De avonturen van Sjaak Polak in Tel Aviv en Texas: 'We speelden in 57 graden'
In deze serie met Mercedes-Benz rijden we door het hele land: van VELD naar VAN. We spreken oud-profvoetballers over hun verleden en hun carrièreswitch. Ooit reden ze met de spelersbus naar volle stadions. Nu rijden ze in hun eigen bedrijfswagen door het land tijdens hun tweede carrière. In de tweede aflevering Sjaak Polak, die naast trainer bij de vrouwenploeg van Club Brugge ook ondernemer is.
© Pro Shots

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Mercedes-Benz.
Door je mooie spelersinterviews werd je vaak gezien als cultheld. Vind je dat eigenlijk leuk?
‘Ja en nee. Ik heb het vaker gezegd in interviews. Als mensen echt domme vragen stellen, geef ik ook domme antwoorden. Koert Westerman had dat direct door en met hem kon ik wel normale interviews doen. Met de meeste andere journalisten niet. Had ik 4-1 verloren en kreeg ik zo’n konijn voor mijn neus: “Wat vond je van de wedstrijd?” Tja, dan vraag je naar de bekende weg.’
Wat is het hoogtepunt uit je spelerscarrière?
‘Dat is de gewonnen bekerfinale met FC Twente tegen PSV in 2001. Ik maakte eerst de winnende strafschop in de halve finale tegen Vitesse en omdat PSV kampioen werd, waren we daardoor al verzekerd van Europees voetbal. Ik weet nog dat ik op de wedstrijddag van de finale met Boudewijn Pahlplatz even moest rusten in Huis ter Duin. Op een gegeven moment hoorden wij een helikopter aankomen, dat was zo’n pestherrie. Uiteindelijk zagen we iemand met een koffertje uit die heli stappen.’
© Pro Shots
Wie was dat?
‘Het bleek iemand van RTV Oost te zijn. Hij had beelden gemaakt van al die bussen die vanuit Enschede onderweg waren naar Rotterdam. Wij moesten toen met de spelers bijeenkomen en onze trainer, Fred Rutten, zette toen de beelden op. Hij zei: “Geniet ervan!” Daarna liep hij weg. Daarvoor liepen we nog te grappen, maar we werden allemaal stil. Het motiveerde ons enorm. PSV had in die tijd spelers als Ruud van Nistelrooij en Mark van Bommel, maar uiteindelijk wonnen we met penalty’s en schoot ik die van mij ook binnen. Ik heb opa’s, oma’s en hele gezinnen zien huilen. Echt schitterend!’
Je hebt vooral in Nederland gespeeld, maar leek in 2008 naar Maccabi Tel Aviv in Israël te verkassen. Waarom ging die transfer niet door?
‘Ik was daar heel eventjes, ja. Ik weet nog goed dat ik na de keuring richting het trainingscomplex ging. Ik had een rood toilettasje bij me en die pakte de aanvoerder gelijk van me af. Hij gooide de spullen eruit en pleurde mijn toilettas in de vuilnisbak. Ik reageerde: Vriend, what the fuck doe je? Later legde hij uit dat rood de kleur was van de grote rivaal, Hapoel Tel Aviv. Ik ben nog mee geweest op trainingskamp en heb wat oefenwedstrijden gespeeld. Op een gegeven moment zei die eigenaar dat ik zo snel mogelijk een contract moest tekenen. Ik heb een Joodse achtergrond en hij wilde dat ik dat contract als Israëli zou tekenen. Alleen, dan moest ik ook mijn Nederlandse paspoort inleveren. Mijn management legde toen uit dat ik dan ook zes maanden dienstplichtig zou zijn. Zie je mij al ongetraind op de Gazastrook staan? Nooit van mijn levensdagen.’
Dit buitenlandse avontuur ging niet door, maar in 2012 belandde je nog wel bij de Dutch Lions in Texas.
‘Een eindje verderop was het dorpje Springtown. Dat was echt Western-achtig. Daar liepen echte cowboys rond, er waren van die saloons met van die openslaande klapdeurtjes en er reed nog zo’n ouderwetse trein rond. Daar waren ook mensen van de Ku Klux Klan, vond ik best wel scary. Ik zat zelf in The Woodlands en daar was alles anders. Daar woonde ik op een luxueuze compound. Er was een ontvangsthal, een guest house met een pooltafel en een barbecue. Mijn huis was ook erg groot, eigenlijk is alles in Amerika groot. Er was daar bijvoorbeeld een winkelcentrum, met binnenin een gigantische ijsbaan. Er hing daar ook een Amerikaanse vlag buiten. Nou, die was zo groot als een voetbalveld. Ik vergeet ook nooit meer de uitwedstrijd bij Laredo Heat, vlak bij de Mexicaanse grens. Het was die dag 57 graden! En wat denk je? Gewoon voetballen.’
Hoe verliep je overgang van voetballer naar het leven daarna?
‘Voetballer zijn is het allerleukste wat er is. Daarna begon ik met trainingen bij de Sparta-jeugd en dat vond ik ook ontzettend mooi. Ik ben doorgegaan in het trainerschap en nu ben ik werkzaam bij de vrouwenploeg van Club Brugge. Ik voel me een bevoorrecht mens. Samen met mijn vrouw heb ik ook een eigen zaak in Voorschoten, genaamd Depot 258, een winkel in mode, wonen en meer. Het bestaat bijna tien jaar, daar zijn we trots op.’
© Pro ShotsWe doen dit interview in een bedrijfswagen van Mercedes-Benz. Zou deze niet handig zijn voor je als ondernemer?
‘Zo, je ken er bijna in wonen, man! Zoveel ruimte, ideaal. Lekker muziekje aan en gaan. Als Tino Martin opkomt, wip ik het volume wel even omhoog. Golden Earring vind ik ook mooi, ik ben echt van alle markten thuis.’
Welke vijf mensen uit de voetballerij zou je graag meenemen in de bedrijfswagen?
‘Dan zou ik voor topspelers als Cristiano Ronaldo, Lionel Messi en Ronaldinho gaan. Gewoon zodat ik kan zeggen: “Messi, doe jij de navigatie eens. Ronaldo, jij zorgt voor de muziek. Ronaldinho, jij regelt het eten en drinken.” Dan mag Sergio Ramos er ook nog bij. Het lijkt me juist gaaf om met dat soort gasten in een bedrijfsauto te zitten en te toeren. Ik ben zo benieuwd naar alle verhalen uit hun levens. Tot slot kies ik dan nog iemand uit mijn eigen carrière: Blaise Nkufo. Die was altijd vrij stil en stille wateren hebben vaak diepe gronden. Hij lachte altijd alles weg, maar ik denk dat hij met zijn achtergrond zoveel meer had meegemaakt. Het lijkt me nog wel mooi om een keer met hem te sparren.’





