Bescheidenheid is een slechte eigenschap in topvoetbal
Het was twee weken terug prima te zien op de beelden die waren vastgelegd door de vele camera's langs de lijn bij Ajax-Real Madrid.
© Pro Shots

Het onderonsje van trainer José Mourinho met middenvelder
Xabi Alonso. Het gefluister van Mourinho met reserve-keeper Jerzy Dudek, die daarna naar doelman Casillas liep die op zijn beurt verdediger Sergio Ramos inseinde.
En daarna dus de bewuste rode kaarten van Xabi Alonso en Sergio Ramos. Mooie televisie, maar wat misschien nog wel leuker was: het gesprek tussen José Mourinho en Cristiano Ronaldo (foto) dat werd besloten met een nee-schuddende Ronaldo.
De Portugees die al een gele kaart achter zijn naam had staan uit een vorig duel, weigerde bewust nog even een kaart te pakken.
Daar waar Xabi Alonso en Sergio Ramos als trouwe soldaten de bevelen van hun generaal Mourinho opvolgden, schudde de grote vedette even achteloos met het hoofd en negeerde de orders.
Het is de onafhankelijkheid die hoort bij een speler die vindt dat hij de beste is en er voetstoots vanuit gaat dat de hele wereld om hem draait. Het is ook wat Ronaldo vaak zo onuitstaanbaar maakt.
De lange aanloop bij vrije trap waarbij hij voortdurend tuurt naar het videoscherm boven het doel om te kijken of hij er wel goed uitziet. Zijn verschrikkelijke maniertjes als hij een tikje krijgt of wanneer hij denkt dat hem onrecht wordt aangedaan. Cristiano Ronaldo vindt zichzelf de beste van de wereld en durft daar ook ronduit voor uit te komen.
Het is aan de ene kant ergerlijk, maar tevens een onmisbare eigenschap die hem naar de wereldtop heeft geleid. Cristiano Ronaldo kent namelijk geen enkele twijfel.
Ook als hij al vijf vrije trappen de tribune in heeft gejaagd gaat hij de zesde keer achter de bal staan met de overtuiging en flair van de beste speler van de wereld. Logisch, want hij is de beste speler van de wereld. Daarover kent Cristiano Ronaldo geen enkele twijfel.
Bekend zijn de verhalen die zijn overgewaaid vanuit Manchester waar Cristiano Ronaldo vele uren op het trainingsveld stond om in zichzelf te investeren. Iemand die verliefd was op zichzelf maar daarom ook de onweerstaanbare drive had in alles de beste te zijn.
Ronaldo wilde het mooiste en sterkste lichaam hebben, de beste vrije trap, het meest verwoestende schot en de meest opwindende dribbel.
Dat narcisme wordt in Nederland al snel negatief uitgelegd. Misschien heeft het te maken met onze calvinistische inslag waar gewoon al gek genoeg is en waarin vedettegedrag niet gepruimd wordt.
Ik denk dat het in topsport niet altijd terecht is. Bescheidenheid kan in het topvoetbal een hele slechte eigenschap zijn.
Mido heeft de laatste maanden de ene na de andere grap over zijn vorm en overgewicht te horen gekregen, maar stond vorige week zondag na zijn doelpunt tegen VVV-Venlo lachend voor de camera.
Elke andere speler was gaan twijfelen aan zichzelf, maar Mido moest lachen. Zelfs als hij honderd kilo weegt is hij namelijk nog steeds de beste spits die in de basis hoort bij Ajax.
Volgens zichzelf. Zonder die overtuiging had hij die zondag nooit gescoord. Jimmy Hasselbaink mislukte bij Telstar en AZ en werd teruggestuurd naar de amateurs. Via Portugal brak hij uiteindelijk door en werd een topspits bij Leeds United, Atletico Madrid en Chelsea.
Elke trainer had hem verteld dat hij niet goed genoeg was, maar Jimmy geloofde ze niet, want hij vond zichzelf de beste. Dat was maar goed ook.
Taco van den Velde




