Bas Roorda: ‘FC Groningen moet altijd een volksclub blijven’

Praat mee!

Toen Bas Roorda in 1996 vertrok bij FC Groningen, verliet hij een club die hard op weg was naar de kelders van het betaalde voetbal. Nu staat de 32-jarige doelman, na omzwervingen bij NEC en Roda JC, weer onder de lat bij de Trots van het Noorden. Maar anno 2006 is FC Groningen gezond, succesvol en ambitieus. Drent Roorda over de opmars van zijn club, de kracht van de spelersgroep en de toestand van het vaderlandse keepersgilde.

© Pro Shots

fallback image Bas Roorda: ‘FC Groningen moet altijd een volksclub blijven’

Je bent tussen 1996 en 2004 weggeweest bij FC Groningen. Wat is er in die tijd veranderd bij de club?

‘Het verschil is enorm. Toen ik wegging dobberde FC Groningen een beetje onder in de middenmoot. De dalende lijn na een tijdperk waarin de club tot de vijf, zes beste clubs van Nederland behoorde was ingezet. Maar van echte problemen was nog geen sprake. De hele zware jaren kwamen pas na mijn vertrek: sportief en financieel werd een kritiek punt bereikt. Er volgde zelfs degradatie en ik vroeg me af of het nog goed zou komen. Maar na de promotie in 2000 is de club gestaag doorgegroeid. Het Groningen van nu is stabieler en in alles groter dan die van tien jaar geleden. De begroting is omhoog gegaan, het aantal sponsoren gestegen, er is meer personeel en alles gaat er gewoon professioneler aan toe. De opening van De Euroborg onlangs was het voorlopige hoogtepunt in dat traject. FC Groningen is in relatief korte tijd van zorgenkindje naar gezonde vereniging getransformeerd, maar dat kan in de voetballerij, voorbeelden te over. Neem AZ, die club speelde een aantal jaren geleden ook nog in de eerste divisie.’

Is de sfeer bij FC Groningen veranderd?

‘Vind ik niet. Groningen is ondanks alles een volksclub gebleven en dat mág niet veranderen. Bij veel andere clubs is groei ten koste gegaan van de sfeer, maar ik ben eigenlijk niet bang dat hier hetzelfde gaat gebeuren. Ik weet van heel veel mensen binnen de club dat ze zullen waken over onze identiteit. Het ligt sowieso niet in de mentaliteit van de Groninger om dingen te veranderen. De ouderwetse Oosterpark-sfeer moet in De Euroborg gehandhaafd blijven. Tot nu toe gaat het op dat vlak boven verwachting. Thuis tegen NAC Breda (3-2, red.) zette ons publiek zich in de slotfase nog één keer achter de ploeg. Dat gaf ons net dat extra zetje dat we nodig hadden om de winnende goal te maken.’

In het bekerduel met PSV (2-3) kwamen jullie ondanks de steun van het publiek net tekort.

‘Die wedstrijd hebben we in het eerste halfuur verloren. We hadden dan wel pech met de scheidsrechter en bij PSV vielen alle ballen erg goed, maar wij waren niet top in de eerste helft. En dat is wel nodig tegen de beste ploeg van Nederland. Na rust hebben we nog wel even gas kunnen geven, helaas was het niet genoeg. Balen dat we de halve finales niet hebben bereikt. Ik heb met NEC ooit een bekerfinale gespeeld en dat was een geweldige ervaring.’

Jullie zitten desondanks in een fantastische periode. Met een plek in de subtop als gevolg.

‘Van de resultaten, van die hele positieve flow waarin we momenteel zitten, genieten we ook. Iedereen die Groningen een warm hart toedraagt is blij op dit moment. Dat merk je aan de mensen op straat. Als we na afloop van een overwinning een ererondje maken langs de tribunes, zie ik de mensen stralen. Puur geluk. Die momenten moet je koesteren, want er zullen ook mindere tijden komen. We zullen niet gaan zweven.’

Waarom die bescheidenheid? Kiezen jullie bewust voor de underdogrol?

‘Dat is niet gespeeld of zo. Wij realiseren ons heel goed waar de club vandaan komt. We weten ook dat het verschil tussen plaats vier en tien slechts negen punten is. Nu is het allemaal hosanna, maar als we twee wedstrijden achter elkaar verliezen kan het weer helemaal anders zijn. We hopen dat we onze huidige vorm zo lang mogelijk kunnen behouden en zullen er echt alles aan doen ons te kwalificeren voor de play-offs. Maar dat is geen must. Het blijft een bonus. Over een paar jaar moet Groningen weer net als vroeger een club zijn die elk seizoen meedoet om Europees voetbal, dát is de doelstelling.’

Er komt een moment waarop je kwalificatie voor de play-offs niet meer weg mag geven.

‘Als wij vijf duels voor het einde van de competitie nog een buffer van vijf of zes punten hebben, is dat inderdaad zo. Maar nu is het nog veel te vroeg om zoiets te zeggen. We hebben een druk programma voor de boeg. Zullen te maken krijgen met blessures en schorsingen. En we moeten afwachten hoe de andere clubs uit de transferperiode komen.’

Presteren jullie momenteel op de toppen van jullie kunnen?

‘Ik denk dat wij nog verder kunnen groeien, maar we presteren wel boven verwachting. Wij zijn niet de vierde of vijfde club van Nederland, al staan we nu wel op die plek in de stand. Daar hebben we hard voor geknokt. We zijn maar één keer weggespeeld, uit bij Heerenveen (4-0 nederlaag, red.), voor de rest zijn we weinig in de problemen gekomen. Hebben geen punten gestolen. We zijn fortuinlijk geweest met scheidsrechters, maar hebben ook pech gehad. We zijn geen geluksploegje. Als we een keer een dip krijgen zullen we niet ver terugzakken. We hebben namelijk geen extremen in de spelersgroep, geen uitschieters naar boven of beneden.’

Had je de huidige voorspoed echt niet zien aankomen?

‘Nee, maar het is ook heel vreemd verlopen. Ik had namelijk wél een vliegende start van dit seizoen verwacht. Op papier hadden we een redelijk gemakkelijk programma met RBC, Heracles, Sparta en RKC als eerste vier tegenstanders. Maar daar kwamen we helemaal niet goed doorheen, we haalden drie punten uit die wedstrijden. In die moeilijke fase kwam PSV op bezoek. En daar wonnen we thuis ineens van. Oké, PSV was niet op volle sterkte, maar toch. Die zege gaf vertrouwen, daarna begon het een beetje te draaien.’

Wat waren precies jouw verwachtingen voor dit seizoen?

‘Groningen wil groeien. Langzaam aan omhoog, geen gekke dingen doen. Het doel voor dit seizoen was dan ook gewoon: het beter doen dan vorig jaar, meer punten halen dan de veertig van vorig seizoen. Hoger eindigen dan plaats twaalf. Dat was de doelstelling van de club en daar stonden we met zijn allen achter. Het was ook een realistisch uitgangspunt. We zijn deze zomer toch vier, vijf spelers belangrijke spelers kwijtgeraakt, het was afwachten hoe we daaruit zouden komen. Nu blijkt dat de club zich echt goed heeft versterkt, met Yuri Cornelisse, Koen van de Laak, Bruno Silva, Rasmus Lindgren en Yevgeni Levchenko. Op dit moment hebben we negentien gelijkwaardige spelers. De nieuwelingen hebben zich heel snel aangepast.’

Wat is het geheim daarachter?

‘In de spelersgroep van Groningen is het gewoon gemakkelijk instromen, dat heb ik vorig jaar zelf ook gemerkt. Voor mij was het natuurlijk wat eenvoudiger omdat ik de club al kende, maar je ziet nu dat ook iemand uit Uruguay (Silva, red.) zich heel vlug thuisvoelt. De club stelt spelers op hun gemak, geeft ze het gevoel dat ze belangrijk zijn. Dat het allemaal zo soepel loopt, is ook een verdienste van het aankoopbeleid. Trainer Ron Jans en technisch directeur Henk Veldmate trekken niet zomaar iemand aan. Zij selecteren op karakter. Willen weten wat voor een persoon ze in huis halen, het moet passen. Kwaliteiten alleen zijn niet zaligmakend, de persoonlijkheid moet ook kloppen. En wat dat betreft is onze groep nu in balans. De discipline is erg goed verzorgd, er zijn geen jongens die uit de pas lopen. Neemt niet weg dat er bij ons op de training heus wel eens een schop wordt uitgedeeld. Ook bij ons is er soms onderlinge onenigheid, maar dat wordt door de trainer direct bij de horens gevat en vervolgens als grote mensen opgelost.’

Toch opvallend, aangezien nog maar anderhalf jaar geleden veelvuldig incidenten plaatshadden binnen de selectie. Er was sprake van een gespleten spelersgroep.

‘Ik heb die periode zelf niet meegemaakt, maar heb er wel veel over gehoord. Vorig jaar in de voorbereiding is er nog over gesproken. Een heleboel spelers zijn rond die tijd ook weggegaan. Ik kende ze niet goed genoeg om te zeggen of zij de moeilijke jongens waren. In ieder geval heb ik van al die onrust sinds mijn terugkeer niets meer gemerkt. De sfeer is prima, van groepjesvorming is totaal geen sprake. Ik vind het ook erg prettig dat het merendeel van onze spelersgroep bestaat uit Nederlanders of Scandinaviërs, min of meer halve Nederlanders. Bij Roda zat ik in een selectie van twintig man, van wie vijftien buitenlanders. Dat is gecompliceerd, hoor. Afrika, Oost-Europa, Oceanië: ze kwamen van alle kanten. Al die spelers hadden hun eigen sportbeleving, waardoor je iedere keer weer moest uitzoeken wat voor een benadering iemand nodig had. Moest je direct zijn of juist wat liever? Nederlanders kunnen elkaar over het algemeen de waarheid zeggen op de training, na afloop is het klaar. Veel buitenlanders zijn dat niet gewend. Dat soort dingen is moeilijk te doorgronden. Daardoor hadden we bij Roda een fantastische verzameling voetballers, maar geen stabiliteit. De ene week wist je niet wat je zag, de andere week kon het helemaal niks zijn. Puur een gevolg van de samenstelling van de selectie. Groningen is veel homogener.’

Groningen heeft een opmerkelijk jonge spelersgroep. Jij bent de enige dertiger.

‘Inderdaad best bijzonder, al zegt het me verder weinig. Ik voel me echt niet de veteraan van de selectie, het kost me geen moeite me te verplaatsen in iemand van negentien of 28. Al gaat mijn leeftijd wel gepaard met een bepaalde rol in het elftal. Als jongens ergens mee zitten probeer ik er voor ze te zijn. Ik zit ook in de spelersraad, in die hoedanigheid overleg ik met het bestuur over bepaalde zaken.’

Is het hechte collectief het fundament onder jullie goede prestaties?

‘Ik denk niet dat er één oorzaak is aan te wijzen voor het succes. Maar ik weet wel dat we nu veel stabieler zijn dan vorig seizoen. Toen hadden we één sterspeler. Erik (Nevland, red.) schoot alles wat voor zijn voeten kwam in de kruising, hij deed het fantastisch. Mede door blessures komt het er bij hem dit seizoen nog niet zo uit. Maar dat is geen ramp, want nu kan wekelijks iemand anders belangrijk zijn. In het begin van het seizoen was dat vaak Yuri Cornelisse, de laatste tijd maakt Glen Salmon doorgaans het verschil. We zijn niet meer afhankelijk van één speler. Alle spelers zijn aan elkaar gewaagd. Er is plezier, vertrouwen en er zijn vastigheden. Iedereen weet waar hij aan toe is en wat elkaars kwaliteiten zijn.’

Van Ron Jans is bekend dat hij zijn spelers veel inspraak geeft. Vind je dat prettig?

‘Ja, zeker. De trainer is degene die de beslissingen neemt, maar hij geeft ons wel veel verantwoordelijkheid. Hij probeert steeds meer uit de groep te halen. Er is een hele open communicatie onderling. Een goede zaak in mijn ogen, want je moet als speler kunnen praten over de zaken die je tijdens wedstrijden en trainingen ervaart. De werkwijze van Jans is wezenlijk anders dan wat ik gewend was, veel democratischer. Zijn nabesprekingen bestaan voor tachtig procent uit vragen aan de spelers. Bij andere trainers is het meestal eenrichtingsverkeer.’

Hoe beoordeel je Jans in vergelijking met je eerdere trainers?

‘Hij is één van de prettigste trainers met wie ik heb gewerkt. Ik heb een hoop verschillende types meegemaakt in mijn carrière. Jans zit een beetje op dezelfde lijn als Sef Vergoossen en Hans Westerhof. Sociale trainers, alle drie met een lerarenachtergrond. Maar ook met Jan van Dijk, een praktijkgerichte man met een voetbalachtergrond, kon ik het bijvoorbeeld goed vinden.’

Ben jij bezig aan je beste seizoen tot nu toe?

‘Dit is beslist één van de betere seizoenen uit mijn loopbaan. Bij Roda heb ik ook een fase gehad dat het heel goed ging, maar dat was een korte periode. En mijn laatste jaar bij NEC, waarin we de bekerfinale haalden, was goed. Nu gaat het ook lekker. Dat is leuk omdat het gepaard gaat met goede prestaties van de ploeg. Dit seizoen valt het voor mij mooi samen.’

Je vergeleek een doelman ooit met een goede fles wijn, die met de jaren alleen maar beter wordt.

‘Als je ouder wordt ga je situaties in het veld beter herkennen. Keepen wordt gemakkelijker. Je kunt verder vooruit denken. Als nu dit gebeurt, zal straks dat gaan gebeuren. Je bent beter in staat om in te schatten wanneer je bij een diepe bal moet komen om rugdekking te geven aan je verdedigers en wanneer je beter kunt wegblijven. Ook leer je met druk om te gaan.’

Ben jij de laatste jaren ook op technisch vlak beter geworden?

‘Jawel. Dat moest ook wel, want het voetbal is moeilijker geworden. De ballen zijn veranderd en de spelhervattingen zijn onvergelijkbaar met vroeger. In het begin van mijn carrière werden ballen van de zijkant gewoon voor de goal gegooid door de linksbuiten. Rechttoe rechtaan. Nu zijn er ontzettend veel specialisten die de bal ontzettend gevaarlijk voor het doel kunnen draaien. Daar moet je als doelman iedere keer een antwoord op hebben. Een kwestie van organisatie, het neerzetten van je verdediging, maar ook van technisch goed ingrijpen.’

Aan Bas Roorda is onlosmakelijk de kwalificatie ‘degelijk’ verbonden. Niet meer, niet minder. Een terechte samenvatting van jouw kwaliteiten?

‘Ik ben iemand die spektakel wil voorkomen. Geen opsmuk, geen gekke dingen. Ik probeer functioneel te zijn. Op ballen die ik staand kan pakken ga ik niet duiken, in dat geval vergroot je het risico alleen maar. In die zin kun je me degelijk noemen. Maar met degelijk in de zin van geen verschil makend ben ik het niet eens. Dit seizoen vormt het bewijs. Ik heb in meerdere wedstrijden punten gepakt voor de ploeg. Ik zou mezelf “stabiel” noemen, dat is wel een goede omschrijving. Mensen kijken vaak alleen naar de redding, maar dat zie ik als een laatste redmiddel. Door een bal tijdig te onderscheppen kun je een redding voorkomen. Doe je dat niet, dan kun je in een één-tegen-één-situatie met een aanvaller terechtkomen. Win je die, dan spreken mensen van een fantastische redding, terwijl die eigenlijk helemaal niet nodig was geweest. Dat is altijd moeilijk uit te leggen aan mensen die geen verstand hebben van het vak. Keepers zelf snappen dat het best. Edwin van der Sar is in dit verband de grootmeester. Hij verstaat de kunst om moeilijke ballen op een simpele manier te pakken. Dat waardeer ik meer dan de showacties van types als Fabien Barthez en Oliver Kahn.’

Ben je het eens met de criticasters die zeggen dat het bedroevend gesteld is met het huidige keepersniveau in Nederland?

‘Absoluut niet. Onzin.’

Je kunt elk weekend een videoband samenstellen met blunders.

‘Is dat alleen in Nederland zo? Ik kijk af en toe ook buitenlands voetbal en het gebeurt overal. De meeste keepers van nu waren tien jaar geleden ook al in de Eredivisie actief. Werd er destijds ook zoveel gezeurd? Nee, want toen zei iedereen juist dat het goed gesteld was met het niveau van de Nederlandse doelmannen.’

Noem eens drie goede keepers in de Eredivisie.

‘Henk Timmer, Patrick Lodewijks, Harald Wapenaar, Sander Boschker, ikzelf. En dan kijk ik alleen naar de Nederlanders. Wat mij wel een beetje zorgen baart is dat die jongens allemaal dikke dertigers zijn. Over een paar jaar zal er een nieuwe generatie moeten staan, maar ik zie de talenten nog niet doorkomen. Maarten Stekelenburg steekt er bovenuit, die kan de top halen. Meer namen kan ik niet opnoemen. Toch zullen er straks achttien eredivisieclubs gevuld moeten worden met nieuwe keepers. Als die nu nog allemaal klaargestoomd moeten worden, is het te laat. Dus zullen er wel weer buitenlanders nodig zijn. Eigenlijk een zwaktebod. Elke club in Nederland moet in staat zijn goede keeper van eigen bodem op te leiden. Maar blijkbaar hebben de meeste clubs daar de voorbije jaren te weinig aandacht aan besteed.’

Hoe lang zie je jezelf nog doorgaan?

‘Als mijn contract over anderhalf jaar afloopt, ben ik 34. Zoals ik er nu over denk ga ik dan nog een tijdje door. Ik stop met profvoetbal als ik fysiek of mentaal niet meer topfit ben, of als ik het niveau niet meer aankan. Daarvan is nu geen sprake. Sinds mijn terugkeer bij Groningen heb ik nog geen wedstrijd gemist.’

Je staat bekend als een reislustig persoon. Heb jij niet de heimelijke wens om nog eens een buitenlands avontuur te beleven?

‘Ik heb toch bij Roda gezeten? Dat is zowat het buitenland, haha. Nee, ik moet zeggen dat mijn reislust de laatste jaren wat minder is geworden, ik heb nu drie kleine kinderen. Een jaar of tien geleden ben ik een paar zomers op rij met de rugzak door Amerika getrokken. Toen had ik wel heel sterk het verlangen om ooit nog eens in dat land te gaan voetballen. Nu ben ik daar niet meer mee bezig. Als er een leuk aanbod komt, zal ik er zeker naar luisteren, maar met mijn gedachten ben ik eigenlijk alleen bij Groningen. Ik heb het hartstikke naar mijn zin bij de club, zeker nu het zo goed gaat. In principe wil ik hier mijn carrière dan ook afsluiten. Ik ben trots dat ik een steentje kan bijdragen aan de ontwikkeling van Groningen.’

Bas Roorda: ‘FC Groningen moet altijd een volksclub blijven’