waar de strijd om de Wereldbeker voor clubs in moderne tijden is verworden tot een tv-evenement met zes teams, werd die destijds beslecht in één enkele wedstrijd. Maar de duels, die waren toen al slopend en zwaar. Er is een moordend tempo bij gekomen.
En dat is nu waar de liefhebber Van Basten zich zorgen over maakt. 'Het wordt hoog tijd dat de kwaliteit van het voetbal eens wordt beschermd', sprak de bondscoach. 'Het is zo langzamerhand een feit dat de grote spelers tijdens de grote toernooien door overbelasting geblesseerd of uit vorm zijn. Ruud van Nistelrooy speelde op 8 juni met Oranje tegen Finland. In de voorbereiding van Manchester United moest hij zich alweer eind juni melden. Pure roofbouw. Maar de FIFA, de UEFA en de clubs; ze doen niets. Vaak denken clubs: We moeten meer wedstrijden spelen om het budget omhoog te krijgen. Maar als iederéén dat doet, dan schiet dat niet op, want de budgetten van álle clubs gaan omhoog. Er komt dus geen verschil in de onderlinge verhoudingen. Het enige gevolg is dat je eigen product in waarde vermindert.'
Die discussie is wezenlijker dan gesteggel over aanstekers en sigaretten. Daarom zou Sepp Blatter eens op audiëntie moeten bij Marco van Basten. Koffie op tafel, sigaartje erbij. Het hoofdstreven van de FIFA is tenslotte Fair Play. Maar nog even en de mannen zijn te gesloopt om er zelfs maar een vinnige tackle uit te gooien.