*

Voetbal International
Home / Achtergronden / Columns / Nico Dijkshoorn

'Alleen de echte teams kunnen met elkaar lachen'

12/01/2010 12:15

Door het interview met Ton de Kruijk, in het vorige nummer van VI, zit ik voorgoed met enkele lugubere beelden opgescheept.

Het eerste beeld: Pim Doesburg, die nooit naar een hoek dook. Ton de Kruijk vertelt dat hij in zijn hele carrière maar één strafschop heeft gemist en toen stond Pim Doesburg op doel. Hij begrijpt er nu nog niets van. 'Ik wist nota bene dat Pim Doesburg nooit naar een hoek ging, die bleef gewoon staan.'

Heb ik een hekel aan, niet duikende keepers. Dat schiet niet op, je van tevoren al neerleggen bij een doelpunt. Bij Pim Doesburg moet dat er helemaal raar hebben uitgezien. Als er iemand veel beweegt, dan is hij het wel. Vooral zijn mond. Ik heb Pim wel eens een keeper zien trainen. Ik zou hem zelf binnen een minuut op zijn zenuwsmoel hebben geslagen.

Dat kwekte maar door, in een onverstaanbare oertaal. Een hond, die schuddend met zijn kop een stuk vlees uit een koe probeert te trekken, maar dan met keepershandschoenen aan, denk daar maar aan. Pim Doesburg was zo druk en bezeten dat ze hem aan het eind van iedere training met een speciaal geweer een verdovingspijltje in zijn dij moesten schieten.

Werd hij na drie kwartier met een openhangende mond in een van de netten gevonden. Die Pim Doesburg, zenuwpees van beroep, stond stil tijdens een strafschop.

Ik kan het me bijna niet voorstellen. Zeg je: Jean-Marie Pfaff, dan geloof ik het meteen. Die keepte aan het eind van zijn carrière in een driedelig zwart kostuum met een champagnekoeler in de hoek van zijn doel. Jan Jongbloed, ook een befaamde niet-duiker, bij voorkeur tijdens WK-finales op beslissende schoten.

Waarom Pim Doesburg nooit dook bij strafschoppen, weet ik niet. Daar moet een journalist nog maar eens achteraan. Ik vind het nogal een beschuldiging. Dat is net zoiets als beweren dat Marc Overmars aan het begin van zijn carrière nooit een bal voorgaf.

'Ik zie hem nog zo gaan. Als hij accelereerde, dan werd het hek al opengezet en dan vonden we hem 's avonds ergens terug aan de kust. Die bleef net zo lang met die bal aan zijn voeten doorhollen tot hij water tegenkwam.' Dat soort verhalen vertel je niet zomaar.

Misschien was het wel voetbalhumor van Pim. Maar die zou Ton de Kruijk hebben herkend. Ton is een liefhebber. In hetzelfde interview wemelt het van de schijtlollige anekdotes. Ik mag die graag lezen. Niet om de anekdotes zelf, want die zijn bijna altijd zouteloos en treurigmakend simpel, maar vooral omdat er niets zo doodslaat als het uitleggen van voetbalhumor.

Het is als het uitleggen van een mop. Nooit doen. Negenhonderd vakantiefoto’s laten zien van een vakantie naar Kreta, ergens in 1987, ook nooit doen. Als kijker zie je je buurman in zijn zwembroek, met een ijzeren pen vol geroosterd vlees boven zijn hoofd, midden op tafel staan, met zes dansende obers eromheen. Ondertussen legt je buurman de foto uit.

'Dit was Slavokos Grill Sensation, waar ik na het hoofdgerecht altijd de vogeltjesdans deed. Vonden ze schitterend die Grieken.' En hopla, de volgende foto. Je buurman in dezelfde zwembroek, zittend op een enorme opgeblazen banaan, met een helmpje op zijn hoofd.

Zo is het ook met voetbalhumor. Je leest het, de uitleg, en je voelt al het bloed uit je gezicht trekken. Niet leuk, dendert het door je hoofd. Ton de Kruijk heeft dat tijdens het interview niet in de gaten. Die loopt helemaal leeg. De Kruijk blijkt een voorkeur te hebben voor het in stukken knippen van kleding. Een bekende grap in de voetbalwereld.

In het leger zetten ze je bed op scherp en lachen soldaten zich gek als iemand vanuit de nok van de slaapzaal twee meter naar beneden dondert en in de voetballerij knippen ze sokken, broekspijpen en mouwen van jasjes. Want dat is lachen. En pissen en schijten, dat vinden voetballers ook leuk.

Je shampoofles vol urine druppelen, dat soort lol. Ton vertelt in het interview een verhaal over doelman Jan Stroomberg die ernstig aan de diaree was. Op zich al lachen. Had Ton, is me dat een gekkie of niet, een oude wc-pot naast zijn doel gezet. Huilen van het lachen, meneer.

Het zal allemaal wel. Iedere beroepsgroep heeft zo zijn eigen humor, waar je eigenlijk bij had moeten zijn. Schaatsers doen een buidelrat in je sok, bankiers tekenen, als een dutje doet, snel een gleuf boven op je hoofd, presentatoren stoppen paardenstront bij elkaar in de potten gel en voetballers knippen en urineren.

En ze doen iets met gebak. Dat is een wet. Als je in een kleedkamer in een moorkop bijt en de rest van het team zit handenwrijvend om je heen, dan weet je dat er met motorolie aangelengde voetenzalf in zit.

Ik ben wel wat gewend, als het om voetbalhumor gaat. Een auto ingepakt met toiletpapier, het zal wel. Toch zet De Kruijk een nieuwe standaard met het volgende verhaal. Leest u even mee. 'Toen de groep binnenkwam stond ik spiernaakt in de kleedkamer met die moonboots aan en met die doos moorkoppen.'

Dit is de hele ellende rond voetbalhumor samengebald in één lichaam. Het lichaam van Ton de Kruijk. Ton is ook nog steeds wijkagent in Utrecht. Lijkt me een nadeel, autoriteit willen uitstralen en dan bekendstaan als de man die met een geschoren zak op moonboots door de kleedkamer wandelt.

Toch hoop ik dat er tijdens het WK iemand overheen gaat. Want waar voetbalhumor is, daar is sfeer, daar is teamgeest. Alleen de echte teams kunnen met elkaar lachen in kapotgeknipte kleding. We kunnen wel wat eenheid gebruiken na dat gezeik over Sneijder, Van der Sar en het wel of niet meespelen van Van Persie. Pas als Kees Jansma, met tranen in zijn ogen van het lachen, het volgende verhaal vertelt, weten we dat het goed zit.

'Maar goed, Wesley komt de kleedkamer binnen, lig ik met afgeknipte broekspijpen boven op Yolanthe. Had je dat gezicht moeten zien!'


Nico Dijkshoorn

SPELERS

CLUBS

COMPETITIES

WEDSTRIJD

'Dit is niet normaal; bij John is een kans een goal'
Feyenoord-trainer Ronald Koeman over John Guidetti, die zondag tegen Vitesse zijn derde hattrick op rij in een thuisduel produceerde (clubsite)