*

Voetbal International
Home / Achtergronden / Columns / Michel van Egmond

Column - De Kuip leek wel één grote wietplantage

14/03/2011 11:00

Het was zaterdagnacht iets na half twaalf, een sterrenloze hemel hing laag boven Rotterdam-Zuid, toen pal voor de deur van De Kuip (foto) een bus stopte. Er stapten vijf mensen uit. Allemaal droegen ze een sticker op hun revers. Daarop stond dat ze bezoeker waren van de jaarlijkse Museumnacht.

Binnen werden ze opgewacht door Jan, al veertien jaar een vaste rondleider in De Kuip. Als het moest kon Jan een stem als een brandalarm opzetten, maar dat was vannacht gelukkig niet nodig.

Onze groep was maar klein. Twaalf personen om precies te zijn. Onder hen wat koppels van diverse leeftijden, een donkere jongen met een baardje die alles wat hij zag fotografeerde en een meisje met rood krulhaar dat vertelde dat ze uit Waddinxveen kwam.

We gingen op weg. Eerst naar de tweede ring. Daar ontsnapte gelijk een kreetje van opwinding aan het meisje met het rode krulhaar, toen zich in de diepte aan haar voeten de beroemdste strook gras van Nederland openbaarde. 'Oh!', zei ze en ze sloeg een hand voor haar mond, want het was inderdaad indrukwekkend vanaf deze donkere hoogte naar de ingewanden van het lege stadion te kunnen kijken.

Vroeger werd het onbespeelde veld van Feyenoord hooguit bevolkt door een handjevol brutale vogels, speurend naar vette pieren in de geulen die Theo Laseroms, John de Wolf, André Bahia en al die andere menselijke graafmachines er in de loop der jaren hadden achtergelaten.

Maar nu werd de grasmat beschenen door een paar gigantische lichtmachines, ingewikkelde apparaten die in een bijna mystieke formatie over het veld waren gedrapeerd. Ze scheidden een zacht en warm licht af, waardoor het zaterdagnacht een ogenblik leek of De Kuip was veranderd in een immense wietplantage.

Toen Jan uitlegde hoe het allemaal écht zat, leken de woorden als vanzelf uit zijn mond te rollen. Zoals zo veel Feyenoord supporters ging het hem gemakkelijker af op te scheppen over de grasmat die in De Kuip lag, dan over de voetballers die er tegenwoordig op speelden.

Toch trok Jan al zijn hele leven trouw naar dit stadion. Hij vatte zijn supportersbestaan samen met een armgebaar dat van rechts naar links ging en de hele Kuip bestreek. 'Je begint dáár, als jongen op Vak S', wees Jan, 'en je eindigt dáár, in Vak K: het ouwemannenvak.'

Even later, in de spelerstunnel, stond hij stil bij de muurschilderingen die herinnerden aan betere tijden. Hij liet een wijsvinger een ogenblik liefkozend langs de afbeelding van de Wereldbeker glijden. Voor de zoveelste keer vertelde hij het klassieke verhaal over Joop van Daele, ooit een hooggestemde baliemedewerker van het PTT-postkantoor op Rotterdam-Zuid, en hoe die dankzij één doelpunt en een geknakt brilletje uitgroeide tot eeuwig clubicoon.

Nu Jan in gedachten even terug was in de tijd, sloop er steeds meer bravoure in zijn stem. Hij vertelde over het jubeljaar 1970, over de drukte in Rotterdam toen de Europa Cup eenmaal binnen was en hoe het spelersvliegtuig had moeten uitwijken naar Schiphol. De naam Schiphol gebruikte hij overigens niet. Laat staan Amsterdam. Jan had het liever over 'dat vliegveld in de buurt van Haarlem'.

Zo werd het een vreemde nacht. Niet veel later stonden we met z’n allen in een verlaten kleedkamer. Een paar mensen staarden verderop naar een leeg bad met een devotie alsof het nog maar kort geleden was dat er een Romeinse keizer in had gelegen. We trokken verder naar de perszaal.

Vanuit hun lijstjes aan de muur keken de Feyenoord-trainers ons na. Willy Kment hing wat scheef. 'Hier ken ik niet tegen, hoor', zei een mevrouw in een regenjas en ze gaf een behoedzaam tikje tegen het lijstje van de dode coach.

Het was inmiddels bijna middernacht. Buiten werden de contouren van de stadionmasten steeds verder aangevreten door de duisternis, binnen probeerde Jan het etmaal op montere toon te besluiten. Hoop is nu eenmaal de brandstof van de liefde voor Feyenoord.

'Sportief gaat het weer de goede kant op, mensen', zei hij, iets harder dan normaal. Het was mooi te zien hoe hij alle herinneringen aan de gouden jaren in de spelerstunnel had achtergelaten. Jan was strijdvaardig teruggekeerd in de realiteit. 'Wie weet', zei hij, zonder ironie, 'misschien eindigen we wel in het linkerrijtje.'


Michel van Egmond


SPELERS

CLUBS

COMPETITIES

WEDSTRIJD

'Ik vind het bijna een cadeautje dat ik ook de mindere kanten van voetbal heb leren kennen'
Rafael van der Vaart in (Voetbal International)