*

Voetbal International
Home / Achtergronden / Columns / Michel van Egmond

Heimwee naar de stem van Jaap Bax

06/09/2010 13:30

Ik weet niet precies hoe het komt, maar toen ik las dat de bekerwedstrijd tussen EVV Echt en IJsselmeervogels via een liveverbinding te zien was op een groot scherm in de clubkantine, begon ik opeens enorm te verlangen naar Jaap Bax en de hele sfeer die zijn stemgeluid altijd bij me wist op te roepen.

Voetballiefhebbers die oud genoeg zijn, kennen dat stemgeluid nog. Er zat altijd iets gezellig zangerigs in de dictie van Jaap Bax. Dat dankte hij vooral aan zijn ietwat lijzige Zuid-Hollandse tongval, want voor de rest klonk de verslaggever op de radio als een opgevoerde brommer die iets te snel stond afgesteld: vrijwel direct na het starten schoot hij door naar de hoogste versnelling, om daarin – als het moest – een hele zaterdagmiddag lang te blijven hangen.

Ik heb mijn halve leven op de radio geluisterd naar Jaap Bax, maar ik zou niet weten hoe hij eruitziet. Ik heb hem nooit ontmoet. Om het romantische beeld dat ik van die tijd heb niet te verpesten, ben ik daar ook blij om. Mensen die hem wél kennen vertellen over een vriendelijke heer, een echte liefhebber die net zo graag naar de Bollenstreek-derby ging als naar de FA Cupfinal.

Ze schetsen het beeld van iemand die zijn vak serieus nam, wat alleen al was terug te zien in de verrekijker om zijn nek, de vier gekleurde stiften en de drie brillen die hij in een speciale koker bij zich droeg (één voor veraf, één voor dichtbij en één tegen de zon) en de manier waarop hij zijn eigen verslagen op cassettebandjes opnam, om die op de terugweg uit Spakenburg, Katwijk of Maassluis in de auto kritisch terug te luisteren.

Er is veel veranderd sinds Nederland voor de directe berichtgeving over het amateurvoetbal was aangewezen op mannen als Jaap Bax, die met verrekijkers op visserstoeltjes langs de rand van het veld zaten. Dankzij de Topklasse begint de grote-mensen-televisie er zijn intrede te doen. Het past allemaal bij de professionalisering van de top van het amateurvoetbal, een paradox die op de een of andere manier altijd snel op mijn lachspieren begint te werken.

Voor dit prachtblad doolde ik een tijdje rond in de wereld van het amateurvoetbal. Het bracht me op de gekste plekken. In het dorpscafé van Lienden ontmoette ik Dick, een kale en dorstige fan van de plaatselijke Zondaghoofdklasser die achteloos flesjes bier zijn keelgat ingoot en die samen met zijn niet minder dorstige vrienden in de kantine een deel van de bar bezet hielden die ‘de dodenmanshoek’ werd genoemd. Hij zei verstandige dingen over voetbal.

Ik was in Emmen, waar ik kennismaakte met Hinke Wolters. Hij vertelde prachtige verhalen over zijn vader Grote Geert, een man die niet kon lezen of schrijven maar wél de club had opgericht en daarom op het sportpark werd vereerd zoals Kim Jong-Il in Noord-Korea. Ook wees hij als voorzitter meermalen op het belang het goede voorbeeld te zijn voor de licht ontvlambare aanhang van WKE. Drie dagen later zag ik hem bij een uitwedstrijd gezellig nijdig over het hek klimmen om de grensrechter uit te foeteren.

Ik ontmoette mooie mensen op mijn tocht langs de amateurvelden, authentieke figuren met originele anekdotes. Rob Jacobs, technisch directeur van Neptunus in Rotterdam, vertelde over die keer dat hij als trainer in het Midden-Oosten werd meegenomen naar het dorpsplein, waar hem tot zijn schrik een ereplaats wachtte bij een onthoofding. Het bleek een misverstand. Hij had excursion verstaan toen zijn tolk hem had gevraagd of Jacobs soms zin had in een execution.

Het amateurvoetbal bleek een universum vol fantastische verhalen. Ik hoorde over een kopsterkte verdediger uit Maassluis die een paar weken lang bij corners weigerde mee naar voren te gaan, omdat hij net in een goedkope Duitse kliniek een haartransplantatie had ondergaan. Iemand vertelde me over de bekerwedstrijd Sir Winston Haaglandia-Excelsior, die na verlenging in 6-6 was geëindigd.

Ik werd voor even deelgenoot van een wereld van mooie rituelen. Vol rivaliteit ook, afgunst en trucs. Harry Haan, een schitterende clubman die al zijn hele leven lang elke ochtend om klokslag zeven uur de kantine van WKE met een brandslang schoonspuit, verklapte me dat hij soms in de kleedkamer van de gasten de ramen met kit vastlijmt en dan express de verwarming op maximaal zet.

Het was misschien allemaal niet erg professioneel, maar wél heel erg kleurrijk. En het is te hopen dat dat, ook met de komst van de Topklasse, zo blijft. Helaas zijn de voortekenen niet al te best. De clubs ruziën met de tv-zender over de uitzendrechten van hun wedstrijden: heel veel professioneler kan het niet. En in een kennelijke poging het amateurvoetbal te reguleren totdat het net zo steriel is als de Champions League, zijn de clubs in de Topklasse nu verplicht een wisselfunctionaris aan te stellen, een soort surrogaat vierde official die aangeeft wie erin en eruit gaat.

Toen ik dát las, verlangde ik weer even heel erg terug naar de stem van Jaap Bax.

Michel van Egmond

SPELERS

CLUBS

COMPETITIES

WEDSTRIJD

'Robben voelt zich de belangrijkste speler en meent dat hij altijd moet spelen'
Bernd Schuschter werkte bij Real Madrid samen met de aanvaller van Bayern München en herinnert zich de Nederlander nog goed.