In de kleedkamer met Boulah: Speeches van Mourinho en de Robben-routine

Praat mee!

De kleedkamer in de voetbalwereld blijft altijd gesloten voor de buitenwacht. Hoe bereiden spelers zich eigenlijk voor op grote wedstrijden? Welke teamgenoot was heel bijgelovig? En wie stond het langst voor de spiegel? Verschillende voormalige topvoetballers geven een kijkje achter de kleedkamerdeur. In aflevering 3 Khalid Boulahrouz (43), die het in zijn carrière schopte tot Hamburger SV, Chelsea en het Nederlands elftal.

© Pro Shots

In de kleedkamer met Boulah: Speeches van Mourinho en de Robben-routine

Hoe bereidde jij je voor op een belangrijke wedstrijd?

‘Ik doe alles in mijn leven op gevoel en eigenlijk was dat ook voor de wedstrijden zo. De ene keer was ik wat meer gespannen, vond ik dat ik wat meer ontspannen moest worden en had ik bijvoorbeeld muziek nodig. Soms was ik lekker rustig en probeerde ik zen te blijven, door bijvoorbeeld even te gaan liggen.’

Had je weleens enorm last van zenuwen?

‘Ik ben nooit heel nerveus geweest, alleen een keer tijdens het warmlopen in de rust, op het WK 2006 tegen Ivoorkust. Toen ging er van alles en nog wat door mijn hoofd, het was bloedheet en ik kon moeilijk slikken van de spanning. Besefte ik dat de hele wereld zou meekijken. Kwam er een moment dat ik tegen mezelf zei: Boulah, alles leuk en aardig, even terug naar de realiteit. Kappen nou, vriend! Het is gewoon elf tegen elf, je bent goed genoeg, anders zou je nu niet in het Nederlands elftal spelen. Uiteindelijk ging het ook prima en wonnen we die wedstrijd.’

Deed je iets anders in je voorbereiding als je wist dat een ster als Ronaldinho je directe tegenstander was?

‘Bij Ronaldinho heb ik wel extra goed mijn huiswerk gedaan. Vanaf het moment dat ik wist dat ik met Chelsea tegen de Wereldvoetballer van het Jaar moest, heb ik zijn beelden vanuit allerlei hoeken en standen bekeken. Zijn dribbels, zijn aannames en wat doet hij als hij met de rug naar je toestaat? Die gast maakte no look passes, nam onmogelijke ballen aan en had de bal echt aan een touwtje. Ik wilde er alles aan doen om te voorkomen dat ik in een van zijn compilatievideo’s op YouTube zou eindigen. Dat is gelukkig gelukt.’

Kon José Mourinho je bij Chelsea ook extra goed motiveren voor een grote wedstrijd?

‘Hij ging heel psychologisch te werk. Hij zorgde ervoor dat de druk bij ons als groep werd weggenomen. Ik vergeet nooit meer dat we tegen Barcelona speelden. Ze waren in die tijd allemaal best wel klein en hij ging dan een voor een al die spelers langs. Xavi, Andrés Iniesta, Dani Alves, Giovanni van Bronckhorst en alle kleinere spelers noemde hij allemaal Mickey Mouse. Nadat hij alle namen was afgegaan, kwam hij bij Lionel Messi en die noemde hij toen Minnie Mouse. Dat was meer om ons duidelijk te maken dat wij geen goal tegen konden krijgen met corners. Je kunt een tegenstander groot maken, maar op zijn manier nam hij de druk weg en maakte hij ze kleiner.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

In duel met Lionel Messi.

Besteedde jij ook veel aandacht aan je uiterlijk voordat je het veld opstapte?

‘Ik wilde er wel goed uitzien als ik het veld opstapte, maar tijdens de wedstrijd boeide het me echt niet. Mijn sokken, broekje en shirt zaten netjes en verder maakte ik mijn haar een beetje nat, maar na het eerste duel zag het er toch niet meer uit.’

Op het WK 2010 lieten jullie bij het Nederlands elftal wel de Nederlandse kapper Hanni Hanna naar Zuid-Afrika komen.

‘Volgens mij kwam hij via Gregory van der Wiel. Hij kwam dan naar ons hotel met een koffertje met van die lichtbolletjes en zijn materialen erin. Dan knipte hij ons allemaal even. We hadden met hem de afspraak gemaakt dat hij pas na de halve finale over zijn ervaringen in interviews mocht vertellen. We waren bezig om wereldkampioen worden en wilden daarin geen ruis op de lijn. De hele selectie vond het fijn dat hij er was, want de teamfoto had er heel anders uit kunnen zien als we een lokale kapper hadden opgezocht.' 

Was jij bijgelovig voor een wedstrijd?

‘Ik deed wel altijd eerst mijn rechterschoen aan en dan mijn linker, maar dat doe ik ook als ik nu thuis mijn normale schoenen aantrek. En ik stond vaak als een van de laatste in de rij voor we het veld opgingen, maar ik had niet een bijzondere routine die ik per se moest uitvoeren.’

Heb je die routines door de jaren heen wel gezien bij teamgenoten?

‘Ik heb spelers gezien die per se twee keer naar het toilet moesten en spelers die altijd als laatste de kleedkamer uit wilden. Bij VfB Stuttgart speelde ik met Zdravko Kuzmanovic en die deed altijd tape om zijn pols. Ik vroeg hem of hij een waardevol sieraad droeg, maar hij had er helemaal niks onder en deed het puur uit bijgeloof. Didier Drogba had ook een dingetje als hij het veld opstapte, die hinkte altijd twee keer op zijn ene been en dan twee keer op zijn andere. Arjen Robben kon er bij Chelsea en Oranje ook wat van, trouwens.’

Wat deed Robben om in de juiste focus te komen?

‘Als je als laatste uit de bus stapte, zag je hem daarna al in zijn slidingbroek, zijn sokken en sneakers in ontbloot bovenlichaam klaar zitten in de kleedkamer. Dan ging hij daarna heen en weer door de gang om vast verschillende oefeningen te doen. Zag ik hem daar ineens een wall squat doen en dacht ik bij mezelf: Als ik dit allemaal moet doen, ben ik na een kwartier al helemaal gesloopt. Als ik ernaar keek werd ik al moe, maar hij had dit ritueel nodig en voelde zich daar prettig bij.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Wie zit er bij je televisiewerk voor Ziggo het langste in de visagie?

‘We doen daar niet zo heel veel, alleen een beetje matteren, zodat we niet glimmen op televisie. We zijn ook allemaal wat ouder en niet meer zo ijdel. Marco van Basten wil dat spul trouwens niet op zijn gezicht hebben en daarom heeft hij als enige ander licht op hem staan in de studio. Als je Van Basten heet, kun je alles maken.’ 

Wie waren je ijdelste ploeggenoten?

‘Dan kom ik toch uit bij de Italianen of jongens die in Italië hebben gespeeld. Ik voetbalde in Sevilla met de huidige manager van Chelsea, Enzo Maresca. Die kwam wel heel netjes naar de club, soms in een heel kostuum. Ik weet ook nog dat we uit eten gingen met de selectie van Chelsea en dat Andriy Shevchenko regelmatig compleet in pak kwam. Daaraan zag je toch wel dat hij heel lang in Milaan had gevoetbald. Jongens van de Balkan waren er ook niet vies van, trouwens. Ciprian Marica kwam bij Stuttgart ook weleens naar de club en dan was het alsof hij daarna nog naar een business meeting moest. Hij kwam dan alleen om te trainen en ging daarna weer naar huis. Dan dacht ik altijd: Je doet zo veel moeite om er goed uit te zien, maar straks ga je weer gewoon naar huis om een dutje te doen.

Welke oud-teamgenoot liep er regelmatig flamboyant bij?

‘Dani Alves kwam bij Sevilla een keer met een rode broek, een glittershirt en van die zwarte lakschoentjes de kleedkamer binnen. Die had zo meegekund met De Toppers. In een kleedkamer weet je vaak ook wel dat zo’n outfit consequenties heeft. We hebben toen zijn broek aan het plafond vastgetapet en zijn shirt op de grond gelegd met wat dingen eromheen, alsof het een plaats delict was. Zo van: dit kledingstuk mag je niet meer aanraken. Het mooie was dat het hem totaal niet boeide, want niet veel later kwam hij weer met een vergelijkbare outfit binnenwandelen.’ 

Mis je het kleedkamergevoel weleens?

‘Zeker, de humor, de wedstrijdspanning en het gezamenlijk naar een doel toewerken. Bij het Nederlands elftal waren Rafael van der Vaart en Wesley Sneijder altijd de gangmakers. Met die twee was het gegarandeerd gekloot. Ik weet nog goed dat we een interland speelden tegen Andorra en dat Barry van Galen daar zijn debuut voor zijn enige interland zou maken. Ik geloof dat Wesley ook bij deze grap betrokken was. Toen Barry zijn warming-up aan het doen was, hadden ze met tape een aanvoerdersband op zijn mouw gemaakt. Hij had het nog niet door, tot we naar buiten gingen voor het volkslied. Iedereen ging kapot van het lachen.’

En wie waren bij Chelsea de gangmakers?

‘Didier Drogba, maar ook John Terry was altijd wel in voor een grapje. Ik weet nog een keer dat Jong Chelsea met ons trainde en dat hij dan een grote geluidsbox in de kleedkamer neerzette. Dan werd er muziek opgezet en moesten de spelers een voor een dertig seconden gaan dansen. Die jonge gasten waren natuurlijk hartstikke zenuwachtig omdat ze voor al die wereldsteren hun moves moesten laten zien. Dat vond Terry dan weer mooi.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Oranje bereikt de WK-finale in 2010.

De kleedkamer is een plek om te lachen, maar zou je er ook kunnen praten over onzekerheden of moeilijke onderwerpen?

‘Niet echt. Ik heb niet meegemaakt dat een speler openlijk besprak dat hij twijfelde aan zichzelf of dat hem iets in de weg zat om te presteren. Ik heb later als jeugdtrainer bij AZ gezien dat er wel jongens zijn die moeite hebben met het presteren onder druk. Ik kan me een jongen herinneren die bang was om te falen. Dan zou hij in de basis starten en had hij ineens toch een beetje last. Die hoopte eigenlijk dat hij door externe factoren niet hoefde te spelen, zodat hij geen fouten kon maken.’

Werd er ook weleens over uiterlijke onzekerheden gesproken?

‘Ik weet nog goed dat Aleksandr Hleb, die later nog bij Barcelona heeft gespeeld, last had van haaruitval. Die zocht wel naar manieren om dat wat te verminderen. Voetballers zijn er wel mee bezig als hun haar uitvalt, het dunner wordt of iemand inhammen krijgt. Daar werden in de kleedkamer ook wel serieuze gesprekken over gevoerd. Ik snap wel dat mannen daar wat onzeker over kunnen zijn.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Tijdens het EK 2008 werd je dochter te vroeg geboren en kwam ze te overlijden. In hoeverre voelde je toen veel steun vanuit de kleedkamer?

‘Toen heb ik van de jongens echt heel veel steun gevoeld, vanaf het allereerste moment dat ze op bezoek kwamen in het ziekenhuis. Toen ik voor de eerste training weer op het veld stond, heb ik wel duidelijk aangegeven dat ze me gewoon normaal moesten behandelen en niet moesten doen alsof ik zielig was. Ik wilde het allemaal zoveel mogelijk houden hoe het tot dat moment was op dat toernooi.’

Lukte het om je in zo’n verdrietige situatie te focussen op een training?

‘Enigszins wel, omdat het ook een uitlaatklep was. Het waren juist de momenten dat ik het heel even kon loslaten. Vaak komen de vervelende gedachtes pas naar boven als je alleen of in rust bent. Ik vond ook dat ik er zelf voor gekozen had om te blijven, dus dan vond ik ook dat ik ready moest zijn om een wedstrijd te spelen.’

Later heb je aangegeven dat het verwerkingsproces vervolgens wel enorm uitputtend voor je was. Besprak je toen met teamgenoten hoe je jezelf voelde?

‘Ik kende de precieze definitie van een burn-out toen niet, maar ik kan me nog goed herinneren dat ik bij Stuttgart op een dag het veld opkwam. Ik dacht alleen maar: Pff, hoe ga ik deze training volmaken? Ik had helemaal geen energie en dacht: Zou dit dan misschien een burn-out zijn? Ik wilde het daarvoor niet toegeven en heb het toen met de trainer gedeeld. Die heeft me geholpen om met een alternatieve geneeswijze mijn energie weer terug te krijgen. Dat ging over voeding, mijn darmen reinigen en meer van dat soort dingen. Toen kwam ik langzaam weer op het punt dat ik dacht: Wow, ik kan weer blijven gaan.’

In hoeverre denk je dat social media tegenwoordig voor extra druk bij spelers kunnen zorgen?

‘Ik denk wel dat het spelers onzeker kan maken, maar het is, denk ik, vooral de kunst om het allemaal niet te serieus te nemen. Ik vond dat Vincent Kompany het altijd goed zei: “Don’t believe the hype and don’t believe the bullshit”. Zo gaat het nou eenmaal in de voetbalwereld. Vandaag ben je de held en morgen kun je weer een stuk stront zijn. Dus je moet het kunnen relativeren als je wordt opgehemeld, maar ook wanneer je kritiek krijgt. Ik legde de lat voor mezelf altijd zo hoog mogelijk, zodat die druk van mezelf groter was dan die van de buitenwacht. Daarom deed het mij altijd weinig als mensen positief of negatief over mij schreven.’ 

Dit interview is in samenwerking met L'Oréal.