*

Voetbal International
Home / Achtergronden / Columns / Taco van den Velde

'4-3-3 is niet meer wat het is geweest'

05/01/2010 10:15

In de eerste helft van dit seizoen speelden maar liefst dertien van de achttien clubs met vier verdedigers, drie middenvelders en drie spitsen. ADO Den Haag, het AZ van Dick Advocaat, FC Twente, Feyenoord, Heracles Almelo, NAC Breda, NEC, PSV, RKC Waalwijk, SC Heerenveen, Sparta Rotterdam, VVV Venlo en Willem II hanteerden over het algemeen een 4-3-3 formatie.

Is het Nederlands voetbal zijn identiteit weer aan het hervinden?
FC Groningen, Vitesse, en Roda JC zijn de laatste ploegen die nog consequent 4-4-2 met een ruit op het middenveld spelen, terwijl
FC Utrecht het sporadisch ook nog doet. Verder is de vorig seizoen nog populaire speelwijze weer verdrongen door het 4-3-3.

Toch is spelen met drie spitsen wat anders dan spelen met een echte links- en rechtsbuiten. Bij de drie klassieke topclubs Ajax, PSV en Feyenoord en de twee nieuwe groten AZ en FC Twente zijn de specifieke buitenspelers op de vingers van één hand te tellen: slechts de Hongaar Balázs Dzsudzsák (PSV, foto) en de Deen Dennis Rommedahl (Ajax) vallen in die categorie.

In de Eredivisie kunnen verder Roy Beerens (SC Heerenveen), Gregory Schaken (VVV-Venlo), Sergio Zijler (Willem II), Darl Douglas (Heracles Almelo) voor specifieke rechtsbuitens doorgaan en is alleen Derk Boerrigter (RKC Waalwijk) een klassieke linksbuiten.

Het moderne 4-3-3 kenmerkt zich vooral door totale beweging. Winterkampioen FC Twente staat wat dat betreft model. Op de rechterflank speelt de linksbenige Bryan Ruiz en op de linkerflank staat de rechtsbenige Miroslav Stoch. De aanval kenmerkt zich vooral door de naar binnenkomende buitenspelers die centrumspits Nkufo steunen en worden bediend door Kenneth Perez.

In die rol maakte Stoch dit seizoen al tien treffers en Ruiz scoorde – in de Eredivisie, het bekertoernooi en de Europa League – zelfs al zestien keer. De naar binnen komende buitenspelers maken het verschil voor de kampioen.

Hoe heilig is een filosofie als de Hollandse school dan nog? Uiteindelijk wordt iedere speelwijze en filosofie ontwikkeld om resultaat mee te halen. Zo is dat ook met de klassieke buitenspelers van de Hollandse School. Het maakt deel uit van de filosofie van het willen domineren en de tegenstander de wil opleggen.

Een middenvelder hoort blind te kunnen openen naar de flank in de wetenschap dat daar de linkerspits staat te wachten om met een actie de rechtsback uit te spelen. Als het positiespel optimaal wordt uitgevoerd, dan komt die buitenspeler keer op keer in de één tegen één situatie en volgt de wegdraaiende voorzet vanaf de achterlijn op de spits en de nummer tien.

Het was jarenlang de basis waarop ons voetbaldenken was gebouwd. De comeback van het 4-3-3 heeft echter niet gezorgd voor de terugkeer van de specifieke buitenspeler. Is dat erg? Bij
FC Twente zetten ze de rechtsbuiten op links en de resultaten geven ze gelijk. De ploeg heeft een verzorgde opbouw en zet bij balverlies de tegenstander op eigen helft vast, terwijl de naar binnenkomende buitenspelers het verschil maken.

Zelfs bij Ajax, ooit de vlaggendrager van de Hollandse School, wordt 4-4-2 gespeeld. Nou en? Bij balverlies zet de ploeg meteen druk om de bal te veroveren en in balbezit is de beweging van Luis Suarez, Ismaïl Aissatti en Demy de Zeeuw rond spits Marko Pantelic het grote wapen.

Ajax maakte dit seizoen al 53 treffers in zeventien duels. Uiteindelijk is er maar één factor die bepaalt of een filosofie of speelwijze bestaansrecht heeft: het resultaat. En 4-3-3 of 4-4-2 zonder specifieke buitenspelers kan net zo aanvallend zijn als de Hollandse School voorschrijft.


Taco van den Velde

SPELERS

CLUBS

COMPETITIES

WEDSTRIJD

'Dit is niet normaal; bij John is een kans een goal'
Feyenoord-trainer Ronald Koeman over John Guidetti, die zondag tegen Vitesse zijn derde hattrick op rij in een thuisduel produceerde (clubsite)