*

Voetbal International
Home / Achtergronden / Columns / Simon Zwartkruis

'Happen naar adem bij Bobby Haarms'

22/06/2009 10:30


Hoe zwaar zo'n hersteltraining van Bobby Haarms nou eigenlijk was, vroeg ik halverwege de jaren negentig aan ervaringsdeskundige Jari Litmanen. 'Je moet het zelf hebben meegemaakt om het te weten', antwoordde de Fin en hij lachte er onheilspellend bij.

Enkele jaren later was het zover. Ajax nodigde een groepje journalisten uit om een zogeheten Bobby-training te ondergaan. Enerzijds verheugden we ons erop. Haarms was niet alleen geliefd bij spelers, collega-trainers en supporters; ook persvertegenwoordigers liepen met hem weg. Daarvoor hoefde hij niets anders te doen dan zichzelf te zijn. Open en vriendelijk in de omgang, bloedfanatiek als hij op het veld stond. Vooral met die laatste karaktertrek zouden we ondubbelzinnig kennis gaan maken. Dat was iets waar wij, matig tot zeer matig getrainde journalisten, ons anderzijds niet bepaald op verheugden. Op weg naar het trainingsveld naast de door hem zo verfoeide Arena, vroeg ik Haarms of hij De Bank bij de training ging betrekken.

Hij begreep meteen dat ik niet op de toenmalige shirtsponsor doelde, maar op de houten bank die een essentieel onderdeel vormde van zijn hersteltrainingen. Op de voorkant van het boek over zijn leven, Tussen hemel en hok, zie je Frank Rijkaard over die bank heen springen, opgejaagd door Haarms. Natuurlijk stond De Bank op het programma en alleen bij de gedachte al grinnikte hij grimmig.

Een uur later had ik het antwoord op de vraag die ik jaren eerder aan Litmanen stelde. Het braken stond me nader dan het lachen. Compleet afgebeuld hapte ik liggend in het gras naar adem, toen Haarms naast me kwam staan en vroeg 'Gaat het een beetje, snuit?' Ik wilde iets terug zeggen, maar er kwam geen geluid uit mijn gortdroge mond. 'Ik hoor het al', glimlachte Haarms. 'Voor jou voorlopig nog geen Champions League.' Het was de eerste keer dat hij me snuit noemde. Het klonk me prettig in de oren, met de hem typerende tongval en dat schorre stemgeluid. En het had iets te betekenen, hoorde ik later van een speler die het weten kon. 'Je bent bij Bobby niet zomaar een snuit', vertelde Patrick Kluivert eens in Barcelona. 'Daar moet je wat voor doen. Kapot gaan tijdens een training met hem, bijvoorbeeld.'

Het viel me in die tijd op hoe vaak ex-spelers van Ajax in het buitenland naar Haarms vroegen. De Amsterdamse kliek bij het Barcelona van Louis van Gaal, Edgar Davids in Turijn, Nwankwo Kanu in Londen, Clarence Seedorf in Milaan, Edwin van der Sar in Manchester; vroeg of laat kwam het gesprek op hun oude club en altijd vielen dan de twee zelfde namen. Geen vragen over de voorzitter of de trainer of de directeur, nee, iedereen wilde weten hoe het met Bobby en Sjakie ging. Haarms dus, en materiaalman Sjakie Wolfs, die november vorig jaar zou overlijden. Dat waren de mannen die het diepst in de spelersharten zaten. Vanwege hun clubtrouw en hun pure karakters vooral, eigenschappen waarnaar het in de voetbaljungle steeds langer zoeken is.

Het was daarom niet verwonderlijk dat een flink aantal ex-spelers, samen met duizenden supporters, onlangs aanwezig was bij de emotionele afscheidsplechtigheid voor Haarms op jeugdcomplex De Toekomst. En zijn loyaliteit en staat van dienst waren tot ver buiten Amsterdam doorgedrongen, bleek uit de persoonlijke condoleancebrief van FIFA-baas Sepp Blatter waaruit algemeen directeur Rik van den Boog voordroeg. Maar de mooiste woorden had Haarms zeven maanden geleden zelf al gesproken. Na de uitvaart van Sjakie Wolfs zei De Goede Beul, toen al ernstig ziek: 'Ik ben niet bang voor de dood. Misschien zit Onze Lieve Heer wel te wachten op een hersteltraining. Nou, dan kan-ie behoorlijk aan de bak.'

Aan dat laatste hoeft niemand te twijfelen.

Simon Zwartkruis

SPELERS

CLUBS

COMPETITIES

WEDSTRIJD

'Ik vind het bijna een cadeautje dat ik ook de mindere kanten van voetbal heb leren kennen'
Rafael van der Vaart in (Voetbal International)