Advertorial

Van drievoudig kampioen tot klusser: 'Ik liep rond in het mascottepak'

Praat mee!

In deze serie met Mercedes-Benz rijden we door het hele land: van VELD naar VAN. We spreken oud-profvoetballers over hun verleden en hun carrièreswitch. Ooit reden ze met de spelersbus naar volle stadions. Nu rijden ze in hun eigen bedrijfswagen door het land tijdens hun tweede carrière. In de zesde aflevering Jan Michels, oud-speler van clubs als Go Ahead Eagles, FC Den Bosch en Sparta. Hij heeft tegenwoordig zijn eigen klusbedrijf.

© Pro Shots

Van drievoudig kampioen tot klusser: 'Ik liep rond in het mascottepak'

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Mercedes-Benz.


Wat is de mooiste herinnering uit je carrière?

‘Misschien wel mijn debuut, al was dat als echte Deventenaar wel bij PEC Zwolle. Uiteindelijk kwam ik wel voor Go Ahead Eagles te spelen en mijn eerste wedstrijd daar zal ik ook niet snel vergeten. Ik speelde destijds in het tweede elftal van de club en weet nog goed dat ik in Center Parcs ineens een belletje van de trainer van het eerste kreeg. Of ik de volgende dag in de basis wilde starten in De Kuip tegen Feyenoord? Nou, dan vertrek je natuurlijk meteen uit Center Parcs en sluit je aan bij de wedstrijdvoorbereiding. Het was een fantastisch mooi moment. Ik weet vooral nog dat ik dacht: Jeetje, wat is dat veld van De Kuip toch groot.

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Bij welk moment uit je carrière verschijnt direct een lach op je gezicht?

‘Ik weet nog goed dat ik bij FC Den Bosch een keertje de laatste wedstrijd van het seizoen geschorst was. We speelden voor promotie en ik wilde toch op de een of andere manier op het veld staan. Toen kreeg ik het idee om het mascottepak aan te trekken. Stond ik daar met die drakenkop over mijn hoofd op het veld te dansen. Ik probeerde het publiek ook een beetje op te zwepen, maar in eerste instantie deed dat niet zoveel. Tot ik even die drakenkop afzette en mijn gezicht liet zien. Toen ging zo’n vak helemaal uit z’n dak. We wonnen ook nog. Uiteindelijk ben ik ook drie keer kampioen geworden met de club, ik denk niet dat veel mensen dat kunnen zeggen.’

Tegenwoordig heb je een eigen klusbedrijf, deed je ook al wat met je handen tijdens je carrière?

‘Zeker. Mijn schoonvader was hovenier, metselaar en timmerman. Ik had naast het voetbal ook heel veel tijd over. Dan stond ik ’s ochtends op het trainingsveld en ging ik ’s middags met mijn schoonvader mee om te klussen. Ik was in die tijd nog semiprof, dus het was ook nodig om een beetje bij te beunen. Ik ben opgeleid als timmerman en metselaar, maar heb me ook heel veel andere dingen eigen gemaakt. Ik kan ook stukadoren en doe eigenlijk alles.’

De switch van voetballer naar het leven daarna ging dus best soepel?

‘Die was heel makkelijk voor mij. Er zijn ook best wat overeenkomsten tussen het voetbal en mijn huidige bestaan. In de basis is het eigenlijk allebei gewoon heel hard werken. Ik ben ontzettend secuur en leg de lat vaak erg hoog voor mezelf. Ik werk heel veel in Deventer en je wil niet dat mensen tegen elkaar zeggen op een verjaardag: “Die Michels kon best aardig voetballen, maar voor het klussen moet je hem er niet bij hebben.” Ik heb ook geen reclame op mijn bestelwagen, maar als je goed werk levert, komen mensen vanzelf bij je terug.’

Hoe ziet jouw bedrijfswagen eruit?

‘Ik ben niet de allernetste met het neerleggen van mijn spullen, maar ik weet wel altijd waar alles ligt. Het is een beetje een creatieve chaos, maar mijn werk vinden ze wel altijd goed. Dat is voor mij het belangrijkste.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Welke vijf mensen uit de voetballerij zou je graag meenemen in de bedrijfswagen?

‘In mijn tijd in Zwolle kon ik het goed vinden met Edwin Timmerman, dus die mag sowieso mee. Met Dennis Hulshoff heb ik een mooie tijd gehad bij Go Ahead Eagles. Dan kies ik nog voor Gertjan Verbeek, want die is nogal handig. Dan neem ik voor de gezelligheid Ricky van den Bergh nog mee, die is zo gek als een deur. Bij AGOVV heb ik nog met Dries Mertens gespeeld en die krijgt ook een plaatsje. Dan was er iemand jarig en dan vroeg ik aan hem: “Is dat gebakje wel goed?” Dan duwde ik dat taartje zo in zijn gezicht.’