*

Voetbal International
Home / Achtergronden / Columns / Willem J. Kramer

Willem J Kramer - Noem het Totaalvoetbal 2010

14/12/2010 09:00

Positief neveneffect van een Verenigd Europa is dat geen natie nog brood ziet in landjepik á la Napoleon of Hitler. We vechten in Europa al 65 jaar niet meer tegen elkaar, krijgsmachten worden uitgedund, de dienstplicht is of wordt afgeschaft – geen slechte score.

Daarnaast zijn de gezamenlijke lidstaten druk doende concurrerende economieën weerwerk te bieden. Dat gaat, met dank aan de vanuit de USA geïmporteerde economische crisis, met horten en stoten, maar er wordt aan gewerkt.

EU-landen in financiële moeilijkheden (Griekenland, Ierland, Portugal en wellicht ook Spanje) worden geholpen, zowel in hún als in het gezámenlijk belang. Kenmerk van de Europese Unie is immers naast solidariteit de onderlinge afhankelijkheid. Economisch en politiek. Eén voor allen, allen voor één – het lijkt de NAVO wel.

Nederland schaamt zich eindelijk voor zijn koloniale verleden. Wellicht dáárdoor oversteeg in de jaren zestig en zeventig pretentie de mogelijkheden van ons resterende volume. Onze koloniën waren we kwijt, maar voor gidsland wilden we best spelen.

Geen welvarender, toleranter, moderner, liberaler en ambitieuzer democratie dan Nederland, waar door Feyenoord, Ajax, het Nederlands elftal en PSV bovendien met veel succes attractief Totaalvoetbal werd gespeeld.

Voorbij! Welvarend zijn we nog steeds, maar het omringende buitenland kijkt met verbazing naar de intolerantie, waarmee blonde Geertje uit de polder veel te veel vaderlandse onderbuiken voedt. Nederland vertoont, vindt steeds meer evenmin zondevrij buitenland, naar binnengekeerd gedrag.

We zijn hard op weg een benauwd, cultuurvijandig volkje te worden dat zich ingraaft binnen de oorspronkelijke landsgrenzen. De slagbomen staan weliswaar nog omhoog voor het vrije verkeer van goederen en personen uit de EU-lidstaten, maar als je inzoomt krijg je de contouren van een soort neo-nationalisme in beeld – eigen volk eerst.

In de omliggende landen is het van hetzelfde laken een pak. Ook daar broeit het xenofobe gedachtegoed. Conclusie: Europa wordt gekoesterd zolang we er beter van worden, maar dreigt er gevaar dan steken nationalistisch reflexen de kop op.

De internationale voetbalwereld is minder eenkennig. Misschien het bewijs dat de voetbalwereld, anders dan vaak wordt beweerd, geen getrouwe kopie is van de wereld buiten de stadions.

In de grote voetballanden Italië, Spanje, Engeland en Duitsland (samen goed voor zo'n twaalf op zestien overwinterende clubs in de Champions League) wordt immers de toon gezet door uit het buitenland geïmporteerde toppers.

In het van huis uit isolationistische Engeland spelen de topclubs Arsenal en Chelsea regelmatig met elf buitenlandse basisspelers. Ook hun coaches hebben een niet-Brits paspoort. Winnen ze dan zijn de Arsenal- of Chelsea-supporters niettemin euforisch.

Conclusie: niet de nationaliteit domineert, maar de club. Voetbal overstijgt op clubniveau nationalisme. Spelen de Arsenal- of Chelsea-buitenlanders echter in hun nationale elftal tegen Engeland dan is dat andere koek.

Ineens blijkt het land van herkomst essentieel – England Rules the Waves, Land of Hope and Glory – alle gemeenplaatsen worden van stal gehaald. En bij internationaal succes worden er tranen gepinkt. In Engeland, maar ook bij ons als H.O.L.L.A.N.D een woordje meespreekt.

Het Erica Terpstra-syndroom zogezegd. Is dat erg? Ja, rolmodel Terpstra was erg. Die Petjes, die sjaaltjes, dat T-shirt en dan ook nog al die Oranje-kanjers. Terpstra's excuus zou kunnen zijn dat ze ooit deel uitmaakte van een relatief kleine, publiciteitsarme maar succesvolle Nederlandse sport (zwemmen), waardoor ze is gaan denken dat elke vaderlandse ruft Chanel N°5 naar de kroon steekt.

Nationalisme is het, maar ongevaarlijk nationalisme. Denkbaar is zelfs dat sportief nationalisme het perfecte overdrukventiel is om de gevoelens van onmacht van het kleine Nederland binnen het grote Europa enigszins te relativeren.

In Nederland staat sport, voetbal voorop, hoog aangeschreven, maar we beseffen heus wel dat als het er op aankomt sport bijzaak is. Dat zowat de hele voetbalwereld rode cijfers schrijft vinden we een lekker gespreksonderwerp, maar vergeleken bij wat de mondiale wereldcrisis – met dank aan de heilig verklaarde marktwerking – aanricht, zijn alle voetbalproblemen bijzaak.

Ik kom terug op de eerste alinea van deze column, de Europese Unie. Want waar de EU de economische belangen van de lidstaten op de voet volgt en ingrijpt om erger te voorkomen, zwijgt elk overkoepelend voetbalorgaan zodra de voetbalcrisis ter tafel komt.

Behalve een stel repressieve maatregelen (punten in mindering, indeling in drie gevarenzones van rood tot vuurrode jaarcijfers schrijvende clubs) doet niemand iets om de structuur dusdanig te wijzigen dat onverantwoord financieel beleid voortaan onmogelijk is.

Curatele werkt niet als het al is misgegaan, alleen permanent toezicht door een onafhankelijk instituut, waardoor mismanagement bij voorbaat wordt geëlimineerd, biedt perspectief. De tering naar de nering. Het zal onze clubs geen Europese prijzen meer opleveren, maar die winnen we via de huidige gang van zaken ook niet meer.

Wat voor het Nederlandse voetbal geldt, is overigens elders in Europa evengoed aan de orde. Alleen ligt de lat daar hoger, financieel en kwalitatief. De dienst wordt uitgemaakt door de landen met het grootste volume: Engeland, Duitsland, Italië, Spanje en, op termijn, wellicht Rusland.

Daar komt het grote geld binnen, maar omdat het net als bij ons riskant wordt uitgegeven, is de boekhouding meestal even rood als bij ons. Dat gaat lang goed, maar ook in die landen zullen de uitgaven de inkomsten ooit dusdanig overtreffen dat de UEFA in Europa, á la de KNVB in Nederland, niet werkeloos kan blijven toezien.

Samenvattend zijn voetbal-Nederland en voetbal-Europa hard toe aan een soort geleide economie. Maar je mag het ook Totaalvoetbal 2010 noemen. Dat bekt beter.

Willem J. Kramer

SPELERS

CLUBS

COMPETITIES

WEDSTRIJD

'Ik vind het bijna een cadeautje dat ik ook de mindere kanten van voetbal heb leren kennen'
Rafael van der Vaart in (Voetbal International)