Een kijkje in de kleedkamer: Schöne over bijgeloof, rituelen en ijdele teamgenoten

Update: 24 oktober 2025 om 12:06
Praat mee!

De kleedkamer in de voetbalwereld blijft altijd gesloten voor de buitenwacht. Hoe bereiden spelers zich eigenlijk voor op grote wedstrijden? Welke teamgenoot was heel bijgelovig? En wie stond het langst voor de spiegel? Verschillende voormalige topvoetballers geven een kijkje achter de kleedkamerdeur. In aflevering 1 Lasse Schöne (39), die in 2019 met Ajax op een haar na de Champions League-finale bereikte.

© Pro Shots

Hoe bereidde jij je voor op die legendarische wedstrijd van Ajax op bezoek bij Real Madrid in 2019?

‘Ja, eigenlijk niet veel anders dan wanneer ik tegen pak ‘m beet Telstar zou spelen. Ik heb altijd hetzelfde gedaan. Beetje ouwehoeren, een bakje koffie drinken en niet te veel aan de wedstrijd denken. Ik was ook niet continu bezig om eindeloos beelden van mijn directe tegenstander te bekijken. Ik probeerde ook grote Champions League-wedstrijden kleiner te maken in mijn eigen hoofd.’

Hoe doe je dat, Bernabéu kleiner maken in je hoofd?

‘1-4 winnen, dan voelt het allemaal wel wat kleiner. Nee, grapje, het is nu achteraf natuurlijk makkelijk praten. Ik probeerde me niet te focussen op het feit dat we tegen het grote Real Madrid in een gigantisch stadion speelden, maar juist op de dingen waar we wél invloed op hadden.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Het klinkt alsof je altijd vrij ontspannen was. Bijna hoe een amateurvoetballer in het weekend een potje gaat ballen.

‘Dat is misschien een beetje overdreven, maar dat was wel bijna zo. Ik speel nu ook bij de klassieke veteranen van HFC in Haarlem. Tja, zo oud ben ik al. Het fijne daar, vind ik, dat ik een half uur voor de wedstrijd kan binnenlopen. Trek ik mijn schoentjes aan en ga ik het veld op. Als prof moest ik de afgelopen jaren drie uur van tevoren op de club aanwezig zijn. In mijn eerste periode bij NEC was het bijvoorbeeld slechts anderhalf uur en mochten we lekker thuis eten.’

Besteedde jij veel aandacht aan je uiterlijk voordat je het veld opstapte?

‘Ja, maar niet per se omdat ik op televisie kwam, meer voor mijn eigen gevoel. Ik wilde toch wel dat mijn haartjes goed zaten, de sokken op de juiste hoogte zaten en mijn shirt moest altijd netjes zitten. Dat was puur voor het gevoel, want na mijn eerste sprint zat mijn haar toch niet meer.’

Je was er ook niet vies van om eens in de zoveel tijd je kapsel te veranderen.

‘Bij SC Heerenveen had ik lang haar en mocht ik geen paardenstaart van het bestuur. Ze vonden het niet helemaal bij de club passen en mijn haar was op een gegeven moment zo lang dat het over de naam van de rugsponsor zou vallen. Ze wisten dat mijn moeder kapster was en dan kreeg ik wel vaak opmerkingen of ze toevallig binnenkort niet een keer in Nederland kon langskomen. Doordat mijn moeder kapster was, had ik altijd de mogelijkheid om iets geks met mijn haar te doen. Ik kwam vroeger als kleine jongen ineens met blauw haar het schoolplein op en het is ook weleens rood geweest. Laatst had ik het nog een keertje geblondeerd. Daar kreeg ik wel wat commentaar op in de kleedkamer bij NEC: “Wat doet die ouwe nou weer?” Ach, ik had er zin in en dan blondeer ik het gewoon.’

Welke rituelen en (bij)geloven heb je door de jaren heen bij teamgenoten gezien?

‘Sommige spelers vinden het fijn om bijvoorbeeld van tevoren iets te lezen, zoals de Bijbel, de Koran of een ander boek dat ze kracht geeft. Ik heb ook weleens een teamgenoot bij Denemarken gehad die altijd een koptelefoon opzette en hetzelfde nummer moest luisteren voordat hij aan de warming-up begon. Als het een speler helpt, is bijgeloof alleen maar goed. Zelf heb ik altijd geprobeerd om er een beetje bij weg te blijven, want het kan ook zomaar een keer voorkomen dat je telefoon leeg is en je niet dat ene nummer kunt luisteren.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Wie is de ijdelste speler waar je ooit mee hebt samengespeeld?

‘Haha, ik denk dat veel oud-teamgenoten mij op één zouden zetten bij deze vraag. Ik ben wel vrij ijdel. Ik kreeg daar ook weleens commentaar op van teamgenoten, maar dat vond ik helemaal niet erg. Het was ook weer niet zo dat ik in paniek raakte als er een keer geen spiegel in de kleedkamer hing.’

Wat gebeurt er eigenlijk als je met een apart kapsel of in een flamboyante outfit een voetbalkleedkamer binnenstapt?

‘Ik heb wel een uitgesproken smaak, dus dat is wel regelmatig voorgevallen. Ik weet nog goed dat ik een keer een lichtgroene teddyjas had aangetrokken. Eigenlijk wist ik in de auto al wat me te wachten stond. Stiekem verheugde ik me juist altijd enorm op die reacties in de kleedkamer. Dan stonden die jongens weer met hun handen in het haar: “Wat doe jij nou weer allemaal?” Bij NEC waren Philippe Sandler en Bryan Linssen daar altijd goed in. Bryan schreeuwde altijd het hardste van iedereen. Bij Ajax stond Daley Blind op de eerste rij voor commentaar. Ach, vond ik alleen maar mooi.’ 

Wie waren je stijlvolste teamgenoten door de jaren heen?

‘Mathias Zanka Jørgensen, die nog een tijdje bij PSV heeft gespeeld en nu bij LA Galaxy onder contract staat. Ik heb lang met hem samengespeeld bij de Deense nationale ploeg. Hij heeft zo’n goede smaak. Het maakt niet uit wat hij aantrekt; alles staat hem. Bij Ajax hadden we natuurlijk ook Dusan Tadic. Het was niet per se mijn smaak, maar hij kwam heel erg netjes naar de club. Hij kwam altijd in een net pak naar de trainingen. Als hij echt uitpakte, had hij gewoon een driedelig kostuum aan. Dat kon ik enorm waarderen.’

Je hebt ook bij Genoa in Italië gespeeld. Waren ze daar nog veel meer met hun uiterlijk bezig?

‘Nou, ik moet eerlijk zeggen dat me dat een beetje tegenviel. Ik dacht eerst dat ze allemaal in driedelig pak naar de training zouden komen, maar meestal kwamen ze gewoon in een trainingskostuum en droegen ze slippertjes. Toen dacht ik: Wat is dit dan? Ze waren wel ijdel op het gebied van hun beentjes scheren en die invetten met olie. Ze deden ook altijd de pijpen van hun broekje heel hoog. Ik vroeg op een gegeven moment: “Waarom doen jullie dat eigenlijk?” Dat deden ze puur om lekker bruin te worden tijdens de training. Ik kan niet ontkennen dat ik toen ook maar ben gaan doen.’

Mis je het kleedkamergevoel uit je proftijd nog weleens?

‘Het voetbal zelf mis ik niet, maar de kleedkamer wel echt. Het geouwehoer over een outfit, maar ook andere vormen van kleedkamerhumor. Met Blind, Joël Veltman en Nick Viergever hadden we bij Ajax altijd een groepje waarmee we rottigheid uithaalden. Van die kleine dingen, zoals een vis bij Veltman onder zijn autostoel tapen. Later zijn we een beetje doorgeslagen in dat grapje. Kwam iemand ineens met twee zakken vol vis aanzetten en lag er een halve viskar in zijn auto.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

De kleedkamer is een plek om te lachen, maar zou je er ook kunnen praten over onzekerheden of moeilijke onderwerpen?

‘Als iemand ergens mee zit, bespreekt hij dat natuurlijk eerder in een vast groepje. Je gaat natuurlijk niet een meeting houden met het gehele team. Daarnaast kun je als speler ook naar de trainer of assistent toegaan. Ik denk wel dat er tegenwoordig stappen in de goede richting zijn gezet. Aan het einde van mijn carrière werd er ook wel openlijk gesproken over haaruitval en dingen die mensen daartegen kunnen doen. Natuurlijk werden er ook weleens grapjes gemaakt tegen elkaar, maar het is wel belangrijk om te weten wie ergens écht onzeker over is en wie een grapje goed kan hebben. Ik denk dat er nu meer ruimte is om moeilijke onderwerpen te bespreken, zeker ten opzichte van vroeger.’

 Hoe ging dat in het begin van je carrière?

‘Toen was het veel harder. Dan werd er weinig rekening mee gehouden of iemand ergens daadwerkelijk onzeker over was. Dan moest je als jonge jongen ook alle spullen sjouwen. Liep je met ballenzakken over je schouders en pionnen op je hoofd, zodat je alles kon meenemen. Daar had je verder niks over te zeggen.’

Wat zou het met jou doen als je last zou krijgen van haaruitval?

‘Ik denk wel dat het wat met me zou doen. Ik snap best dat mensen daar onzeker over kunnen zijn. Als mijn haar op mijn vijftigste of zestigste zou uitvallen, is het misschien wat makkelijker te omarmen. Sommige mannen hebben er ook veel eerder last van. Een goede maat van vroeger wist al rond zijn twintigste dat zijn haar snel zou gaan uitvallen, omdat zijn oudere broer daar ook vroeg last van had. Ik herinner me dat het wel echt een ding voor hem was.' 

Ondersteunend beeld bij het artikel© VI

Jij hebt social media echt zien opkomen tijdens je carrière. Wat voor invloed heeft dat op spelers?

‘Ik denk dat het veel jongens heel veel extra druk geeft. Iedereen heeft een mening én het platform om die te uiten. Dat kan best wel invloed hebben op de mentale gezondheid van spelers. In mijn beginjaren las ik nog weleens wat in de kranten, maar op een gegeven moment dacht ik: Ik hoef het allemaal niet te weten. Je kunt zo veel complimenten krijgen, maar geloof me maar: die ene negatieve opmerking blijft het langst hangen. Ik heb op een gegeven moment besloten me er volledig voor af te sluiten en zou dat ook alle andere spelers adviseren.’ 

Tot slot: je hebt ook met Frenkie de Jong gespeeld. Hij oogde juist altijd heel erg ontspannen en leek niet zo veel last te hebben van onzekerheden. Hoe bleef hij zo kalm?

‘Ik vergeet sowieso niet meer zo snel dat hij voor het eerst kwam meetrainen. Er komen altijd wel veel talenten door bij Ajax, maar hij stak er vrijwel direct met kop en schouders bovenuit. Na vijf trainingen was hij al een van de beste, zo niet de beste van allemaal. Met de oudere jongens bespraken we al snel dat dit wel een heel speciale jongen was. Hij had voor de wedstrijd ook geen vaste rituelen, maar was heel ontspannen. Dat liet hij ook wel als jonge speler zien in die wedstrijd tegen Real Madrid. Zelfs van spelers als Luka Modric en Vinícius Júnior was hij niet onder de indruk. Schitterend, toch?’

;