Arsenal en PSG zijn 55 jaar na dato opvolgers van Ajax en Panathinaikos
De Champions League-finale van 2026 gaat met Arsenal en Paris Saint-Germain tussen twee clubs uit verschillende hoofdsteden, en dat is zeldzamer dan je zou denken. In de geschiedenis van Europa's belangrijkste clubcompetitie gebeurde dat slechts drie keer eerder.
© Pro Shots

In veel grote Europese voetballanden geldt dat de hoofdstad niet meteen de meest succesvolle voetbalclubs herbergt. Berlijn, Rome, en tot voor kort Parijs, gelden niet als belangrijke voetbalbolwerken. Ook Londen heeft nog geregeld het nakijken ten opzichte van Liverpool en Manchester. Zodoende wordt dit pas de vierde keer dat er twee verschillende hoofdsteden zijn afgevaardigd in de eindstrijd.
In 1962 ging het tussen Benfica en Real Madrid, vier jaar later had De Koninklijke te maken met Partizan Belgrado. Ajax won in 1971 de laatste 'hoofdstadfinale', op Wembley waren de Amsterdammers te sterk voor het Atheense Panathinaikos. Sindsdien waren er wel nog twee finales tussen Real Madrid en Atlético Madrid, afkomstig uit dezelfde hoofdstad.
Ook zeldzaam: een finale tussen twee trainers uit hetzelfde land. Luis Enrique en Mikel Arteta kunnen elkaar op 30 mei in Boedapest in het Spaans begroeten. Twee Spaanse trainers in een Champions League-finale is een unicum. Twee finales (2013 en 2020) gingen tussen twee Duitse coaches. In 2003 was het een Italiaans onderonsje, en in 1979 werd er gestreden tussen twee Engelse oefenmeesters.







